Recensie

In de rij voor een fameuze Japanse maaltijdsoep

Foto Rien Zilvold

Voor het nieuwe Düsseldorf moet je naar het oude Beijing. Want kon je tot voor kort voor dimsum- en andere Chinese gerechten terecht in het eethuis aan de West-Kruiskade dat naar de hoofdstad van de Volksrepubliek was genoemd, op die plek zit nu het Japanse ramenrestaurant Takumi Düsseldorf.

Japans, ramen (= Japanse noedelsoep) en Takumi (volgens Google Translate het Japanse woord voor ambachtsman) — tot zover duidelijk. Maar hoezo Düsseldorf? Omdat daar in 1995 de heren Saeli en Okada hun eerste zaak begonnen en zo de basis legden voor het concern Brickny Europe dat in enkele Duitse steden, met de nadruk op Düsseldorf, Japanse restaurants en bars met verschillende formules uitbaat.

Er zijn verhalen bekend van mensen die vanuit Nederland naar Düsseldorf reisden met als enig doel het leegslurpen van een kom ramen bij Takumi. Die ramen moet dus meer dan zomaar een noedelsoepje zijn. Dat vermoeden werd bevestigd toen zich kort na de opening van de Rotterdamse vestiging een week of wat geleden, rijen wachtenden vormden op de West-Kruiskade.

Geen gedrang op de stoep als ik me op maandagmiddag tegen tweeën voor de deur van Takumi vervoeg. Binnen zit het vol: alle tafeltjes zijn bezet, een vriendelijke jongeman geeft me een plek aan de eetbar. Door een opening in de wand van het rechterdeel kun je in de keuken kijken waar het stoomt en sist. De wanden zijn rijkelijk versierd met houten latten waartegen fotolijstjes en paneeltjes met Japanse teksten zijn opgehangen, aan het plafond hangen Japanse lampions. Onder een afdakje in het gedeelte links zit je intiem in met afhangende kabels van elkaar gescheiden nissen.

De levendigheid in de zaak wordt vergroot door de veelkoppige bediening, veelal met Aziatische roots, die met volle bladen door de drukbeklante zaak slalomt. Wat de klandizie betreft, ben ik zo’n beetje de enige kaaskop. De man die aan de hoek van de eetbar zit, verklaart de volle bak: „Op maandag zijn veel Chinezen vrij, de meeste Chinese restaurants zijn dan dicht. Ikzelf ben uit nieuwsgierigheid gekomen. Ik zag die rij voor de deur, dat heb je niet vaak.”

Ik krijg een klemplankje met een velletje waarop ik mijn bestelling kan noteren. De ober legt uit: aan de ene kant van de geplastificeerde kaart — formaat placemat — staan de verschillende soorten ramen, aan de ommezijde de andere gerechten. Voor wie het Japans niet meester is, staat de vertaling in het Nederlands en in het Engels erbij en anders bieden de kleurenfoto’s van de onderscheiden schotels uitkomst.

Terwijl ik de plaatjes vergelijk, bestel ik een glas wijn. „We hebben alleen chardonnay en merlot,” zegt de jongen. Ik houd het op wit. Groot is mijn verrassing als ik een flesje van een kwart liter krijg. Dat was vroeger ook zo toen het hier nog Beijing heette. Wellicht stuitten de nieuwe eigenaren op een flinke voorraad eenpersoonsflesjes of was die bij de koop inbegrepen. Hoe dan ook had ik natuurlijk voor sake moeten gaan, bedenk ik te laat.

Het bestelde voorgerecht, gyoza met kipvulling (4 euro 80), komt redelijk snel. Goed deegje, smakelijk, maar de inhoud is veel warmer dan de buitenkant. Je krijgt er saus bij om in te dopen, maar geen wasabi. Misschien hoort dat niet bij dit gerecht, maar ik houd wel van zo’n opkikker.

Het duurt dan bijna een uur voordat, nadat ik navraag heb gedaan, mijn buta-tama tonkotsu ramen (13 euro 50) alsnog wordt geserveerd. Dat vind ik lang, ook al waardeer ik de ambachtelijke bereiding van de noedels die helemaal uit Japan moeten komen. Het ei is perfect zachtgekookt, de bouillon is lekker romig en de kip heeft iets pittigs.

Alles bij elkaar goed genoeg om voor terug te komen, ook omdat ik een spaarkaart meekreeg: bij twintig stempels een gratis ramen.

is culinair recensent.