Column

Wat moet er van ons worden zonder de barbaren?

Sommigen van mijn Facebookvrienden hadden een Zweedse vlag over hun profielfoto gedrapeerd. Anderen betuigden hun steun met de slogan ‘Je suis whatever happened in Sweden.’ De sociale media, die zo nuttig zijn voor het verspreiden van valse informatie, kunnen briljant zijn in het ironiseren van dezelfde alternatieve feiten waarin ze grossieren.

Het is een van de redenen waarom internet, dat piepjonge medium, zo verwarrend kan zijn en waarom we nog decennia nodig zullen hebben om ermee leren om te gaan, zoals we ooit ook hebben moeten wennen aan de uitvinding van het schrift en de boekdrukkunst.

Wat zou Trump hebben gedacht toen hij op zaterdag 18 februari in Melbourne, Florida, zijn antimoslimmaatregelen verdedigde met de woorden ‘kijk naar wat er gisteravond in Zweden gebeurde’? Was hij zelf het slachtoffer van desinformatie, een verkeerd begrepen documentaire of een vergissing?

Het zou ironisch zijn als de grootmeester van de alternatieve feiten zelf de weg was kwijtgeraakt in zijn eigen labyrint. Ik vrees echter dat hij doelbewust speculeerde op het gegeven dat de meerderheid van zijn gehoor niet eens in staat zou zijn Zweden aan te wijzen op een wereldkaart, dat het een voortzetting was van zijn strategie om islamitisch gemotiveerde terreuraanslagen te verzinnen waaraan de pers zogenaamd geen aandacht schenkt en dat hij niet ten onrechte erop vertrouwt dat de ontmaskering van zijn leugens door de alternatieve waarheidsvinding van de sociale media raakt ondergesneeuwd.

Noodzakelijke vijand

Onze vermoeide westerse beschaving, die nog teert op de glorie van achterhaalde twintigste-eeuwse idealen, is decadent en heeft behoefte aan een gemeenschappelijke vijand om de dreigende ondergang aan te wijten. We wachten op de barbaren, zoals de keizer en de senatoren van Rome in het gedicht van Kavafis, waarbij de moslims perfect gecast zijn voor die rol in de moderne tijden. En in dat gedicht gebeurt aan het einde hetzelfde wat er in Zweden gebeurde: niets. De barbaren komen niet. ‘En nu? Wat moet er van ons worden zonder barbaren? / Die mensen waren tenminste een oplossing.’ Miá kápoia lúsis, staat er in het Grieks. Met Trump in het achterhoofd zou je lúsis ook kwaadwillend etymologisch kunnen vertalen als een ‘losmaking’ van destructieve krachten in plaats van ‘oplossing.’

Het verschil tussen de situatie in het zachtmoedig wanhopige gedicht van Kavafis en de gore, kwaadwillende realiteit van het hedendaagse populisme is precies gelegen op het terrein van informatievoorziening. In het door Kavafis opgeroepen keizerrijk is het gebrek aan informatie dat ervoor zorgt dat er op de barbaren wordt gewacht, totdat het volk door de waarheid uit de droom wordt geholpen: ‘Enkele reizigers waren net aangekomen uit de grensstreek / en zeiden dat er geen barbaren meer waren.’ De barbaren van nu worden met doelgerichte desinformatie in het leven geroepen. Dat is niet tragisch meer, maar kwaadaardig.

Als we Trump een tragische dimensie zouden willen geven, is het beter een ander gedicht van Kavafis te citeren, getiteld ‘September 1903’, dat zo begint: ‘Laat ik tenminste mezelf nu bedriegen met illusies. / Dan merk ik de leegte van mijn leven niet.’

Dit is de eerste aflevering van de nieuwe tweewekelijkse rubriek van Ilja Leonard Pfeijffer. Hierin verbindt hij de actualiteit met literatuur.