‘Goedkope Pool voedt populisme in Nederland en EU’

Arbeidsmarkt

Verdringing door Oost-Europeanen is lastig aan te tonen. „Toch is het goed dat Asscher strijdt tegen oneerlijke concurrentie.”

De werkplaats van de Nederlandse Aspergeteler Grubbels. Hij heeft alleen maar Polen in dienst. Foto Merlin DalemanI

Met de leuze ‘gelijk loon voor gelijk werk’ zet Lodewijk Asscher, die vrijdagmiddag deelneemt aan het lijsttrekkersdebat van Radio 1, zich in de verkiezingscampagne af tegen ‘Europa’. „De EU werkt te veel voor de grootste ondernemingen en tegen werknemers en het MKB.”

Het klinkt als de SP, maar het staat op Asschers persoonlijke PvdA- pagina. In een interview met de BBC ging hij nog verder. „Vrij verkeer is synoniem geworden aan een race naar de bodem, met het ondergraven van lonen, met oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. (…) Op de bouwsteiger kun je een Roemeense of Portugese schilder vinden die precies hetzelfde werk doet als een Nederlandse schilder direct naast hem, terwijl hij twee-, drie-, vierhonderd euro minder mag verdienen. Dat betekent natuurlijk dat de Nederlandse schilder zonder werk komt te zitten.”

Als dat waar is, dan is het logisch dat de Partij van de Arbeid daar wat tegen wil doen. Toch is niet aangetoond dat verdringing door ‘goedkope Oost-Europeanen’ tot werkloosheid leidt onder Nederlandse werknemers.

Verschuivingen onderzocht

In opdracht van Asscher, als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onderzocht SEO Economisch Onderzoek in 2014 verschuivingen op de arbeidsmarkt. Tussen 2001 en 2011 nam het aandeel buitenlandse werknemers op de Nederlandse arbeidsmarkt toe van 4,9 procent naar 7,7 procent. Het ging vooral om werknemers uit Midden- en Oost Europa. In 2011 waren het er ruim 250.000, tegen enkele tienduizenden in 2001.

SEO concludeerde dat Nederlandse werknemers, in sectoren als de bouw, landbouw, industrie en transport, niet massaal waren uitgestroomd naar werkloosheid. De meesten waren nog steeds aan het werk, deels in een andere sector. Het verschilde per persoon of iemand, bijvoorbeeld als zelfstandige, beter of slechter af was dan voorheen.

Door gelijktijdige, op elkaar ingrijpende economische processen viel de omvang van de verdringing niet te bepalen. Ook in 2014 schreef de Sociaal-Economische Raad dat de totale verdringingseffecten in Nederland beperkt zijn, maar dat daar in bepaalde sectoren wel sprake van kan zijn.

Hoewel verdringing in Nederland volgens hoogleraar arbeidsrecht Mijke Houwerzijl (Universiteit van Tilburg) lastig aantoonbaar is, vindt ze het toch goed dat Asscher al jaren tegen oneerlijke concurrentie strijdt. „Ook al doet het zich misschien eerder sectoraal voor dan op macroniveau, het leidt wel tot scheve gezichten. Perceptie is ook een feit. Als je dit niet aanpakt, blijft de Oost-Europese werknemer de zondebok”, zegt Houwerzijl.

Lodewijk Asscher heeft zich in Brussel vooral hard gemaakt voor aanpassing van de detacheringsrichtlijn. Die maakt het mogelijk dat werknemers via Oost-Europese uitzendbureaus in Nederland werken. Daarbij krijgen ze in Nederland vaak het minimumloon, terwijl Nederlandse werknemers daar meestal boven zitten. Ook worden in het thuisland sociale premies afgedragen. Houwerzijl: „Zo werken Oost-Europeanen al snel 20 procent goedkoper.”

De detacheringsrichtlijn werd twintig jaar geleden ingevoerd toen nog geen sprake was van EU-uitbreiding met Midden- en Oost-Europese landen, waar arbeidsvoorwaarden minder gunstig zijn. Het idee was de papierwinkel bij grensoverschrijdende arbeid te beperken door niet te eisen dat Duitse gedetacheerde werknemers geheel volgens de Nederlandse cao moeten worden uitbetaald. Stimulering van loonconcurrentie, zoals sinds de EU-uitbreiding gebeurt, was nooit de bedoeling.

Houwerzijl en vakbond FNV vinden het geen bezwaar dat woningen of infrastructurele projecten prijziger worden na een aanpassing van de detacheringsrichtlijn als gevolg van duurdere arbeid. Vicevoorzitter Catelene Passchier van de FNV wijst erop dat oneerlijke concurrentie munitie geeft aan populisten die de hele EU onderuit willen halen.

“Dat is ook ons argument naar de Europese Commissie en Oost-Europese lidstaten”, zegt Passchier.

„Als we zo doorgaan is er straks helemaal geen vertrouwen meer in de Europese samenwerking. Dan wordt het alleen nog maar lastiger grensoverschrijdende arbeid goed te regelen.”