Opinie

‘Noord-Korea snoeit familie’

Pyongyang ruimt obstakels tot elke prijs op, ook als het winstgevende relaties schaadt, zegt . Daarin zit ook gevaar voor de EU.

Illustratie Steve Sack

De spectaculaire gifmoord op Kim Jong-nam, de oudere halfbroer van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un, is het werk van het regime in Pyongyang, vermoedt de wereld. Noord-Korea ontkent verontwaardigd. Het noemt het Maleisische onderzoek naar de moord, maandag op het vliegveld van Kuala Lumpur, „onbetrouwbaar” en een poging om „in samenwerking met vijandelijke krachten” Noord-Korea zwart te maken. De ontkenningen dreigen de winstgevende handelsrelatie met Maleisië te doen ontsporen. Een diplomatieke rel is een feit; de Maleisische ambassadeur in Noord-Korea is teruggeroepen.

In de draaikolk van ontwikkelingen is het intussen gemakkelijk de grote vragen te missen: waarom juist Kim Jong-nam? En: waarom nu? Kim Jong-nam was de oudste zoon van Kim Jong-il, die Noord-Korea van 1994 tot 2011 met ijzeren vuist heeft geleid en gemaakt tot wat het nu is. Kim Jong-nam raakte uit de gratie; zijn ongeschiktheid en onwil om een dictator als zijn vader te worden speelden zeker mee. Sindsdien woonde hij voornamelijk in het buitenland, in Macao en Shanghai, en kreeg hij een reputatie als bon vivant en gokker.

Maar hij bleef de oudste zoon van Kim Jong-il en diens voormalige aangewezen opvolger. Dit moest leiden tot pogingen vanuit Pyongyang om hem en zijn nakomelingen uit de weg te ruimen. Het ‘snoeien van de zijtakken’ van de familie Kim, zoals het eufemistisch heet, is een kerntaak van het regime. Kim Jong-nam wist dit en heeft in 2012 zijn jongere halfbroer gesmeekt zijn leven en dat van zijn gezin te sparen. Tevergeefs, want het was geenszins onmogelijk dat hij tegen zijn zin naar voren zou worden geschoven door China. Dat risico nam Pyongyang liever niet, zeker niet gezien de bekoelende relaties tussen Pyongyang en Beijing.

Deze aanslag móest de voorpagina’s halen

Maar waarom juist nu? Het heeft er alle schijn van dat de communistische dictatuur de timing belangrijker vond dan het slachtoffer. Het primaire doel: een daad stellen, niet om zo efficiënt mogelijk een potentiële troonpretendent om zeep te helpen. Vandaar de bizarre executie, midden op een vliegveld. Deze aanslag móest de voorpagina’s halen. De Democratische Volksrepubliek Noord-Korea (DPRK) heeft de laatste tijd nogal wat tegenslagen gehad. Waaronder het overlopen van T’ae Yong-ho, onderambasadeur in Londen. Dat T’ae vervolgens interviews begon te geven in vloeiend Engels was een publicitaire nachtmerrie.

Maar Pyongyang zag een prachtkans in het machtsvacuüm in Zuid-Korea – met een dreigend impeachment voor president Park – en een nieuwe Amerikaanse president zonder vastomlijnd Noord-Korea-beleid. En die pakte het. Eerst met het lanceren van een raket met vaste brandstof – een significante technologische ontwikkeling. En toen reacties, anders dan de gebruikelijke veroordelingen, uitbleven, de spectaculair georkestreerde moord op Kim Jong-nam. De boodschap: Pyongyang laat niets na om de eigen reputatie te beschermen.

De aanslag op Kim Jong-nam was goed voorbereid. Noord-Koreaanse agenten waren al sinds eind januari in Maleisië. Dit was geen impulsieve actie. Dat is precies het punt dat iedereen tot nu toe gemist lijkt te hebben. Noord-Koreaanse bedreigingen tegen andere staten klinken loos, maar die tegen non-state actors, individuen, zijn dat bepaald niet.

De moord op Kim Jong-nam past in een patroon. Zie de moord, vorig jaar, op een Zuid-Koreaanse dominee en mensenrechtenactivist in China; zie de mislukte pogingen om gevluchte Noord-Koreanen in Seoul te vermoorden; zie het bedreigen van prominente Noord-Koreanen in ballingschap, degenen die hen helpen en critici van het regime. En, in 1983, door het halve Zuid-Koreaanse kabinet, dat op bezoek was in Myanmar, op te blazen. Na de moord op Kim Jong-nam verscherpte de Zuid-Koreaanse overheid dan ook onmiddellijk de persoonsbewaking voor gevluchte prominente Noord-Koreanen.

Directe actie vereist

Er is nog een zeer zorgwekkende ontwikkeling te zien in de moordmethode. Vier Noord-Koreaanse agenten zijn ontsnapt door via Indonesië, Dubai en Vladivostok terug te vliegen naar Pyongyang. Eén man werd echter opgepakt in Maleisië, waar hij geregistreerd stond als Noord-Koreaanse arbeider. Pyongyang laat tussen de 100.000 en 200.000 burgers als goedkope arbeiders in het buitenland werken. Zij worden uitgebuit als de facto slaven, bijvoorbeeld in de landbouw, maar brengen ook harde valuta binnen. In Maleisië, en in Europa. Dat zo’n kostbare arbeidsplaats als dekmantel gebruikt werd, baart ernstige zorgen. Het toont dat Pyongyang bereid is zo’n operatie uit te voeren zelfs als die ten koste gaat van de lucratieve relatie met Maleisië.

Het toont ook dat alle landen met Noord-Koreaanse arbeiders een enorm risico lopen. Zoals Polen. De SP heeft hierover kortgeleden nog Kamervragen gesteld. Een van de punten die daarin aan bod kwam, was of er geen veiligheidsrisico bestond als deze arbeiders aan of in de buurt van NAVO-schepen werkten (wat inderdaad gebeurde).

Dat is een serieus risico dat echter in het niet valt bij de nu concreet geworden mogelijkheid om geheel legaal Noord-Koreaanse agenten in de EU te plaatsen. En gezien het palet aan onverkwikkelijke daden waaraan Noord-Korea zich de afgelopen decennia schuldig heeft gemaakt, en het consistente patroon van het ‘bestraffen’ van individuele tegenstanders, is dat iets waaraan we niet voorbij kunnen gaan.

Directe en afdoende actie is nu vereist. Dit is een dreiging uit Noord-Korea die voor de verandering nu eens niet loos is.