Boedapest stapt uit race om Olympische Spelen

Een affiche met de Hongaarse schermkampioen Aron Szilagyi, ter ondersteuning van de kandidatuur van Boedapest voor de Spelen van 2024. Foto Attila Kisbenedek/AFP

Boedapest heeft zich teruggetrokken als kandidaatstad voor de Olympische Spelen van 2024. Dat maakte de Hongaarse regering woensdagavond bekend. De regering noemde het in een verklaring „ondenkbaar dat de stad een succesvolle olympische kandidatuur kon opzetten” omdat de „benodigde eenheid” zoek is.

De Hongaarse hoofdstad behoorde met Parijs en Los Angeles tot de overgebleven kandidaatsteden waartussen het Internationaal Olympisch Comité in september een keuze zou maken. Maar een aanzienlijk deel van de bevolking van de stad en van de Hongaarse oppositie had zich tegen de Spelen gekeerd.

Dat was op het conto te schrijven van Momentum, een nieuwe politieke beweging bestaande uit een honderdtal Hongaren geboren rond de omwentelingen in Oost-Europa van 1989. Met de steun van een duizendtal vrijwilligers verzamelden ze meer dan 266.000 handtekeningen voor hun ‘NOlimpia’-petitie tegen de Spelen: ruim genoeg om een referendum af te dwingen onder de bewoners van Boedapest.

Hun boodschap: zo’n duur evenement – de Spelen zouden volgens een haalbaarheidsstudie meer dan 1 triljoen forint (3,5 miljard euro) kosten en dat was volgens Momentum nog een veel te optimistische schatting – hoort niet thuis in een land waar gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur te wensen overlaten. In een peiling bleek 51,95 procent van de inwoners van Boedapest het daarmee eens te zijn.

Net als Hamburg en Rome

In 2015 maakte Hamburg reeds een einde aan haar kandidatuur na een negatief referendumresultaat. Ook Rome trok zich terug om een campagnebelofte van burgemeester Virginia Raggi waar te maken. Maar in Hongarije had het verzet nog een bijkomende politieke lading.

Toen Momentum-leider András Fekete-Györ, een 27-jarige advocaat, afgelopen vrijdag een kar vol petitieformulieren binnenrolde in het gebouw van de hoofdstedelijke verkiezingscommissie, zorgde hij voor een stevige deuk in het prestige van de sportgekke minister-president Viktor Orbán. De nationaal-populistische premier was een geestdriftig pleitbezorger het meest prestigieuze sportevenement ter wereld voor de eerste keer naar Hongarije te halen.

Fekete-Györ en zijn mede-activisten maakten er geen geheim van: de NOlimpia-campagne is wat hun betreft een opstapje geweest naar de vorming van een oppositiepartij die een „alternatieve visie” voor Hongarije kan brengen. De Spelen zijn in hun ogen slechts een van de talrijke geldverkwistende prestigeprojecten van een regering die vooral gericht is op het versterken van haar greep op de politiek en de bedrijfswereld. „We leven niet in een voldragen democratie”, verklaarde János Mécs, een andere Momentum-leider, onlangs in een gesprek met buitenlandse journalisten. „En we drijven verder af. Wij hadden het gevoel dat niemand ons vertegenwoordigde.”

Bang om handtekening te zetten

Nadat de handtekeningen waren geteld, sprak Fekete-Györ van „een van de mooiste periodes in de geschiedenis van de democratie in Boedapest.” Hij anticipeerde toen al op de beslissing van de regering. „Het zou laf zijn indien ze het referendum onmogelijk maken of de kandidatuur intrekken vooraleer een referendum uitgeroepen wordt.” Dat leek een verwijzing naar een ander referendumvoorstel uit 2016, over de weinig geliefde zondagssluiting van winkels. Toen kon een oppositielid geen referendumvraag indienen omdat een mysterieuze groep kleerkasten hem de toegang tot het loket versperde. Nadat het hooggerechtshof vaststelde dat hij gehinderd was en zijn aanvraag toch goedkeurde, zag de regering van de zondagssluiting af.

Ook tijdens de NOlimpia-campagne hadden activisten het naar eigen zeggen niet makkelijk. „Wie in overheidsinstellingen werkt of familieleden heeft die daar werken, vreesde dat zijn baan in gevaar zou komen”, zegt een horeca-ondernemer uit Boedapest die niet met zijn naam in de krant wil om de zaken niet te schaden. „Zelfs in mijn buurtwinkel, waar ik iedereen ken, waren mensen bang hun handtekening te zetten.”

Boekhandel-uitbaatster Judit Pecak, die de petitie op de toonbank had liggen, praat wel openlijk. Los van alle politiek, zijn Olympische Spelen überhaupt geen goed idee, vindt ze: „De hele stad omploegen en overal bomen omhakken: dat zou een ecologische ramp zijn.”

De regering richtte haar pijlen woensdag niet zozeer op de NOlimpia-campagne, maar op de traditionele oppositie: „De oppositiepartijen die zich terugtrokken uit hun voorgaande verbintenissen moeten hiervoor verantwoordelijk worden gesteld.” Fekete Györ stelde van zijn kant: „De mensen hadden twee jaar geleden bevraagd moeten worden, precies om deze situatie te vermijden.”