Persoonsgebonden budget

Uitvoeringschaos kan niet opgelost worden met wéér een instantie

Een nieuwe publieke organisatie moet ordening brengen in de uitvoeringschaos rondom het persoonsgebonden budget. Staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) kondigt dit aan in een brief aan de Tweede Kamer. Het zogeheten budgethoudersportaal moet leiden tot vereenvoudiging in de uitvoering en vermindering van de administratieve lasten. Hoe noodzakelijk een structurele ingreep in het systeem is, werd afgelopen weekend nog eens duidelijk na een publicatie in NRC over alle fouten waarmee de hervorming van dit subsidiesysteem gepaard ging.

Langs elkaar werkende instanties zijn de rode draad in het pgb-drama. De gesignaleerde problemen te lijf gaan met nog een instantie lijkt dan niet de meest logische weg. Tenzij de nieuwe organisatie bestaande structuren overbodig weet te maken, maar daar ziet het vooralsnog niet naar uit. Het oogt ook paradoxaal: een centraal orgaan dat de indertijd bewust ingevoerde decentrale uitvoering moet gaan aansturen en controleren.

Nog ingewikkelder wordt het omdat in afwachting van noodzakelijke wetswijzigingen voor de nieuwe organisatie ook nog een tussenfase is gecreëerd waarbij het Ketenbureau PGB extra taken krijgt toebedeeld. Het toont aan hoe hoog de nood is.

Inmiddels heeft het pgb-uitvoeringsstelsel alle trekken van het in bestuurlijke kringen beruchte tropisch etagebos gekregen. Een onconventionele opschoning waarbij vele belangen moeten worden getrotseerd is zeer gewenst. De kabinetsformatie is hierbij de gelegenheid bij uitstek.

In de categorie bijvangst bij de onthullingen over de pgb-organisatie valt het functioneren van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). In de aanloop naar deze wet in de jaren zeventig was de leidende gedachte dat overheidsstukken zoveel mogelijk openbaar dienden te zijn.

De praktijk blijkt keer op keer anders. Opgevraagde informatie wordt sporadisch gegeven, waarbij dan vaak ook nog de zwarte lakkwast royaal is gehanteerd om passages onzichtbaar te maken. Het verontrustende is dat het bij deze tekstverduistering in veel gevallen niet gaat om gevoelige informatie maar om voor de overheid onwelgevallige informatie. In het eerste geval kan de overheid een beroep doen op de uitzonderingsgronden van de wet, in het tweede geval daarentegen niet.

Een vergelijking met enkele originele stukken en de door de staatssecretaris vrijgegeven stukken laat zien dat hij de wet op dit punt veel te nauw uitlegt. Daarom toch nog maar eens het principe van de WOB: openbaarheid is geen gunst, maar een recht.