Nederland minder belastingparadijs

Nieuwe EU-richtlijn Belastingontwijking via Nederland wordt door een nieuwe maatregel echt moeilijker, daar zijn vriend en vijand het over eens.

De vergadering van de 19 ministers van Financiën van de EU-landen, afgelopen maandag. Foto: AP Photo / Thierry Monasse

De ministers van Financiën van de EU-landen zetten deze week een grote stap in de strijd tegen belastingontwijking met een nieuwe richtlijn die een fiscale sluiproute dicht. Vriend en vijand van het aantrekkelijke Nederlandse fiscale regime spreken van een drastische stap.

  1. Is dit het einde van ‘Nederland belastingparadijs’?

    „Nog niet helemaal, maar dit is wel een belangrijke stap”, zegt belastingexpert Francis Weyzig van ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib die met grote regelmaat kritisch is op de belastingontwijkingsmogelijkheden die Nederland bedrijven biedt. Volgens Weyzig gaat het nu niet zoals vaak over plannen, maar zijn er „echt harde afspraken” gemaakt.

  2. Wat heeft de EU met de richtlijn nou precies verboden?

    Multinationals kunnen straks niet langer profiteren van verschillen tussen belastingstelsels in Europa en elders. Het betekent het einde van een populaire Nederlandse belastingroute onder Amerikaanse bedrijven.

    Met de ‘cv/bv-structuur’ kunnen zij hun buiten Amerika behaalde winst via Nederland doorsluizen en voor lange tijd onbelast oppotten. Dat kan omdat de Amerikaanse fiscus die buitenlandse winst niet belast. In Nederland wordt die óók nauwelijks belast mits ze als aftrekbare rente of royaltybetalingen, tussen de bv’s en cv (commanditaire vennootschap) van het bedrijf stromen.

    Cijfers over de omvang van de geldstromen ontbreken. Wel schreef minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) de Kamer onlangs dat er 77.600 mensen werken bij bedrijven die mede vanwege de constructie in Nederland zijn gevestigd. Onder meer Uber, Heinz en farmaceut Pfizer hebben een Nederlandse cv.

  3. Wat betekent dit voor Nederland?

    Niet veel goeds als je de minister moet geloven. Dijsselbloem schreef de Kamer ook dat „Nederland relatief minder aantrekkelijk wordt als vestigingsplaats voor Amerikaanse bedrijven”. Hij voorziet dat bedrijven op zoek gaan naar landen buiten de EU om het belastingvoordeel alsnog te realiseren. De minister verzette zich in Europees verband tegen de maatregel en wilde dat deze pas in 2024 van kracht zou worden, dat werd 2020 en voor een deel van de structuren 2022.

    „Dit is heel slecht nieuws voor de bv Nederland”, zegt fiscalist Bartjan Zoetmulder van Loyens & Loeff, tevens voorzitter van de commissie Internationale Fiscale Zaken van beroepsvereniging NOB. Hij wijst erop dat landen met elkaar concurreren om bedrijfsinvesteringen en dat Nederland zich nou juist met de cv/bv-structuur in de kijker van Amerikaanse bedrijven speelde. „Nederland moet iets verzinnen om aantrekkelijk te blijven en zodat Amerikaanse bedrijven niet weg gaan.”

  4. Betekent dit dat bedrijven straks meer geld kwijt zijn?

    Dat is de vraag. Binnen de Nederlandse financiële sector wordt namelijk al langer gepleit voor verlaging van de winstbelasting van bedrijven om Nederland internationaal gezien concurrerend te houden en de richtlijn geeft ze extra munitie. Daarnaast is Dijsselbloem ook voorstander van verlaging. Hij hield de Kamer meermaals voor dat de vennootschapsbelasting omlaag moet „tot een concurrerend niveau”, ook expliciet in relatie tot het ontmantelen van de cv/bv-structuur.

    In Nederland ligt de winstbelasting op 25 procent, in Ierland op 12,5 procent terwijl het Verenigd Koninkrijk (dat zinspeelt op 15 procent) na de Brexit bovendien het ‘concurrentievoordeel’ hebben dat ze zich niet aan de nieuwe richtlijn hoeven te houden.

    Ook de belofte van de Amerikaanse president Trump om de winstbelasting drastisch te verlagen, kan – mits nagekomen – een flinke impact op de keuze van multinationals hebben.

  5. Is de richtlijn ook slecht voor de fiscale adviseurs op de Zuidas?

    Volgens Zoetmulder niet. „Voor mijn beroepsgroep is het niet slecht. Dit soort radicale ingrepen creëert juist ook veel werk. Maar op de lange termijn is het natuurlijk voor Nederland wel slecht als we niet meebewegen in de internationale concurrentiestrijd.”