Recensie

Wat is waarheid nog in dit land

In de opvolger van zijn succesroman Ventoux schetst Volkskrant-columnist Bert Wagendorp het leven en de twijfels van een klassieke journalist. Het resultaat is een overvolle roman.

Films zat, maar romans over de journalistiek zijn er niet zo veel. Journalisten die op zeker moment oversteken naar de fictie (zoals Adriaan van Dis, H.M. van den Brink en Gabriel García Márquez), kiezen vrijwel nooit hun (oude) vak als onderwerp. En schrijvers die nooit journalist zijn geweest, vinden journalistiek kennelijk niet zo interessant. Masser Brock, de nieuwe roman van Bert Wagendorp (1956) is alleen al in dat opzicht bijzonder. Je zou het zo alle eerstejaars op de verschillende scholen voor journalistiek cadeau geven.

Want het boek gaat van begin tot eind over journalistiek en de dilemma’s die het verslaggeversvak kenmerken. De waarheid is weliswaar heilig in de journalistiek, maar in hoeverre is die waarheid te kennen? Kan een journalist genoegen nemen met een deel van de waarheid? Hoe verdedigt een journalist zich tegen leugens of tegen manipulaties die hem een bepaald deel van de waarheid naar voren willen laten schuiven? Hoe functioneert een waarheidszoekende journalist in een wereld die vooral geïnteresseerd lijkt in amusement? En: is de waarheid inderdaad heilig of zijn er omstandigheden waarin de wereld beter af is door de waarheid niet te openbaren?

Je kunt er forumdiscussies over houden, koffieautomaatgesprekken over voeren, columns over schrijven. Of dus een roman. Masser Brock is de opvolger van Ventoux, de prettig lichte mamil-roman waarin een groep middle aged men in lycra de Mont Ventoux opfietste en het eigen verleden in fietste. Ditmaal is Wagendorps held columnist bij een grote krant, iets wat deze Masser Brock met zijn schepper deelt. Wagendorp heeft al jaren een column op pagina twee van de Volkskrant. Brock vervult die positie bij De Nieuwe Tijd, een fictieve krant, opgericht door de chique familie Schuurman Hess en decennialang een bastion van voorbeeldige journalistiek en onbekommerd elitarisme.

Spitting image

Wagendorp heeft zijn roman breed opgezet: hij vertelt over de jeugd van Masser Brock (hij had een broertje dat journalist wilde worden maar jong stierf), over de geschiedenis van De Nieuwe Tijd en de familie van Brock. De belangrijkste figuur is daarbij is zijn zuster Mia, die speechwriter is voor de premier van Nederland, maar al snel wordt gepromoveerd tot diens rechterhand en dan ook ontdekt dat van de geruchten dat deze premier homoseksueel is, niets waar is. Inderdaad, deze ‘Tup’ zoals Masser en Mia hem consequent noemen, is een spitting image van minister-president Rutte met teksten als: ‘Zo denk je dat je de situatie onder controle hebt, en zo dwarrelt er een highly confidential stuk papier op je bureau dat de boel finaal op zijn kop zet. Godallemachtig.’

Zijn nieuwe roman met zinnige gedachten over journalistiek kent vele verhaallijnen, maar die blijven veelal in de lucht hangen. Het boek van columnist Wagendorp biedt te weinig scherpte en teveel anekdotiek.

De omstandigheid dat de toonaangevende columnist Brock en de spindoctor van de premier broer en zus zijn, speelt ook een belangrijke rol in een van de verhaallijnen van het boek: bij een aanslag in het verre Pantsjagan zijn vier Nederlandse militairen omgekomen. Ze krijgen een staatsbegrafenis als helden van het volk, maar al snel blijken er aanmerkelijk minder voorbeeldige elementen in het spel te zijn. Mia en de premier krijgen dat te horen, later ontdekt Masser het ook – waarna er een heleboel persoonlijke, politieke en journalistieke lijntjes door elkaar gaan lopen. De Pantsjagan-lijn is de interessantste uit de roman, maar niet de enige.

Bert Wagendorp. Foto via AtlasContact.nl

Want Wagendorp zet ook andere geschiedenissen uiteen; de achtergrond van een reportage over drugssmokkel in Urk waarmee Masser Brock ooit zijn reputatie vestigde; een onderzoek naar beïnvloeding van de berichtgeving van De Nieuwe Tijd door de geheime dienst in de Koude Oorlog; gedoe dat voortkomt uit de merkwaardige organisatiestructuur van de krant. De delen leveren zinnige gedachten op over journalistiek, maar de roman helpen ze niet veel verder. Want Masser Brock is in alle opzichten overvol geworden en mist daardoor nogal wat scherpte. En toch blijft er nog van alles in de lucht hangen. Zo laat Wagendorp een schandaal uitbreken over de infiltratie in de Koude Oorlog, maar lezen we nooit tot welke artikelen dat leidde, behalve dat het pro-NAVO stukken waren. De verzinschuwe journalist Wagendorp lijkt hier de romancier wat in de weg te zitten.

Stijl en toon

Daarbij komt een even totale als uitputtende parade van bijfiguren. Wagendorp deelt nogal wat karakterrollen uit. Onder hen de premier, maar ook een hysterische en voor het journalistenvak ongeschikte hoofdredacteur, een krantenmagnaat, diens kaartvrindjes en een geweldige journaliste. Allemaal zijn ze clichématig geschetst en praten ze continu in de hoogste staat van opwinding, met een karavaan aan krachttermen. Iedereen die faalt is een ‘prutser’, ‘meeloper’ of ‘slapjanus’, ‘godverdomme’! Een vervelende vrouw is een ‘teef’. Dat is een vorm van satirische uitvergroting die een column van 400 woorden opfrist, maar die in een roman van 400 bladzijden vol dialogen doodvermoeiend is; regelmatig verlang je naar het moment waarop de bijfiguren van Wagendorp (Masser Brock praat wel normaal) hun waffel, pardon, mond eens houden.

De gedachten die Wagendorp in het hoofd van Brock plant zijn interessant genoeg, maar ze waren beter tot hun recht gekomen in een omgeving waarin de anekdotiek strenger was geselecteerd. Nu dreigen doordachte subtiliteiten (let op het gastoptreden van een Mart-Smeetsachtige ex-collega) onder te sneeuwen in de bijzaken die de auteur ook nog heeft bedacht, maar niet durfde te schrappen.