Handel in vertedering

De Citroën C3 is een prima autootje, vindt . De vering is niet goed maar verder is hij cool en snel.

Ik val buiten de doelgroep. Maar ik kan wel zeggen wat ik namens zijn klandizie van de nieuwe Citroën C3 verlang: dat het een lief autootje is. Een autootje dat mij, nadat ik 20 mille heb gespendeerd, de argumenten toespeelt voor de smoes dat ik met meer bestedingsruimte toch uit vrije wil voor deze had gekozen. Omdat hij lief is en de BMW die ik niet kon betalen lekker saai en stom. Opdat maar niemand mij van financiële onmacht zal verdenken. Een auto die je je waardigheid gunt.

Die gunfactor is het geheim van dit soort autootjes. Vergelijkende tests die zit- en bagageruimte, verbruik en uitrustingsniveau van de C3 toetsen aan de stand der dingen bij de concurrenten hebben dan ook weinig zin. Zo kiest de klant niet. Of het kleintje nu Corsa, Clio of Polo heet, technologische meesterwerken zijn het geen van alle, want perfectie kan niet voor dat geld. Nee, de koper moet voor het machientje vallen.

In het B-segment waartoe de Citroën behoort draait het niet om kwaliteit, die in dit geval niet dramatisch achterblijft bij Opel of zelfs Volkswagen, maar om de sfeer. Dit is handel in vertedering. Klein moet cute zijn en een tikje feminien, omdat een groot deel van de markt voor dit formaat nog steeds uit vrouwen bestaat. Anderzijds moet hij niet zo soft worden dat mannen er de vingers niet aan willen branden.

Daar is een middel tegen, het gulden gendermidden dat leuk stoer heet. De stijl die vrouwen ruig vinden en mannen tof, om een idee te geven.

Snoezig

Daar doen de fabrikanten van die autootjes massaal hun best voor. Met dakjes en spiegels in contrastkleuren – de testauto is wit met een rood dak en rode spiegels – en een speels interieur dat de C3 gelukkig ook heeft. Goddank is het niet té leutig uitgevallen. Goed leesbare en smaakvol ontworpen analoge klokken zijn gevat in een klassiek gehouden dashboard van bescheiden proporties.

De charmante ventilatieroosters met geronde hoeken zijn een vondst. Minder fijn is het uit de Citroën Cactus overgenomen multimediascherm, een touchscreen waarin ook de airco en de ventilatie zijn ondergebracht. Een dom besluit, dat de bediening van vitale functies hinderlijk omslachtig maakt.

Troost is dat je de navigatie makkelijk het zwijgen oplegt. Ik zet hem ook op vertrouwde routes vaak aan om me bij files tijdig te laten omleiden, maar zoek me dan na het verlaten van de snelweg vaak gek naar de uitknop, terwijl die robotstem maar doortettert. In de C3 verschijnt na aanraking van het scherm direct een icoon met het commando ‘routebegeleiding stoppen’. Dat zijn de kleine genoegens van een kleine Citroën.

Een aangename overeenkomst met de Cactus zijn de airbumps, de zachte stootkussens op de deuren. Snoezig – sorry, ik bedoel leuk stoer – en handig tegen openslaande deuren op parkeerterreinen. Hoe het volgens Citroën zon- en krasbestendige ‘thermoplastische polyurethaan’ er over tien jaar uitziet, zien we dan wel weer. Geestig aan de hoge neus zijn de lichtclusters in drie etages. Boven de led-dagrijverlichting, overlopend in de verchroomde grille met Citroën-logo, daaronder de koplampen, helemaal onderin een nis de mistlampen, gevat in rode sierlijsten.

Zijn prestaties zijn verrassend goed. De C3 bevestigt de regel dat je voor vlot en stil niet meer naar grotere modellen hoeft te grijpen; zo klein is hij met haast vier meter trouwens ook weer niet.

Het geruisarme turbo-driecilindertje met 110 pk en vijfversnellingsbak maakt van de Citroën geen GTI, daarvoor is hij net te wiebelig, maar het scheelt weinig. De trekkracht van 205 Nm, en dat al bij 1.500 toeren, is imposant voor zo’n klein motortje. De maar 951 kilo zware C3 trekt als een lier. Het verbruik van circa 1 op 16 is in de pas met de consumptiecijfers bij de concurrentie.

De zwaarwegendste klacht is dat hij ook bij lage snelheden stevig bonkt op verkeersdrempels. Vering en demping achter moeten bij Citroën terug naar de tekentafel. Ik kan het hebben, maar opa en oma achterin zullen niet blij zijn.

En de bagageruimte? Driehonderd liter, ex aequo met de Clio, zesentwintig minder dan de Hyundai i20, maar twintig meer dan de Polo en de Corsa. Tast toe, enfants de la patrie!