Steeds minder jongeren religieus

Vooral onder jongeren in de leeftijdsgroep 18 tot 25 jaar daalde het aantal gelovigen.

Jongeren tijdens de EO-jongerendag. Foto: Piroschka van de Wouw/ANP

Het percentage jongeren dat zichzelf als religieus beschouwt daalde in vijf jaar van 49 procent in 2010 naar 41 procent in 2015, zo blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Vooral onder jongeren in de leeftijdsgroep 18 tot 25 jaar daalde het aantal gelovigen. Waar in 2010 nog 48 procent van hen aangaf tot een religie te behoren, was dit in 2015 nog slechts 40 procent. In de categorie 15 tot 18 jaar daalde het aantal gelovigen iets minder snel, van 51 procent in 2010 tot 45 procent in 2015. Het aandeel gelovigen daalde over de gehele bevolking, van 55 procent in 2010 tot 50 procent in 2015. Vooral in de leeftijdscategorie 75 jaar of ouder beschouwen nog altijd veel mensen zichzelf als gelovig: in 2015 71 procent.

Net als vijf jaar eerder zeggen de meeste jongeren in 2015 nog steeds niet godsdienstig te zijn. 17 procent beschouwt zichzelf als katholiek, 11 procent als protestants en 8 procent als islamitisch. Een overige vijf procent zegt te behoren tot een andere religie, zoals jodendom, hindoeïsme of boeddhisme.

Vooral protestanten actief

Niet alle religieuze jongeren belijden hun geloof even actief. Vooral protestantse jongeren bezoeken regelmatig een dienst: 56 procent van hen gaat tenminste eens per maand naar de kerk. Dat percentage ligt bij islamitische jongeren met 36 procent al een stuk lager, maar vooral onder de katholieke jongeren is het aandeel dat minstens een keer per maand naar de kerk gaat met zes procent relatief laag.