Column

Lize

Ellen

Deze week ontdekte ik dat mijn moeder een ander heeft. In mijn mailbox vond ik het volgende bericht: „Lieve Lize, papa en ik komen volgend weekend langs, dus denk je er nog even aan de stofzuiger te ontstoppen? Liefs mama.” Nou heet ik bij mijn weten geen Lize en mijn broer en zus ook niet. Dus waarom zou ze in godsnaam tegen een Lize zeggen dat zij en ‘papa’ (een benaming die je alleen tegen je kinderen gebruikt omdat je anders voor kinky wordt aangezien) langs zouden komen?

Misschien was dit het eerste stadium van de vergeetachtigheid die ’s avonds komt, wanneer men slapen gaat, maar mijn moeders hoofd heeft een opslagcapaciteit waarbij die van een kwantumcomputer op een post-it lijkt. Misschien had ze een drukke dag gehad, misschien had ze eerder die dag een leerling gemaild die Lize heet. Maar er was een nog veel geloofwaardiger mogelijkheid.

Want wat als mijn moeder nóg een dochter had. Een kind dat niet per se van vlees en bloed is. Misschien is deze Lize wel het nageslacht waar mijn ouders op hoopten: met de penseeldunne pianovingers van een geliefde grootmoeder, met de prachtige zangstem van een jonggestorven oom. Mijn ouders moeten zich er iets bij hebben voorgesteld toen ze hoorden dat ze zwanger waren. We doen allemaal wel alsof we ons kind onvoorwaardelijk zullen liefhebben, maar dat is lastig vol te houden wanneer we grootvaders aardappelvormige voorhoofd door het donkere water van de echo zien doorschemeren. Ik kan me niet voorstellen dat de verwekkers van Joran van der Sloot zich een Joran van der Sloot hadden gewenst. Als we ons een ideale geliefde of ouder kunnen voorstellen, is het niet meer dan aannemelijk dat ons voorgeslacht ook van ons zekere verwachtingen had.

Mijn moeder houdt zielsveel van haar kinderen, maar ik kan me soms niet aan het vermoeden onttrekken dat ze meer heeft verdiend dan ons. Goed, haar nageslacht heeft diploma’s, werk en een soort van leven. Maar echt makkelijk zijn we nooit geweest. Mijn broer is van ons drie het best gelukt maar af en toe een brombeer, mijn zus en ik hebben een persoonlijkheid die al jaren met medicatie in balans wordt gehouden. Misschien, dacht ik, heeft mijn moeder stiekem een vierde nazaat. Een onzichtbaar kind. Een dochtertje dat geen enkele neiging vertoont tot stemmingswisselingen of hysterie. Als Boudewijn Büch iedereen jarenlang mocht wijsmaken dat hij vader was, dan moet ik mijn moeder een Lize gunnen. Iemand die alles voor je doet. Die gezellig en rustig is, slim maar bescheiden. Die alleen maar relaties heeft met mensen die Van Oranje-Nassau heten. Iemand met wie je nog eens op fietsvakantie wil.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.