De dood van het vliegtuigstoelscherm

Vliegtuigmedia

Meer luchtreizigers kijken films en series op hun eigen telefoons en tablets. Moeten luchtvaartmaatschappijen dan blijven investeren in ‘in-flight entertainment’?

Het grootste voordeel van stoppen met stoelschermen is gewichtsbesparing. Foto iStock

Ooit klapte bij lange vluchten het beeldscherm uit het plafond van de vliegtuigcabine. Alle passagiers keken naar dezelfde film, op hetzelfde moment. Het was knus, een vliegende bioscoop met veel slapende bezoekers. Wie wat verder van het scherm zat had pech. Het scherm aan de achterkant van elke stoel was een revolutie, met veel meer keuze aan films, tv-programma’s en spelletjes. De zichtlijnen zijn altijd goed.

De individualisering schrijdt voort. Het is tijd voor een volgende fase in de wereld van het in-flight entertainment: de dood van het stoelscherm. Luchtvaartmaatschappijen nemen afscheid van het scherm in de stoel omdat passagiers liever hun eigen smartphone, tablet of laptop gebruiken om films of tv-series op te bekijken, of andere dingen te doen op internet. Ze streamen liever hun eigen vermaak. Wifi op grote hoogte, boven land via zendmasten en boven zee via satellieten, is de laatste paar jaar sterk verbeterd.

Stopcontact bij stoel

American Airlines, ’s werelds grootste luchtvaartmaatschappij met een vloot van ruim 1.500 vliegtuigen, kondigde vorige maand aan dat Boeing op verzoek van de maatschappij geen schermen aanbrengt in de nieuwe B737 MAX-vliegtuigen die in de loop van dit jaar zullen worden geleverd. De kosten die daarmee worden bespaard investeert American in sneller internet. Meer dan 90 procent van de American-passagiers neemt een eigen apparaat mee. Daarom krijgt de helft van alle toestellen in de Verenigde Staten voor eind 2018 een stopcontact bij de stoel.

Vooral de Amerikaanse maatschappijen zijn ver gevorderd met de overgang, die vooral wordt doorgevoerd op binnenlandse vluchten. Alleen JetBlue en Virgin America hebben uitsluitend schermen in hun vliegtuigen, de rest combineert beide opties. Het Australische Qantas introduceert vanaf eind deze maand Netflix en Spotify op binnenlandse vluchten, via een wifiverbinding van 12 megabit per seconde, tien keer sneller dan normaal vliegtuiginternet. De beide streamingdiensten bieden de Qantas-passagiers een maand gratis gebruik aan.

Andere maatschappijen delen iPads uit; te huur in economy, gratis in businessclass. Dat kan met twee varianten: de maatschappij zet er zelf content en apps op of zorgt voor een streamingmogelijkheid en biedt toegang tot internet.

Het grootste voordeel voor luchtvaartmaatschappijen is wellicht onverwacht: gewichtsbesparing. In de luchtvaart is gewicht cruciaal: hoe zwaarder het vliegtuig, hoe meer brandstof het verbruikt, dus hoe duurder. American berekende ooit dat de overstap van papieren instructieboeken naar iPads voor piloten een besparing oplevert van 1,2 miljoen dollar per jaar. In een vliegtuig met 250 stoelen kost het inbouwen van stoelschermen drie miljoen dollar per jaar, plus 90.000 dollar per jaar aan extra brandstof door het gewicht van kabels. Ook prettig: kapotte beeldschermen door agressief touchscreen-gebruik hoeven niet meer te worden vervangen.

Ruziënde kinderen

Voor passagiers biedt de overstap naar internet nog meer mogelijkheden voor maatwerk. Netflix-verslaafden hoeven niet meer af te kicken tijdens een lange vlucht, films met vliegtuigcrashes zijn niet langer taboe. Weekblad The Economist sprak onlangs in een commentaar wel de verwachting uit dat videostreaming waarschijnlijk snel een aparte kostenpost wordt voor de reiziger, vergelijkbaar met andere opties waar maatschappijen de passagier voor laten bijbetalen. Tarieven voor internetgebruik zijn gemiddeld rond de 15 dollar per dag. Een ander mogelijk nadeel: ruzie tussen kinderen, omdat niet elk kind zijn eigen tablet heeft.

KLM heeft geen plannen om de beeldschermen af te schaffen, laat een woordvoerder weten. Wel hebben de nieuwe Dreamliner-toestellen standaard wifi en zijn vanaf eind dit jaar nog eens 29 B777’s en 12 A3330’s uitgerust met wifi. Met Air France heeft KLM daarvoor een contract afgesloten met de Amerikaanse leverancier Gogo, die gebruik maakt van het satellietsysteem 2Ku. Transavia start in april met het testen van AirFi.

Vijf jaar geleden liet een marketingdirecteur van Air France-KLM zich nog ontvallen dat hij weinig vertrouwen had in de nieuwe ontwikkeling. Hij keek liever naar een beeldscherm dan „naar een tablet die ik op mijn knieën moet balanceren”. Anderen vragen zich bezorgd af hoe dat moet: maaltijd en tablet tegelijk op dat krappe tafeltje. Dat knusse bioscoopgevoel was zo gek nog niet.