Column

Presidentiële uitspraak: ‘Not good, not good’

Ewoud Sanders

Een uitspraak doen die gevleugeld wordt, het liefst internationaal: veel politici en staatslieden dromen ervan. Hun tekstschrijvers weten dat. Doorgaans zoeken zij naar mooie, min of meer poëtische formuleringen, want daar zijn veel mensen dol op. In zijn speech in Melbourne, Florida, had president Trump het bijvoorbeeld over „The tired echoes of yesterday’s fights.” Aan zo’n zin hoor je onmiddellijk dat die niet door Trump zelf is bedacht, want Trump heeft een heel andere spreekstijl.

Welke woorden wel en niet blijven hangen, is in de praktijk moeilijk te voorspellen. Vaak zijn het niet de uitspraken waar politici en staatslieden zelf op hopen. Denk aan koning Willem-Alexander. Die wordt vaak geassocieerd met de uitspraak: „Dat was een beetje dom.”

Voor de goede orde: in feite zei prinses Máxima over Willem-Alexander „Hij was een beetje dom”, maar een probleem met gevleugelde woorden is dat ze geregeld een eigen leven gaan leiden. Aan Churchill wordt toegeschreven: „I have nothing to offer but blood, sweat and tears.” In feite zei Churchill op 13 mei 1940 bij zijn aantreden als minister-president: „I have nothing to offer but blood, toil, tears, and sweat” – andere volgorde, twee woorden meer.

Van beroemde uitspraken van Amerikaanse presidenten zijn op internet grote collecties te vinden. Een paar kennen we allemaal. Van Kennedy bijvoorbeeld, uit 1963: „Ich bin ein Berliner.” En, uit 1961: „My fellow Americans, ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country.” Overigens heeft Kennedy die uitspraak volgens sommigen gestolen van George St. John, de directeur van een school die hij bezocht.

Minstens zo beroemd is de uitspraak van Nixon, uit 1973: „I’m not a crook.” Dit citaat, waarmee Nixon zijn betrokkenheid bij het Watergate-schandaal ontkende, staat bij het tijdschrift Time in de ‘Top 10 Unfortunate Political One-Liners’.

Mijn indruk is dat Trump meer van dergelijke oneliners zal gaan leveren dan welke Amerikaanse president ook. Ze zullen niet alleen uit zijn speeches komen, maar bijvoorbeeld ook uit zijn persconferenties. Zo heb ik de afgelopen tijd verschillende mensen „not good, not good” horen zeggen, als zich iets negatief voordeed. Trump onderbrak hiermee de vragen van een journalist op een persconferentie; hij deed dit op zo’n pompeuze manier dat het lachwekkend werd.

In „not good, not good” worden twee onderbrekingen van Trump aan elkaar geplakt, maar dat is onvermijdelijk, want hij is de koning van de herhaling. Enkele voorbeelden uit zijn recente speech in Melbourne, Florida: „And very importantly, as I was about to sign it, I said who makes the pipe? Who makes the pipe?”, „I’m the messenger folks. I’m the messenger.” En: „We are going to stop the drugs from pouring into your country, into your community, into your cities and poisoning our youth. We’re stopping it. We’re stopping it.”

Trump is nog maar net president, maar er is nu al een lange lijst te maken met woorden die waarschijnlijk aan hem zullen blijven kleven. „It’s huge!” „It’s fabulous” en natuurlijk, met echo: „From this day forward, it’s going to be only America first, America first!”

Mijn hoop is overigens dat Trump heel kort president zal blijven, maar zoals de Tsjechische president Vaclav Havel ooit zei: „Hope is a state of mind, not of the world.”

Ewoud Sanders schrijft over taal. Twitter: @ewoudsanders