Hoezo geen brug maar meer pontjes over het IJ? Een brug heeft zoveel meer voordelen

Sprong over het IJ

Geen bruggen maar meer ponten, betoogt Ruud van Dijk in deze krant [Brief 18 februari, pagina A8, red.]. Maar wat mij betreft graag ook meer steekhoudende argumenten. Als voorstander van een brug over het IJ ben ik al vijf jaar bezig denkfouten en ‘alternatieve feiten’ te ontkrachten. Er is de afgelopen jaren namelijk genoeg onafhankelijk onderzoek gedaan. De uitkomst is dat bruggen over het IJ in alle opzichten (technisch, financieel, ruimtelijk) wenselijk zijn.

Toch vindt de heer Van Dijk het maar een ‘onzalig plan’, weggegooid geld. Dit ondanks het feit dat onderzoek aangeeft dat bruggen de meest duurzame en kostenefficiënte manier zijn om grote groepen langzaam verkeer het IJ over te krijgen. Veel en veel goedkoper dan ponten. Die zijn vervuilend, traag, gaan minder lang mee en hebben enorme exploitatie- en onderhoudskosten. Als je de twee opties – wel of geen brug – tegen elkaar afweegt, zal het níét bouwen van de brug over het IJ de gemeente Amsterdam op lange termijn miljarden kosten aan schade en gederfde inkomsten.

De Buiksloterweg dé bottleneck voor fietsers en voetgangers? Dat lijkt te kloppen, maar het is niet zo. Het Buiksloterwegveer is het enige met een 24-uurs verbinding en een redelijke frequentie. Dan krijg je automatisch een bottleneck. Gespreid liggende hoogfrequente 24-uursverbindingen lossen de nodeloos geconcentreerde stroom pontgangers op. De meeste inwoners van Amsterdam wonen overigens in de verticale as van de toekomstige Stenen Hoofdbrug. Deze wordt ten onrechte vaak de ‘westflank’ genoemd. Kijk even op Google maps en zie: het Stenen Hoofd ligt loodrecht boven de Dam.

Wat die tunnel betreft: het team van de Noord/Zuidlijn heeft er uitgebreid over gesproken, en deze optie resoluut van tafel geveegd. Een fiets- en voetgangerstunnel is unheimisch en moet dieper onder het IJ liggen dan een brug hoog is. Met een kilometerslange tunnel tot gevolg. Bovendien zijn tunnels gemiddeld vier à vijf keer duurder dan bruggen.

Dan dat eeuwige gezeur over die hoogte. De brug over het IJ hoeft niet hoger dan 10 meter te worden. Overal in Nederland fietsen mensen zonder veel moeite over dat soort bruggen. Een obstakel voor de scheepvaart? Hij kan gewoon open voor zeilboten en hoge objecten. De belangrijke economische binnenvaart vaart moeiteloos onder de 9 meter plus een beetje – zoals op alle drukbevaren waterwegen van Nederland. Ook qua doorvaartbreedte is het IJ eerder aan de ruime dan aan de smalle kant. De Passenger Terminal? Gaat verplaatst worden – en hij had er in 2000 natuurlijk nooit gebouwd mogen worden. Fout nu hersteld.

Wacht even, als de Noord/Zuidlijn eenmaal rijdt… Nee, nee, nee. De metro geeft een grote impuls aan Noord, maar fietsers mogen in de ondergrondse niet mee. Bovendien moet je ervoor betalen. Het fietsverkeer van en naar Noord zal juist tóénemen.

Maar die schattige pontjes en dat schitterende open IJ dan? Romantici, heb geen angst, bruggen zijn ook mooi en romantisch. Los daarvan: het IJ wordt niet geasfalteerd, er komen op 10 kilometer IJ-oever hooguit enkele bruggen. De ponten raken we niet helemaal kwijt, want de komende decennia groeit Amsterdam aan weerszijden van het IJ met 140.000 inwoners. Die willen – samen met de honderdduizenden die er al wonen – oversteken. Aanvullend pontvervoer blijft nodig.

Waarom moeten in de brugdiscussie steeds weer dezelfde onvalide argumenten ontkracht worden? En waarom krijgen al die belangrijke voordelen van een brug nauwelijks aandacht? Enorme reistijdwinst, milieuvriendelijkheid, fysieke gezondheid door toenemend fietsgebruik, de ontwikkelbaarheid van kwetsbare wijken in Noord. En bovenal: zichtbare verbondenheid van Noord met het centrum – een goed symbool in tijden van tweedeling.

Bas Kok, auteur ‘Oerknal aan het IJ’