Oost-Europeaan blijft zondebok op arbeidsmarkt

Arbeidsmigratie

Oneerlijk, dat Oost-Europese arbeidskrachten veel goedkoper zijn, zegt Nederland. Gezeur, vindt Oost-Europa, waar veel bedrijven de concurrentie met westerse concerns verloren. Het is gelijk oversteken.

Een Poolse arbeidskracht van een aspergeteler. Foto Merlin Daleman

Goedkope Oost-Europese arbeidskrachten verdringen ‘onze’ mensen van de arbeidsmarkt – met die aanklacht trekt PvdA-leider Lodewijk Asscher naar de verkiezingen op 15 maart. Weg met de „sociale dumping”. In Oost-Europa reageren ze geprikkeld. De Litouwse Europarlementariër Petras Austrevicius spreekt van „politiek opportunisme”. „Het is niet zo’n groot probleem, maar het doet het in verkiezingstijd altijd goed.”

Dat Oost-Europese arbeidsmigranten voor loonconcurrentie zouden zorgen in West-Europa wil Austrevicius best aannemen. Maar, zo brengt hij daartegenin, de concurrentie gaat twee kanten op. „Dat wordt vaak vergeten.” Zo krijgt een Litouwse boer twee tot drie keer minder directe EU-steun dan een Nederlandse boer. „Maar die Litouwer moet wel evenveel betalen voor zijn tractor, zaden en kunstmest, want die markt is internationaal. Is dat wél eerlijk?”

Of wat te denken van de snoeiharde belastingconcurrentie vanuit Nederland? Die heeft er volgens Austrevicius toe geleid dat bedrijven in zijn eigen land minder afdragen dan zou moeten. „Laten we het dáár eens over hebben.”

Het Europees Parlement buigt zich over een herziening van de zogenoemde ‘detacheringsrichtlijn’, daarin staat hoe binnen de EU tijdelijk in een ander land mag worden gewerkt. West-Europa, en Nederland voorop, vindt de huidige regels schadelijk: Oost-Europese werkers die op tijdelijke basis worden ingehuurd, hoeven niet volgens cao’s te worden betaald. Het wettelijk geldende minimumloon volstaat, en dat maakt ze veel goedkoper. Oneerlijk!

Je wint wat, je verliest wat

Gezeur, zeggen ze in Oost-Europa. Op de interne markt geldt gelijk oversteken: je wint wat en je verliest wat. Oost-Europa zag na de omwentelingen veel westerse bedrijven arriveren die hoogopgeleide Hongaren, Polen en Roemenen inhuurden tegen lage lonen. Veel Oost-Europese bedrijven verloren op hun thuismarkt de concurrentiestrijd met de Tesco’s en Aldi’s uit West-Europa.

Omgekeerd zochten laagopgeleide Oost-Europeanen hun kansen in West-Europa. ‘Broodroof’? Er bleek in Nederland juist grote behoefte aan Poolse klusjesmannen en Roemeense aspergestekers. Jacek Krawczyk, de Poolse werkgeversvoorzitter, verweet West-Europa onlangs op de Poolse radio „puur protectionisme”.

Fotoreportage op een recreatiepark in Oss waar veel Polen verblijven.

Een Poolse supermarkt op een recreatiepark in Oss.
Foto Piroschka van de Wouw/ANP
Poolse producten in een Poolse supermarkt.
Foto Piroschka van de Wouw/ANP
Een Poolse supermarkt op een recreatiepark in Oss.
Foto Piroschka van de Wouw/ANP.
Recreatiepark in Oss waar veel Poolse arbeidsmigranten verblijven.
Foto Piroschka van de Wouw/ANP
Poolse arbeidsmigranten in een gemeenschappelijke ruimte op het recreatiepark in Oss.
Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Oud-FNV-kopstuk Agnes Jongerius (PvdA), die zich in het Europees Parlement over de herziening buigt, kent de gevoeligheden. Sterker nog: ze heeft er begrip voor. „Er wordt al snel gedaan alsof elke arbeidsmigrant niet deugt en dat is gewoon niet waar.”

Bij sommige regeringen in Oost-Europa bespeurt ze af en toe wel „cynisme”, alsof arbeidsmigratie een handige manier is „om de eigen werkloosheid te exporteren”. Maar het echte probleem, zegt Jongerius, is dat detachering niet langer de uitzondering is, maar de norm. Het concept, ooit bedacht voor een relatief kleine groep mobiele werkers, is „een heel businessmodel” geworden, en dat gaat ten koste van normale, volwaardige arbeidersrechten.

Jongerius verwijt de arbeidsmigranten zelf niets. „Je hebt het recht om elders werk te zoeken als je het in je eigen omgeving niet kunt vinden.” Wat ze wel kwalijk vindt, zijn ondernemers die in Oost-Europa allerlei detacheringsconstructies opzetten om arbeiders minder te hoeven betalen. En die „handige Harry’s” komen toch echt „vooral uit West-Europa”, zo heeft ze inmiddels vastgesteld.

Het echte probleem, zeggen ze in Oost-Europa, is niet detachering, maar de uitbuiting van werkers door malafide uitzendbureaus.

Die lappen de regels aan hun laars en gokken erop dat westerse arbeidsinspecties zitten te slapen. „Nationale overheden hebben alle instrumenten om fraude en misbruik te bestraffen”, zegt de Tsjechische staatssecretaris voor Europese Zaken Tomas Prouza in een opiniestuk. „Doen ze dat niet, dan wíllen ze dat kennelijk niet.”

Oost-Europeanen overtuigen

West-Europese lidstaten probeerden in het afgelopen decennium via rechtszaken af te dwingen dat arbeiders toch werden betaald via lokaal geldende cao’s. Maar de rechter oordeelde steevast anders – want volgens de regels hoeft het niet.

De hervorming van de richtlijn zou ertoe leiden dat dit wél moet. Een eerste poging om dit voor elkaar te krijgen strandde vorig jaar op een ‘gele kaart’ van elf, vooral Oost-Europese landen. Nu wordt een nieuwe poging gedaan. Asscher zei in januari tegen de Volkskrant dat Oost-Europa daarbij desnoods ‘overstemd’ moet worden.

Zijn partijgenoot Jongerius gelooft dat de regio nog te overtuigen is. „Je ziet dat vakbonden in Oost-Europa wakker worden.” Maar het verzet blijft groot. Harmonisering van sociale regels ligt gevoelig in Oost-Europa, waar de nog maar recent herwonnen onafhankelijkheid angstvallig wordt gekoesterd. Gelijk loon voor gelijk werk? „Het doet me denken aan een communistische slogan van weleer: we hebben allemaal dezelfde maag”, zegt de Pool Krawczyk.