Recensie

Inwisselbare visitekaartjes

Vier lijsttrekkers schreven elk een boek over hun drijfveren in de politiek. Alles komt goed, zeggen ze.

De boeken dragen titels als Hoop voor een verdeeld land, De empathische samenleving, Tegen het cynisme, Optimist in de politiek. Best een aardige quizvraag: welke politicus heeft welk boek geschreven? Het zou uitdraaien op puur gokwerk. De vier lijsttrekkers die de afgelopen maanden elk een persoonlijk boek op de markt brachten over wat hen drijft in de politiek hebben volstrekt onderling uitwisselbare titels aan hun werkstukken gegeven.

Hoop voor een verdeeld land, van ChristenUnie-lijsttrekker Gert-Jan Segers zou net zo goed de naam geweest kunnen zijn van het boek van D66-leider Alexander Pechtold die Optimist in de politiek schreef. Maar ook Sybrand Buma, de nummer één van het CDA en auteur van Tegen het cynisme of GroenLinks-belofte Jesse Klaver van het boekje De empatische samenleving hadden één van de andere titels kunnen gebruiken zonder de inhoud van hun boeken maar één letter te hoeven wijzigen.

Het hoort er tegenwoordig bij: een ego-document van de lijsttrekker

Ze zijn van verschillende partijen, maar hun boeken laten vooral zien dat ze in de kern heel erg op elkaar lijken. Allemaal zijn ze behept met een opdracht. ‘Het ambt van volksvertegenwoordiger is voor mij een bijna vanzelfsprekende verantwoordelijkheid. Je zou het plichtsbesef kunnen noemen’, schrijft Sybrand Buma. ‘Als een kans zich aandient om je kwaliteiten in te zetten voor een verbetering van je eigen leven en dat van anderen, om maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen, om idealen te realiseren, dan moet je dat ook doen’, meldt Alexander Pechtold. Gert-Jan Segers wil zich sterk maken voor de toekomst van een sterk land en Jesse Klaver wil ‘weer trots zijn op Nederland.’

Het hoort er tegenwoordig bij: een ego-document van de lijsttrekker in de aanloop naar de verkiezingen. Beststellers worden het nooit. In de reeks nu verschenen boeken laten Sybrand Buma en Alexander Pechtold het meest van zichzelf zien. Beide beschrijven hoe zij door hun opvoeding gevormd zijn. Bij Buma was het de plicht om je capaciteiten ten goede aan te wenden voor de samenleving. Pechtold leerde van zijn ouders dat politieke betrokkenheid iets is ‘dat je gewoon doet’.

Gert-Jan Segers maakt de lezer deelgenoot van zijn eigen zoektocht door middel van gesprekken met anderen, zoals generaal b.d. Van Uhm, Arjen Lubach of Francis Fukuyama. Het boek van Jesse Klaver is weliswaar in de ik-vorm geschreven maar verder vooral een collectief GroenLinks product van zijn campagne-team. De boeken zijn visitekaartjes met van alle vier de gelijkluidende boodschap dat als het aan hen ligt, het wel goed komt met het land. Vinden ze zelf, althans.