Recensie

Een autist met een inwendig vulkaantje

Erkenning als dichter kreeg Erik Jan Harmens (1970) al vanaf het begin van zijn loopbaan, maar als romanschrijver viel hem pas succes ten deel bij het autobiografische Hallo Muur: hij kreeg goede kritieken, belandde op de longlist van de Librisprijs en, niet onbelangrijk, er volgden vele herdrukken.

Terecht, dat succes, want Hallo Muur (2015) was een schurend boek over, met name, Harmens’ jarenlange afhankelijkheid van de kruik. Het was zo opgeschreven dat je in de alcoholnevel het portret zag opdoemen van iemand die zo introvert was dat hij wel móést drinken om het allemaal enigszins behapbaar te houden. Anders gezegd: je las over slempen, maar ergens achter die woorden zag je de slemper zitten, en dat was een meer dan treurig stemmend beeld.

Harmens beschouwt opvolger Pauwl ‘in tegenstelling tot eerder werk’ als fictie. Laten we het er op houden dat Harmens zijn draai als fictieschrijver nog moet vinden, want het resultaat lost de hooggespannen verwachtingen nauwelijks in.

Het boek gaat over Paul, een autistische jongen, die vertelt over zijn leven. Hij woont in een gezinsvervangend tehuis en leidt een leven vol regelmaat. Dat is wel zo ongeveer wat je je voorstelt bij iemand met autisme. Hoofdstuktitels worden gevormd door cijfers in plaats van letters, waarschijnlijk om Pauls hang naar het exacte te benadrukken.

Harmens heeft een behoorlijk vulkaantje in Paul gebouwd: als hij tegen mensen aanloopt die afwijken van het gebruikelijke, is hij zijn woede amper de baas. Hij heeft dan zin om een ‘gezicht helemaal kapot te slaan’, of ‘een haak uit een mixer te trekken en er Peters ogen mee uit te steken: TSAK! TSAK!’ of hij denkt er aan ‘hoe het zou zijn om met mijn duimen hun oogballen naar binnen te drukken’. Nee, een rijk, gevarieerd, tot de verbeelding sprekend geestesleven schotelt Harmens ons met Paul niet voor.

De plot dan? Die vertoont gelijkenis met Inge Schilperoords Muidhond (2015). Waar zij het gebrek aan controle van een pedoseksueel illustreerde met het sterven van een vis, daar knijpt bij Paul op zeker moment zijn hagedis er tussenuit.

Het gaat bij Harmens om de kleine belevingswereld van mensen; iets abstracters voegt hij er niet aan toe. Dat kan een prima uitgangspunt zijn, maar voorlopig minder vruchtbaar dan de verhalen die hij opdist over de tijd dat hij zelf nog op de wilde vaart leefde.