Recensie

Jordan Wolfsons dansende robot is louter spektakel

Tentoonstelling

Het publiek staat in de rij voor het tweede deel van de expositie van Jordan Wolfson in het Stedelijk Museum. Zijn werk is spectaculair, maar onevenwichtig.

Jordan Wolfson, Female Figure, 2014. Foto Jonathan Smit/courtesy Jordan Wolfson, David Zwirner

Het is iedere ochtend weer dringen bij de draaideuren van het Stedelijk Museum: zodra ze om tien uur opengaan, rent het publiek naar binnen, richting de zaal van Jordan Wolfsons tentoonstelling Truth/Love. Daar worden drie keer per dag de time slots uitgedeeld voor Female Figure, een dansende robot op naaldhakken. Slechts vier bezoekers per keer mogen in haar gezelschap verkeren, steeds tien minuten lang. Al vanaf de eerste dag dat de expositie open is, staan er dagelijks lange rijen voor het uitgiftepunt.

Robots spreken, gezien de opwinding over Female Figure, zeer tot de verbeelding. Of die opwinding in dit geval terecht is, is maar zeer de vraag. En belangrijker is de vraag: levert het interessante kunst op?

Jordan Wolfson (New York, 1980) bouwt sinds een jaar of vijftien aan een kunstmatig universum, bestaand uit beelden, filmfragmenten en soundbites gevonden op internet en in de kunstgeschiedenis. De kern van zijn kunstpraktijk is de animatie. In een interview vertelde Wolfson dat je bij het ontwerpen van animatie altijd begint met een oneindige ruimte of ‘scene’ waarin in principe alles mogelijk is. In die ruimte monteert hij zowel zelf-ontworpen – met de hand getekende of digitaal gegenereerde - objecten als objets trouvés. Het is een „non-rationele wereld”, gebaseerd op de beperking van het materiaal dat hij gebruikt. Vervolgens filmt hij deze wereld, zodanig dat de camera zelf deel is van de ‘scene’: Wolfsons animatiefiguren zijn acteurs en poseurs die weten dat ze gefilmd worden.

Lees ook wat Hans den Hartog Jager schreef over het eerste deel: Jordan Wolfson maakt existentiële dilemma’s universeel

In de 3D-animatiefilm Animation, Masks (2011) zien we een kale, bebaarde man met keppeltje, type ‘kwaadaardige Jood’ met haakneus uit Shakespeares Merchant of Venice. Dit viezige en zelfingenomen mannetje, dat af en toe een masker op heeft, bladert door een Vogue-tijdschrift en spreekt de kijker toe met zachte stem, onderwijl agressief gebarend. Hij doet geraffineerd aan telefoon- of webcamseks met een vrouw die we niet zien maar alleen horen. Hij kijkt ons daarbij recht aan, zijn neus en oren groeien en flapperen en worden rozerood. In een andere animatievideo, Con Leche, marcheren flesjes Diet Coke gevuld met melk als soldaten door de straten, spetterend melk ejaculerend uit de flesopeningen.

Technisch hoogstandje

Het werk van Wolfson is pathetisch en gaat over vervreemding, seks, sentimentaliteit en melancholie. Het is dus bevreemdend dat Wolfson stelt dat zijn werk geworteld is in de conceptuele kunst. Conceptuele kunst deed nu juist afstand van al deze kwalificaties. Wolfson is daarentegen een afstammeling van een groep Amerikaanse kunstenaars die in 1988 in het Stedelijk Museum werd samengebracht onder de titel Horn of Plenty, met onder meer Ashley Bickerton en Jeff Koons. Niet alleen lijkt zijn werk op dat van genoemde kunstenaars, ook de thematiek van Koons’ varkenssculptuur Ushering in Banality is helemaal Wolfsons thematiek.

Net als bij deel 1, vormt ook bij Truth/Love dus een robot het pièce de résistance van de tentoonstelling. Female Figure (2014) is een sexy maar vervuilde danseres, met blonde pruik, witte lakleren laarzen en zwarte vegen op benen en billen, en hetzelfde masker met haakneus uit Animation, Masks. Zij kijkt en spreekt de kijker direct aan, net als de robotpop Colored Figure in deel 1. Destijds was ik onder de indruk van Colored Figure, door de rauwe energie van de vreemd-elegante en tragische dans van de hangende figuur. Female Figure daarentegen is niet meer dan een spectaculair technisch hoogstandje.

Daarom is het nóg bevreemdender om Wolfson te horen zeggen dat zijn werk niet over spektakel gaat. Dit is juist het enige waar het wél over gaat: spektakel in de overtreffende trap, waarbij hij geen enkel retorisch of technisch middel schuwt.

Wolfsons voorliefde voor spektakel blijkt ook uit zijn compilatie van favoriete internetfilmpjes. Dit ‘werk’, Favorite Things, is flauwekul. Al met al is het oeuvre van Wolfson tot dusverre bijzonder onevenwichtig. Hij heeft nog heel wat werk te verrichten om aan zichzelf en zijn publiek te verduidelijken waar het hem nu eigenlijk om is te doen.