Cultuur

Interview

Interview

Merlijn Doomernik

‘Politiewerk vraagt om een mannelijke cultuur’

Liesbeth Huyzer

Net nu een Marokkaans-Nederlandse agent van corruptie wordt verdacht, gaat Liesbeth Huyzer zich bezighouden met het diversiteitsbeleid van de politie. „We hebben ook corrupte autochtone agenten.”

Ze is het gewend. Als buitenstaander in een vreemde omgeving een plekje veroveren. Zo was het al toen Liesbeth Huyzer (55) in de jaren zestig in een gereformeerd gezin in Breda opgroeide tussen vrijwel allemaal katholieke Brabanders. In 2005 had ze een bijna identieke ervaring toen de in Groningen afgestudeerde juriste na een ambtelijke carrière bij de ministeries van Landbouw en Binnenlandse Zaken op verzoek van de toenmalige hoofdcommissaris Bernard Welten – een katholieke bakkerszoon uit Breda – overstapte naar de korpsleiding van de politie in Amsterdam. Een zij-instromer die meteen een plek krijgt in de ‘raad van bestuur’ van het grootste korps van het land, dat was nog nooit vertoond.

En nu maakt de vrouw, sinds 2013 politiechef van de eenheid Noord-Holland, wederom een unieke carrièrestap. Hoofdcommissaris Huyzer treedt per 1 maart toe tot de korpsleiding van de Nationale Politie. Ze wordt de belangrijkste blauwe vrouw van Nederland. Bij de politietop hebben ze grote verwachtingen van de eigenzinnige ‘buitenstaander’. Zelf zegt Huyzer dat ze door haar gereformeerde opvoeding wel iets heeft van „een schooljuffrouw”. Ze beschikt over „een hoog arbeidsethos: ik ben wel een beetje streng”.

‘Ik werd blauw geverfd’

Op het hoofdbureau van politie in Haarlem laat een ontspannen Huyzer zich interviewen zonder de, bij de politie gebruikelijke, woordvoerder aan haar zijde. Ze draagt een witte jurk maar verzekert dat ze doorgaans wel in politie-uniform op haar werk verschijnt. Huyzer heeft nooit als agent op straat gewerkt. In Amsterdam kreeg ze wel trainingen in de uitoefening van executieve politietaken. „Ik werd blauw geverfd.” Ze leerde aanhouden, werd geschoold in zelfverdediging en kreeg uitvoerig schietles. In 2006 deed Huyzer met de platte pet dienst toen supportersgroepen van Ajax en Feyenoord uit elkaar moesten worden gehouden. „Doodeng”, vond ze de agressie die ze zag. „Je voelde de grond trillen.”

Ze werd in 2005 gevraagd in Amsterdam te komen werken omdat dit korps „nogal geïsoleerd” opereerde. „Je had het Amsterdamse politiekorps en de rest van Nederland. De verbindingen met andere korpsen en met de gemeente en Openbaar Ministerie waren niet goed. Door te werken aan het opstellen van een gezamenlijk veiligheidsplan zijn de verhoudingen verbeterd en is de noodzakelijke cultuurverandering gerealiseerd.”

Huyzer spreekt van „een zware tijd” in Amsterdam. „Er waren daar alleen maar leidinggevenden die vanaf hun achttiende al bij het korps Amsterdam werkten. Er was al honderd jaar een gesloten cultuur van vriendengroepen. De leiders werden rondgepompt naar dezelfde functies.” Huyzer schetst het beeld van een herensociëteit. „Het managementteam vergaderde jaarlijks in het verste puntje van het oosten van het land in een veel te duur hotel. Er moesten dingen veranderen: meer openheid en transparantie, meer tegenspraak. Als je in Amsterdam destijds te kennen gaf dat je als leidinggevende misschien ook iets kon leren bij het korps in Rotterdam dan kon je je carrière wel vergeten.”

‘De politie moet verschillen omarmen’

In de nationale korpsleiding zal Huyzer zich nadrukkelijk gaan bezig houden met een van de belangrijkste hedendaagse thema’s bij de politie: het diversiteitsbeleid. Ze spreekt van „een missie”. Het ‘witte’ overwegend mannelijke politieapparaat moet meer een afspiegeling vormen van de multiculturele maatschappij. „Dat is erg belangrijk. Er moeten meer agenten komen van buitenlandse komaf, meer hoger opgeleide medewerkers, meer vrouwen en ook andersgeaardheid moet geen probleem zijn. De politie moet verschillen omarmen. We kunnen de buitenwereld pas echt neutraal tegemoet treden als we van binnen divers zijn.”

We kunnen de buitenwereld pas echt neutraal tegemoet treden als we van binnen divers zijn

Lees ook dit opiniestuk van een diversiteitstrainer: Een diverse politie ziet meer, maar erken ook de onvermijdelijke risico’s

Nu is ongeveer 30 procent van de ruim vijftigduizend politieagenten vrouw. Dat percentage moet naar 40, vindt Huyzer. „Het doel is niet dat er evenveel vrouwen als mannen bij de politie komen te werken. De aard van het politiewerk vraagt ook meer om een mannelijke cultuur. Ik denk dat je uiteindelijk door natuurlijk verloop bij de politie zult uitkomen op 60 procent mannen en 40 procent vrouwen.” Feminisering van het politieapparaat is wel belangrijk. „Vrouwen kunnen beter praten, beter luisteren, meer voelen en de-escaleren. Ze gaan niet mee in de strijd door bij conflicten machogedrag te vertonen. Vrouwen maken verbinding.”

Huyzer zegt „met heel veel plezier” de ambassadeur te zijn van vrouwen bij de politie. „Ik vind het belangrijk werk. Ik wil er voor staan dat vrouwen gebruikmaken van hun vrouwelijke kwaliteiten. Dat we niet meegaan in het mechanisme om armpjes te drukken met de mannelijke collega’s om te zien wie de sterkste is.”

‘Zo’n affaire wordt ook intern gebruikt’

Pijnlijk noemt Huyzer het dat deze week een nieuw corruptieschandaal binnen de politie bekend is geworden. Een Marokkaans-Nederlandse agent van de dienst die belast is met de beveiliging van onder andere Geert Wilders wordt ervan verdacht een Marokkaans-Nederlandse criminele groepering aan geheime politie-informatie te hebben geholpen. „Het is heel vervelend omdat je weet dat zo’n affaire ook intern zal worden gebruikt om te zeggen dat de politie voorzichtiger moet zijn met het aannemen van agenten met een andere culturele achtergrond.”

Luister ook onze nieuwste podcastaflevering over Wilders: Haagse Zaken #2: Geert Wilders

Huyzer hoopt dat die laatste sentimenten niet de overhand krijgen. „We hebben ook gevallen van corrupte autochtone agenten. Het is wel zaak agenten weerbaarder te maken. We moeten agenten met een immigratieachtergrond leren om te gaan met verlangens van familie of vrienden die niet altijd sporen met de ethiek van het politiewerk. Dat moet besproken worden, want we hebben bij de politie echt iedereen nodig”.