Voor het eerst stemmen, maar gaan ze ook?

Jeugdige kiezers De achttienplussers die bij deze Tweede Kamerverkiezingen voor het eerst mogen stemmen, zijn samen goed voor 13 zetels. Maar de vraag is hoeveel van hen er gaan stemmen.

Archiefbeeld van televisiepresentator Tim Hofman die spreekt in de Tweede Kamer. Hofman maakt jongeren er via een rondrijdende Stembus van bewust dat er verkiezingen zijn. Foto Dirk Hol/Novum/ANP

Nog nooit hebben ze gestemd. En ze maken zich zorgen. Grote zorgen: of er oorlog komt bijvoorbeeld. Of ze hun studielening wel terug kunnen betalen. Of er straks wel banen zijn. Of er een aarde is om door te geven. Of het buurthuis gewoon openblijft voor hun broertjes en zusjes.

Maar politiek? Mwah.

Circa 850.000 achttienplussers mogen voor het eerst stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen. De laatste landelijke stembusgang was immers in september 2012. Als ze allemaal naar de stembus gaan, zijn ze goed voor 13 zetels.

Als. Want van alle leeftijdsgroepen is de opkomst onder 18- tot 25-jarigen traditioneel het laagst. In 2012 ging 70 procent van die groep stemmen. Onder bijvoorbeeld 55- tot 65-jarigen was dat met 83 procent beduidend hoger.

„Het vertrouwen in de politiek is laag onder jongeren”, zegt Peter Kanne van opiniepeiler I&O Research. Hij deed in opdracht van opinieblad Vrij Nederland half december onderzoek naar jongeren en democratie.

Het positieve is dat het met het vertrouwen in de democratie wel goed zit. Zorgelijker is dat driekwart van de ondervraagde 18- tot 25-jarigen zei „niet zo veel” of „helemaal geen” vertrouwen in de uitvoerders van die democratie te hebben, de politici. Kanne: „Ze hebben het idee dat hun stem weinig verschil maakt.” Dat geldt voor jongeren meer dan voor andere leeftijdsgroepen.

PVV en GroenLinks populairst

Onderwijl hebben jongeren wel het gevoel dat het de verkeerde kant opgaat met Nederland. „Die angst en onzekerheid zijn begrijpelijk”, zegt Kanne. „Het is moeilijker een vaste baan te vinden, woonruimte. Er is veel meer druk tijdens de studie.” De helft van de ondervraagde jongeren verwacht een terroristische aanslag in Nederland.

„Oorlog”, zegt bijvoorbeeld de 21-jarige Larissa op de vraag waar ze zich zorgen over maakt. Ze zit op het Albeda College in Rotterdam, een grote mbo-school, waar leerlingen worden opgeleid tot facilitair dienstverleners, maatschappelijk werkers of onderwijsassistenten. Op verzoek van de school worden de leerlingen in dit artikel alleen bij hun voornamen aangeduid. Klasgenoot Max (18) roept: „Het zou toch erg zijn als iemand net als in Berlijn een aanslag kan plegen.” En Esma (19) antwoordt: „Dat mijn vrijheid wordt afgepakt. We zijn zo veel gewend in Nederland.”

Uit het onderzoek van I&O, maar ook uit een soortgelijke peiling van Kantar (voorheen TNS Nipo), blijkt dat jongeren vooral overwegen PVV te stemmen. Daarna is GroenLinks het populairst. Middenpartijen als PvdA en CDA scoren slecht. De grootste groep jongeren zweeft. Overigens net als hun ouders.

Op het Albeda zijn er in een groepje van negen pas twee die al zeker weten wat ze gaan stemmen. Esma (19) zegt: „Tunahan” – de lijsttrekker van Denk, Kuzu. „Niet per se omdat hij van Turkse afkomst is, maar zijn uitspraken zijn goed.” Zij en Rama (19), die ook Denk gaat stemmen, zijn naar bijeenkomsten van de partij geweest.

Lois (19), Marciano (18) en Karima (20) gaan ook stemmen. Maar ze hebben geen idee op wie. „Waarschijnlijk links”, zegt Lois. Marciano:

„Iemand die meer geld voor onderwijs over heeft. En voor zorg. Mijn overgrootmoeder zit in een tehuis en je ziet dat het daar niet goed is.”

