Hoe een prentenboek perfect wordt

Elke week bespreekt NRC online een nieuw kinderboek. Deze week: drie prentenboeken. Welke is de beste, en waarom?

Een goed prentenboek is pas goed als het geheel goed is: een slappe tekst kan een prentenboek maken of breken, briljante illustraties bepalen niet alles – en andersom (zoals in Alle dieren drijven, dat ik vorige week besprak: een nieuwe tekst haalde het beste naar boven in het beeldverhaal). Het geldt niet helemáál andersom: de tekeningen zijn nét iets belangrijker. Slappe tekst kun je als vooruitstrevende voorlezer nog aanpassen of helemaal achterwege laten, en het boek door de illustraties laten dragen.

Hier en daar wat weglaten zou mijn advies zijn bij Ik wil een leeuw! van Annemarie van der Eem en Mark Janssen, want daar zijn de illustraties beter dan de wat langdradige tekst. Het volgt een vast, beproefd prentenboekstramien: Sjuul wil graag een huisdier, maar moeder verwerpt optie na optie – geen nijlpaard, geen geit, geen leeuw. Een goudvis of een wandelende tak kan-ie krijgen. Illustrator Janssen excelleert, zijn sprekende tekeningen zijn minstens zo exuberant als in zijn vorige, eigen prentenboek Niets gebeurd – Janssen heeft als prentenboekenmaker echt zijn stijl gevonden. De verbeelde wildheid sluit geweldig aan bij Sjuuls wildedierenwensen. De interieurs, die netjes moeten blijven van moeder, zijn ook perfect, zonder steriel te worden. Bij zoveel vernuft steekt de tekst van Van der Eem bleek af: die is gewoontjes en volgens het boekje, beschrijft weinig dat we niet ook al zien, en dan wat trager.

Dat zit beter in Laat maar los, Koala van Rachel Bright en Jim Field, dat hier werd vertaald door dichteres Bette Westera – op rijm dus. Vorig jaar verscheen van dit Britse duo al De leeuw in de muis, dat vooral vanwege Fields illustraties imponeerde, en minder door Brights verhaal. Dat is nu weer zo: de illustraties verbluffen, meteen al, waarbij ze doen denken aan het moois dat Disney tegenwoordig laat zien in zijn animatiefilms. En er zit letterlijk veel diepte in: eerst junglenatuurschoon in groothoekperspectief, dan een hardloopwedstrijd van dieren waar veel diepte in zit, dan de boom waarin Koala veilig en rustig hangt en waaruit hij niet naar beneden wil komen, vanuit een groots schuinbovenperspectief.

Die perspectiefwisseling blijft een kracht van dit boek – zonder dat het een rommeltje wordt. Het verhaal is wel weer buitengewoon Disney-blij, en daardoor weinig verfijnd: Koala komt na aarzelingen toch uit zijn boom. Dat zet Bright nog eens extra aan met hoofdletters: ‘Zo LEUK kan het zijn om iets NIEUWS te proberen.’ Maar: de illustraties wegen zwaarder.

Een perfecte wisselwerking tussen tekst en beeld zit in het hilarische prentenboek Heb jij misschien Olifant gezien? van de Britse prentenboekenmaker David Barrow, waar beeld en tekst terecht hun eigen rol spelen. De tekeningen van Barrow zijn ambitieus van opzet en wasemen toch een knus gevoel, door de intense contrasten en de sterke, maar bedekte kleuren. (Over kleur gesproken: een zwart jongetje is hier de hoofdpersoon, zonder dat dat ook maar een rol speelt in het verhaal – dat zie je eigenlijk nooit. Het is hier normaal. Zo wérkt diversiteit.)

Het uitgangspunt is al heerlijk absurd: een jongetje gaat verstoppertje spelen met zijn olifant, die in de tekst waarschuwt daar ‘HEEL ERG goed’ in te zijn. De absurditeit is de grote kracht van dit boek: die verstopte olifant is natuurlijk allesbehalve onzichtbaar. Maar de tekst volgt daarin het beeld niet. ‘Welke olifant?’ vraagt vader zijn zoekende zoon, terwijl zij kennelijk niet zien dat er een olifant in de kamer zit, recht voor hun neus. Het fervent kwispelende hondje van de hoofdpersoon ziet hem trouwens wél.

Dat is gegarandeerd lachen, als je dat aan een kind voorleest, en het toont ook nog iets leerzaams over het concept doen-alsof, en de lol van spelen. Als we spelen dat we Olifant niet zien, is dat leuk: hier wordt de willing suspension of disbelief, de kracht achter alle fictie, even handig op kindermaat uitgelegd. In alle opzichten een perfect prentenboek.