‘Rotterdam moet een Museum van de Wederopbouw krijgen’

Opinie

Om de wederopbouw voor vergetelheid te behoeden en om de juiste feiten te presenteren, is nieuw instituut nodig, meent Lito van Reede.

Tot en met 5 maart is in het Verhalenhuis Belvédère op Katendrecht, met als ondertitel, ‘De noodtentoonstelling’ te zien. Belvédère presenteert dit onder de noemer ‘Wederopbouwkinderen’.

Ik ben zo’n ‘wederopbouwkind.’ In de NRC van 6 januari jl. las ik dat de gemeente Rotterdam opdracht heeft gegeven voor een verkenning van een nieuw Nationaal Cultureel Instituut in Rotterdam- Zuid. Het wordt een sociaal laboratorium, dat inzicht biedt in, én antwoord geeft op, maatschappelijke vragen en knelpunten in stedelijke gebieden.

Dit nieuws bracht voor mij een werkelijk cultureel gemis met zich mee. Want waar het mij als ‘wederopbouwkind’ om gaat, is dat de gemeente Rotterdam voorbijgaat aan een zeker zo nodig ander instituut. Het idee is zeer zeker niet van mij noch zal ik de eerste zijn, die het noemt in het tijdsbestek sinds het bombardement van 1940, alweer bijna 76 jaar geleden.

Om wat voor instituut zou het dan moeten gaan ?

Het bombardement liet een kale vlakte achter en de stad moest worden opgebouwd. In 1960 verscheen een Zwart Beertje. De tekst die de stand van 20 jaar wederopbouw beschrijft, was van Herman Besselaar. En de foto’s erin zijn van de wederopbouwfotograaf bij uitstek, Herman Jonker. Overigens was er in dit boekje plaats voor kunstenaars; zij bleken er toen toe te doen. En over een aantal van deze kunstenaars gaat de tentoonstelling in het Verhalenhuis op Katendrecht.

Rotterdam is kortom als ware het een feniks uit zijn as herrezen. Sommigen vinden de stad inmiddels volgebouwd met een potpourri aan bouwstijlen, anderen vinden dit juist weer prachtig.

Wat wij niet mogen vergeten, is dat het een voorgeschiedenis kent. Een voorgeschiedenis die na driekwart eeuw nog altijd geen eigen plek in de stad heeft. Om wat voor eigen plek zou het dan moeten gaan? Pas schreef iemand in de NRC, dat de (oude) Bijenkorf in de oorlog was verwoest; dat is niet waar. Dorine de Vos, ook zo’n ‘wederopbouwkind’ heeft hierop in deze krant terecht gewezen.

Niet enkel om de vergetelheid, de grote wisser van doorleefde gebeurtenissen, maar ook om de juiste feiten inzichtelijk te blijven maken voor weer nieuwe generaties, moeten alle vaders, moeders en kinderen van de wederopbouw herdacht én geëerd kunnen worden in een instituut. Een instituut dat juist in Rotterdam hoort te staan:

het Museum van de Wederopbouw.

, vakdocent Tekenen in het vo, Rotterdam