Nederland ziet eerste begrotingsoverschot sinds financiële crisis

De Nederlandse staatskas houdt naar verwachting zo’n 200 miljoen over. Dat heeft minister Dijsselbloem in een brief met voorlopige cijfers laten weten.

Foto Emmanuel Dunand / AFP

De Nederlandse overheid heeft een financiële meevaller: dankzij hogere belastinginkomsten dan verwacht en lagere uitgaven in 2016 telt het kabinet een begrotingsoverschot van 200 miljoen euro. In de Najaarsnota van 2016 werd nog rekening gehouden met een begrotingstekort van 3,1 miljard euro (0,4 procent van het bbp).

“Dat is goed nieuws, maar dit zijn voorlopige cijfers”, schreef minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) donderdagochtend in een brief aan de Tweede Kamer. In het Financieel Jaarverslag 2016 dat in mei gepubliceerd zal worden komt de minister met definitieve cijfers.

Het is voor het eerst sinds de financiële crisis in 2008 dat de Nederlandse overheid weer een begrotingsoverschot lijkt te hebben. In 2015 was er nog een tekort van bijna 12,8 miljard euro. Nederland zag voor het laatst een overschot in 2008. Toen hield de overheid 1,4 miljard euro over (0,2 procent van het bbp).

Dijsselbloem zegt nog geen inschatting te kunnen geven van de effecten op de uitgaven voor 2017. Het Centraal Planbureau (CPB) zal eind maart, na de verkiezingen, een nieuw plan publiceren. Eerder deze maand liet het CPB weten voor de komende kabinetsperiode ook al een begrotingsoverschot te verwachten.

Aantrekkende arbeidsmarkt

In september presenteerde Dijsselbloem nog een miljoenennota met een tekort van 1,1 procent van het bbp. Twee maanden later in de Najaarsnota zou dit tekort nog maar 0,4 procent zijn. Nu lijken de stijgende inkomsten van de Nederlandse staatskas dus uit te vallen in een overschot. De minister profiteert vooral van een flink aantrekkende arbeidsmarkt. Ook Duitsland had een begrotingsoverschot in 2016: bijna 24 miljard euro, zo’n 0,6 procent van het bbp.