Theater over fakenieuws, vloggers en vooroordelen

Hoe snel maak je iemands leven kapot door de verspreiding van onzin op internet? Daarover gaat de voorstelling It’s my mouth I can say what I want to.

Yamill Jones in It's my mouth I can say what I want to Foto Sanne Peper

Ja, zijn Turkse klasgenoot heeft de lerares aangevallen, beweert wannabe rapper D-Light (Yamill Jones) stellig. Als zijn klasgenootje Tess (Lisa Schamlé) aan de politie opbiecht dat ze er niet bij waren, antwoordt hij: „Jij met je politiek correcte gedoe. Je liegt tegen de popo’s.”

De timing van de schoolvoorstelling It’s my mouth I can say what I want to van Toneelgroep Oostpool en Theater Sonnevanck had niet beter gekund. De voorstelling gaat over meningen die worden voorgesteld als feiten, over sensatiebeluste journalisten, vloggers en vooroordelen.

De regie is in handen van Daria Bukvic. De 27-jarige Bosnisch-Nederlandse brak door met theaterhit Nobody Home (2015), waarin ze met veel humor haar eigen vluchtverhaal en dat van mede-asielzoekers vertelde. Vorig jaar maakte ze Jihad, een schoolvoorstelling over radicalisering.

Racistische lerares

In haar nieuwe stuk is havo-leerling Furkan vermist na een handgemeen met een „racistische” lerares in het fietsenhok. De politie verhoort getuigen: van tuttige leraren tot een ongeruste vader. In de media leidt het verhaal ondertussen een eigen leven. Bukvic: „Mijn uitgangspunt was hoe moeilijk het moet zijn voor jongeren van nu: ze krijgen te maken met zoveel informatiestromen. Hoe maak je als puber uit wat werkelijkheid is en wat wordt gebruikt voor een persoonlijk of politiek doel?”

Bukvic en schrijver Daan Windhorst wilden tonen hoe snel je persoonlijke levens kapot maakt door de razendsnelle verspreiding van beelden en namen op internet. In haar voorstelling loopt de zaak uit de hand als Furkans klasgenootje vlogt over ‘terroristen in je school’.

Gniffelende 15-jarigen

Een groep 15-jarigen van het Stedelijk Gymnasium in Arnhem zit met de neus bovenop de drie acteurs in de tot theater omgebouwde trailer waarmee Oostpool en Sonnevanck de scholen bezoeken. Onheilspellende deuntjes en dansbare beats denderen afwisselend door de trailer.

Het jonge publiek gniffelt eerst een beetje als wordt verwezen naar moslimextremisme. Als niet veel later een gemeenteraadslid de rector bedreigt omdat hij geen terrorist op de school van z’n dochter wil, klinkt zachtjes: „Dit is House of Cards-shit.”

De drie jonge acteurs spelen alle rollen en kleden zich continu om, om in sneltreinvaart politiepetten en jasjes uit te wisselen. Geen scène duurt langer dan 1,5 minuut. Is dat noodzakelijk om de aandacht van deze publieksgroep vast te houden? Bukvic: „Nee, we wilden dat de vorm op de inhoud zou aansluiten. De scènes zijn gifjes, flitsen, je krijgt nooit de kans de diepte in te gaan. Dat is hoe nieuws zich tegenwoordig verspreidt.” Bukvic heeft nergens krampachtig geprobeerd een stuk ‘voor jongeren’ te maken, vertelt ze: „Het enige wat ik doe is een herkenbare context creëren: een middelbare school.

Liever naïef dan cynisch

In It’s my mouth roept iemand: „Ik ben liever naïef dan cynisch”. Zo staat Bukvic ook in het maken van theater, zegt ze. „Ik maak graag theater voor de fase vlak voor volwassenheid, waarin meningen worden gevormd: je hebt toch het gevoel dat je invloed kunt hebben.” In anderhalf jaar is ze betrokken bij vijf voorstellingen, en bij elk daarvan komt het thema racisme aan bod. „Ik ben geïnteresseerd in de frictie die in onze samenleving ontstaat door integratie.”

Voor Bukvic is theater het medium om kort op de bal te spelen. „Ik geloof dat theater moet gaan over onmogelijkheden waar we vandaag voor staan. Er zijn nog te veel makers die hun vingers niet willen branden aan een onderwerp als discriminatie.”