Helpt dat hutje op de hei ter inspiratie?

Schrijven Het is een romantisch beeld: je terugtrekken in een afgelegen huisje om eindelijk dat boek te schrijven. Maar wekt een plek buitenshuis werkelijk creativiteit op?

Een bureau met uitzicht op de weilanden, een pot koffie, een schaaltje met koekjes. Scenarioschrijfster Rinske Bouwman (28) had alles in het Friese vakantiehuisje perfect ingericht om eens een week flink te kunnen schrijven aan haar nieuwste theaterstuk. Maar het liep anders, of beter gezegd: het liep niet. „Ik kreeg geen letter op papier, alles wat ik tikte vond ik stom.” Iedere dag probeerde Bouwman het weer, maar die zo gewenste ‘flow’ kwam maar niet. Uiteindelijk typte ze in een week tijd anderhalve scène, waarvan ze de helft later ook nog weg kon gooien. Het voelde voor haar als falen. „Ik wilde niet graag toegeven dat het niet was gelukt. Zelfs tegen mijn oom van wie ik het huisje had gehuurd, zei ik nog: ja, het regende, maar dat was perféct schrijfweer!”

Ook kinderboekenschrijfster Anna Woltz (35) zocht een plek buitenshuis voor inspiratie. Ze huurde voor drie maanden een kamer in New York, met de bedoeling daar een idee voor haar negentiende boek op te doen. Twee maanden lang broedde ze op ideeën, zonder bevredigend resultaat. Uiteindelijk kwam het juiste idee toch, doordat orkaan Sandy de laatste maand over de stad raasde. Het vormt het decor van haar uiteindelijke boek Honderd uur nacht. Maar de tijd vóór die ingeving, had Woltz soms momenten van lichte stress: „New York was fantastisch, maar terwijl ik langs de Hudson liep en pastrami sandwiches at, dacht ik wel: straks kom ik terug en heb ik nog steeds geen verhaal.”

Het is een romantisch beeld: naar een huisje aan zee of het platteland om daar eens ongestoord te kunnen werken aan nieuw creatief werk. Zo schilderde de Spaanse Picasso zijn beste werk in Parijs en schreef Roald Dahl zijn kinderverhalen vanuit een huisje – dat weliswaar in zijn eigen tuin stond, maar toch. Werkt een plek buitenshuis inderdaad inspiratie en creativiteit in de hand?

„Als je er komt met de juiste motivatie wel ja,” zegt Marieke Roskes van de Universiteit Utrecht. Zij doet als organisatiepsychologe onderzoek naar hoe creativiteit en inspiratie werken. „Een werkplek buitenshuis is een goed idee als je eindelijk eens dat manuscript wil afmaken of rustig wat schetsen wilt uitwerken, maar je komt er door internet, telefoons en andere zaken niet aan toe. Maar zit je verlegen om überhaupt een creatief idee, dan is het beter om actief dingen te ondernemen. Een nieuwe omgeving zoals New York is in dat geval effectiever dan ontspannen naar de zonsondergang te kijken.”

Wat in ieder geval niet helpt, zegt Roskes, is naar een uithuizige werkplek gaan vanuit stress. „Die druk dat het daar dan móet gebeuren, die ondermijnt creativiteit.” In de psychologie heet dat het verschil tussen ‘vermijdingsmotivatie’ en ‘streefmotivatie’. Je kunt streven naar succes of vermijden dat je faalt. Streven naar succes is effectiever, maar het uitschakelen van die angst om te falen kan best lastig zijn. Zeker als er een prestigieus project moet worden afgerond. „Zaak is om die druk bij jezelf weg te nemen. Dus begin bijvoorbeeld met een makkelijk stukje; dan kun je daarna makkelijker bedenken wat ervoor of erna kan. En sta jezelf toe om fouten te maken; goede ideeën komen júist na drie keer een stuk te hebben herschreven of aangepast.”

Kan je inspiratie wel opwekken?

De vraag doemt op wat inspiratie nou eigenlijk is? Kun je inspiratie zelf opwekken, of overvalt het je af en toe zonder daar invloed op te hebben? „Een sluitende definitie is lastig,” zo zegt universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma. Hij doet onderzoek naar hoe creativiteit zich bij mensen ontwikkelt. „Een definitie van inspiratie zou kunnen zijn: het moment dat mensen aan het creëren zijn en alles op z’n plek valt. Maar dat is meteen al problematisch: wat moet dan op z’n plek vallen? En wanneer gebeurt dat dan?”

Inspiratie is in ieder geval een grillige staat van zijn, volgens Breeuwsma. Inspiratie kun je niet bestellen. Je kunt hoogstens je omgeving zo inrichten dat die het gunstigst is om creatief te zijn. „Zo weet ik dat schrijver A.F.Th. van der Heijden zulk goed werk aflevert door zichzelf een strikte discipline op te leggen. Hij schrijft op vaste tijden, maakt minutieuze schema’s met het verloop van zijn roman en houdt knipselmappen bij. Met die omstandigheden faciliteert hij zijn eigen talent. Vergelijk het met het sporter die voor een bepaalde prestatie in vorm wil zijn. Maar soms, alle voorbereidingen ten spijt, komt de vorm ook niet. In het werk van creatieve professionals zie je dan ook altijd fluctuaties.”

Maar grillig of niet; we moeten volgens Breeuwsma niet doen alsof inspiratie iets mythisch is waarop we geen invloed hebben. „Domweg in een hutje op de hei gaan zitten en wachten tot die inspiratie je binnenvalt, is geen goed idee. Iedereen moet voor zichzelf zoeken wat de juiste fit is om zijn of haar creativiteit aan te boren, maar – goed nieuws! - er valt dus wat aan te doen.”

En dat ‘doen’ zou wel eens geholpen kunnen worden door wat minder uur op een dag te gaan werken. Klinkt tegenstrijdig misschien, maar de Amerikaanse historicus en futuroloog Alex Soojung-Kim Pang, beschrijft in zijn recent verschenen boek Rust in uitvoering hoe een korte werkdag de creativiteit bevordert. Die bevinding deed hij overigens niet helemaal zelf; het is afkomstig uit het Victoriaanse tijdperk. Pang ontdekte dat de mensen destijds slechts vier uur per dag werkten; tussendoor pakten ze bewust hun rust, om hun brein in die modus door te laten werken. Uit hersenscans van nu blijkt dat in die rustperiode daadwerkelijk een gedeelte van het brein actief wordt waar de hersenen aan het creatieve probleem blijven werken. Vanuit daar kan je het gevoel hebben ‘opeens’ inspiratie te krijgen. Pang in een eerder interview met NRC: „Rust is niet alleen een fysieke noodzaak, we moeten het gaan zien als een kans, als iets dat onze creativiteit bevordert.”

Inspiratie is dus tot op zekere hoogte af te dwingen. Door rust te nemen, zelfdiscipline op te brengen, en – zo zegt Marieke Roskes van de UU – de tijd te nemen de creatieve plannen uit te werken. Roskes: „Je hebt een doel: een lied componeren, een theatertekst schrijven, een rapport opmaken. Of dat lukt, is afhankelijk van twee dingen: je moet gemotiveerd zijn én je moet er tijd in stoppen. Zo simpel is het. Je moet alle opties in je hoofd af willen gaan om te wegen of dáár dat ene briljante idee ligt. Daardoor kom je op creatieve ideeën, en dus niet door die zogenaamde mythische inspiratie.”

    • Jette Pellemans