Snelste zespotige robot heeft onnatuurlijk loopje

Insecten

Meestal is de natuur knapper dan robotontwerpers, maar de zespotige hexapod loopt beter dan insecten.

De hexapod lijkt op een grote robotspin die twee poten mist. Foto EPFL/ALAIN HERZOG

Als een zespotige robot loopt zoals zespotige insecten doen, met altijd drie poten aan de grond, dan loopt hij langzamer dan wanneer hij maar twee poten aan de grond houdt. Dat is vreemd. Meestal heeft de natuur zelf de efficiëntste manier gevonden, beter dan mensen zelf kunnen bedenken. Maar op een vlakke ondergrond is een zespotige robot toch echt sneller als hij een onnatuurlijke looptechniek gebruikt, stelden Amerikaanse onderzoekers vorige week vast in Nature Communications.

Insecten houden bij het lopen altijd drie poten op de grond. Bij elke ‘stap’ beweegt een insect de voorste en achterste poot aan de ene kant synchroon met de middelste poot aan de andere kant.

Video: met het twee-poten-aan-de-grond-loopje gaat de hexapod duidelijk sneller.

De onderzoekers wilden weten wat de meest efficiënte looptechniek is voor een zespoot. Daarvoor simuleerden ze eerst de beweging van fruitvliegjes met een computermodel. Ze simuleerden daarvoor ook de structuren die insecten op hun pootjes hebben voor extra grip.

De digitale vliegjes bleken het snelst vooruit te komen als ze met minimaal drie poten de grond raken bij het omhoog en omlaag klimmen. Maar op een plat oppervlak bleken digitale vliegjes sneller te gaan als ze maar twee poten tegelijk op de grond hadden. Ook voor een echte robot bleek deze looptechniek het snelst. Deze manier van lopen is in de natuur nog nooit gezien bij insecten.

De onderzoekers concluderen dat de tweepotige techniek sneller is, maar ook iets minder stabiel dan de driepotige loopwijze. In het wild moeten insecten net zo goed op muren kunnen lopen als op plafonds en vloeren. En een klimrobot kan ook beter drie poten aan de ‘grond’ houden, denken de onderzoekers.