Dat zijn de vijf zekere stemmers. Oussama (18) kreeg zijn stempas al binnen, en zegt: „Het boeit me niet.” Larissa heeft „niks met politiek”. Een mening hebben ze zeker, die omzetten in een stem is een tweede. Suen (25) vat samen: „Het verandert toch niks.”

Het stemlokaal komt naar je toe

Terwijl het Albeda College er alles aan doet de leerlingen „bewust te maken dat zij ook een speler in deze democratie zijn”, zegt Frans Roozen, woordvoerder van de school. Stemmen wordt dit jaar juist makkelijk gemaakt. In de kantine komt een stemlokaal.

„Je denkt misschien: ze moeten maar de moeite nemen. Ja, natuurlijk. Maar ik ken de doelgroep: ze komen niet uit een omgeving waar regelmatig over politiek wordt gepraat. Het zou mooi zijn als ze hierdoor over die drempel komen.”

Het stemlokaal in het schoollokaal is een initiatief van onder meer de Nationale Jeugdraad, een koepel van jongerenorganisaties. Die schreef alle gemeenten aan. Of het niet logischer was niet op basisscholen, maar juist op mbo’s, hbo’s en universiteiten stemlokalen te openen. Waar ruim één miljoen stemgerechtigde jongeren zitten. Het Albeda College en de gemeente Rotterdam hadden het „in een vloek en zucht” geregeld, zegt Roozen.

Caesar Bast van de Nationale Jeugdraad zegt: „Onder jongeren is er een behoorlijke no show. Maak het stemmen laagdrempelig. Ik zag het zelf: het was fijn dat ik in 2012 in de universiteitsbibliotheek kon stemmen.”

De stemwijzer

Universiteitsstudenten zijn zich over het algemeen meer politiek bewust. Op een woensdagavond eerder deze maand in Groningen komen uit alle richtingen studenten aangelopen naar theater De Oosterpoort. Hier houdt GroenLinks-leider Jesse Klaver een ‘meet-up’, een politieke avond. Tot 1.200 man kunnen er in de zaal, en het zit vol.

Niet alleen met GroenLinks-stemmers, of links georiënteerde studenten. Mart Roozenboom (19), die technische bedrijfskunde studeert, leek het gewoon „leuk” zo’n bijeenkomst mee te maken. Marnix Tjeerdsma (20) die een tussenjaar heeft voor hij geneeskunde gaat studeren, wilde „weleens horen wat Klaver te zeggen heeft”. En student sterrenkunde Casper Farret Jentink (19) maakt zich zorgen over „het opkomend rechts-populisme” en hoopt daar een antwoord op te vinden.

Ze hebben, net als veel studenten deze avond, de Stemwijzer ingevuld. „Heel gek: er kwam ChristenUnie uit, Artikel 1 en PvdA. Daar heb ik allemaal niks mee”, zegt Tjeerdsma. Roozenboom had VVD, 50Plus en CDA. Voor hem telt hoe de partijen over het leenstelsel denken. Farret Jentink wil weten hoe er over de sluiting van kolencentrales wordt gedacht. „Het is jammer dat rechts zo weinig naar het klimaat kijkt – dat is heel erg nu”, zegt Roozenboom.

Het zijn andere zorgen dan op het Albeda College, maar de zoektocht naar antwoord is hetzelfde. Of, zoals Caesar Bast van de Nationale Jeugdraad zegt: „Naar binding.”

Hij „schrok” van Kannes onderzoek over jongeren en democratie.

„Politiek is geen ver-van-mijn-bed-show. Zie hoe de verkiezing van Trump in de VS en de keuze voor Brexit jongeren een toekomstbeeld hebben opgedrongen dat niet bij hen past.”

Bast signaleert dat politici denken dat ze door de knieën moeten om jongeren te bereiken. „Ik zie Jesse Klaver en Mark Rutte opeens nadrukkelijk vloggen. Maar engagement creëer je niet door vluchtige filmpjes van dertig seconden.” Het doet hem denken aan Jan Peter Balkenende, die in 2008 probeerde te skateboarden – en viel. „Dat was geen succes.”