Waarom we uitstellen (en wat je eraan doet)

Column Ben Tiggelaar

Uitstellen is het verschuiven van een belangrijke taak, ondanks dat we weten dat dit problemen oplevert. Waarom doen we het dan toch, vraagt Ben Tiggelaar zich deze week af.

Vandaag moet ik schrijven aan mijn nieuwe boek. Maar in plaats daarvan beantwoord ik e-mail en orden ik de boekenkast op alfabet. Waarom eigenlijk? En wat doe ik er tegen? Onderzoekers die zich specialiseren in uitstelgedrag, zoals Joseph Ferrari van de DePaul Universiteit in Chicago, zien het als volgt. Uitstellen, zeggen zij, dat is het vrijwillig verschuiven van een belangrijke taak naar een later tijdstip, ondanks dat we weten dat dit problemen oplevert.

Waarom doen we dit? Dit zijn de drie meest genoemde verklaringen.

1. Emotie Het werk dat we eigenlijk moeten doen roept negatieve emoties op. We voelen ons onzeker door de omvang van een klus. We zijn bang om fouten te maken. We zien op tegen het contact met bepaalde personen. Dat soort dingen. Zeker als er dan verleidingen onder handbereik zijn, zoals leukere klussen of afleidingen die meteen tot positieve emoties leiden, verruilen we de zure voor een zoete appel.

2. Tijd Gebeurtenissen die in de toekomst plaatsvinden raken ons minder dan ervaringen in het hier en nu. Iedereen weet dat een vervelende klus niet verdwijnt door hem uit te stellen. Sterker nog: uitstel leidt vaak op termijn tot meer stress. Maar die toekomstige pijn heeft minder invloed op je dan het onmiddellijke plezier van het afhandelen van je mail. Wat dat betreft lijkt uitstellen op ander probleemgedrag, zoals roken of teveel eten. De onmiddellijke beloning maakt ons blind voor de straf die later volgt.

3. Brein Volgens neurologen is er bij een deel van de mensen een verband tussen uitstelgedrag en minder goed functionerende frontale hersengebieden. Dit is de plek waar processen plaatsvinden als impulsbeheersing, plannen en het evalueren van je eigen gedrag.

Volgens sommige mensen is uitstelgedrag helemaal geen probleem. Want, zo gaat het betoog, veel taken blijken achteraf totaal onbelangrijk. Wie met deze ervaring in gedachten bewust en gestructureerd uitstelt kan daar voordeel bij hebben.

Maar onderzoek laat zien dat dit voor de meeste mensen niet geldt. Wie nu kiest voor gemak, heeft later meestal te maken met groter ongemak. Uitstellen leidt tot schuldgevoel, schaamte, minder welbevinden en slechtere prestaties.

Dus: wat adviseren onderzoekers? Hoe voorkom je uitstel? Dit zijn de gouden tips…

- Een klassieker: verdeel grote taken in (veel) kleinere taken die per stuk minder angstaanjagend zijn.

- Stel tussentijdse deadlines. Bijvoorbeeld door een timer te zetten. Of door een collega iets te beloven dat haalbaar is: „Vanmiddag stuur ik je een eerste, voorlopige versie.”

- Creëer een werkomgeving die je helpt. Houdt kortetermijnpleziertjes en andere vormen van afleiding – letterlijk – zo ver mogelijk uit de buurt.

- Maak taken aantrekkelijker door jezelf de vraag te stellen waarom jij iets belangrijk vindt: een persoonlijke ‘why’ voor lastige to do’s.

- Voorkom dat uitstel wordt beloond. Hanteer dus strikte deadlines. Zorg juist voor een beloning als het werk af is vóór de afgesproken datum of tijd.

- En misschien wel de belangrijkste: vergeef jezelf je uitstelgedrag van gisteren en probeer het vandaag gewoon weer opnieuw. Niet morgen dus, maar vandaag.