Mick Jagger schreef autobiografie (die niemand mag lezen)

Mick Jagger schreef zijn levensverhaal op, maar niemand mag het ooit lezen. Uitgever John Blake bewaart het manuscript op een geheime, veilige plek.

Mick Jagger in Havana, vorig jaar. Foto Alejandro Ernesto/EPA

„De Dode Zeerollen van de rockliteratuur” noemt uitgever John Blake het autobiografisch manuscript van Mick Jagger waar hij de hand op wist te legen. Blake, voormalig popjournalist en co-auteur van het spraakmakende boek Up and Down With the Rolling Stones (1976), behoort tot Jaggers ‘inner circle’ en heeft de Rolling Stoneszanger moeten beloven dat hij het manuscript nooit zal publiceren. Het keurig getypte pak papier beslaat 75.000 woorden en bevindt zich op een geheime, veilige plek.

Jagger schermt zijn privéleven altijd strikt af. Juist omdat er zoveel onzin beweerd werd in ongeautoriseerde Stonesboeken, liet hij zich begin jaren tachtig door uitgever Lord Weidenfeld overhalen zijn autobiografie op papier te zetten. Jagger riep de hulp in van bandarchivaris Bill Wyman, maar die weigerde medewerking omdat hij aan zijn eigen boek werkte. Toen Mick zich aan het schrijven zette, stelde hij na enige tijd vast dat hij zijn levensverhaal in te weinig detail kon herinneren voor een coherent verhaal.

Voorschot van een miljoen pond

Het voorschot van een miljoen pond gaf hij terug. Het manuscript bleef liggen, totdat het onder geheimzinnige omstandigheden in het bezit kwam van John Blake. In The Spectator schrijft Blake dat de tekst weinig bekentenissen biedt over seks en drugs. Wel staan er prachtige anekdotes in, zoals de keer dat Mick na twee jaar op wereldtournee terugkeerde naar zijn geboorteplaats Dartford. Het eerste wat zijn moeder zei was: „Michael, je háár!”

Het boek gaat er nooit komen, schrijft Blake. Zelfs de miljoenenverkoop van Keith Richards’ autobiografie Life kon de Stoneszanger niet over de streep trekken. Zolang hij optreedt is er geen reden om terug te kijken, vindt Mick Jagger (73).