Cultuur

Interview

Interview

Foto Frazer Harrison/AFP

‘Ik weet heus wel dat ze niet meer van me houdt’

Het nieuwe album van Ryan Adams, ‘Prisoner’, gaat over zijn scheiding. „Op dit album ben ik wakker. Wakker geworden door pijn. Ik ben teleurgesteld over de liefde, maar ook optimistisch.”

Ryan Adams houdt van practical jokes. Bij ons vorige gesprek, ruim dertien jaar geleden, zat hij de eerste tien minuten verstopt onder zijn jas. Deze keer lijkt de hotelkamer leeg, maar gaan plotseling de deuren van de klerenkast open en valt Adams, ogen dicht en armen voor zijn borst gevouwen, naar buiten.

Daarna loopt hij energiek door de kamer. Zijn zwarte haar piekt alle kanten op. Hij draagt een leren jack en T-shirt. Op zijn rug staat ‘Black Sabbath’, en ‘Metallica’ op zijn borst.

Ryan Adams (1974, Jacksonville, North Carolina) debuteerde in 2000 met het enerverende rockalbum Heartbreaker, dat veel harten beroerde. Toch groeide Adams niet uit tot de Bruce of Bono die de liefhebbers in hem zagen. Zijn optredens waren gloedvol, maar hij gedroeg zich vaak ongedurig, maakte ruzie met het publiek of liep boos weg.

Tussendoor bleef Adams productief. In zeventien jaar maakte hij zestien albums, die varieerden van stekelige rock, samen met begeleidingsband The Cardinals, tot akoestisch uitgevoerde, dringend gezongen nummers.

In 2009 trouwde Adams met actrice/ zangeres Mandy Moore. In 2015 scheidden ze. Die breuk werd het onderwerp van zijn nu verschenen album, Prisoner. Afgezien van het bombastische openingsnummer ‘Do You Still Love Me?’ zijn de liedjes trefzeker in hun kwetsbaarheid. Nummers als ‘Doomsday’ en ‘To Be Without You’ kregen sobere maar welluidende instrumentaties, en werden opgesierd door Adams’ talent voor bevlogen melodieën.

We zitten tegenover elkaar aan tafel in de Londense hotelkamer. Het onderwerp ‘scheiding’ staat als een onzichtbare hindernis tussen ons in. Adams heeft er twaalf liedjes over gezongen, maar ontwijkt het als thema voor gesprek. Ook op het album gaat hij niet in op specifieke details. In brede streken schetst hij verdriet, pijn, rouw, in liedjes over herinneringen, verdriet en spookhuizen (‘Haunted House’). Zo zingt hij in ‘Prisoner’: ‘Free my heart/ Somebody locked it up/ It’s still waiting on parole’.

We praten over het verstrijken van de tijd sinds onze vorige ontmoeting, eind 2003. Adams is spraakzaam en opgewekt, maar op de achtergrond echoot het verlies.

Bent u veranderd, de afgelopen dertien jaar?

„Ik heb me ontwikkeld, ik weet niet of ik fundamenteel veranderd ben.”

Gelooft u dat mensen werkelijk veranderen?

„Ja, het zou gevaarlijk zijn om te denken dat het niet zo is. Dan zou je het idee ontkennen dat ervaring leidt tot nieuwe inzichten. Mensen kunnen nederiger worden, of grotere kennis over zichzelf opdoen – doorgaans in gang gezet door ongelukkige gebeurtenissen. Helaas. Maar dat zijn wel de momenten dat je iets opsteekt.

„Ik heb gezien hoe koude mensen plotseling barmhartig werden. Het omgekeerde gebeurt ook. Mensen die bitter worden, of somber. Het hangt af van de manier waarop je de ervaring verwerkt.

„Wat mijzelf betreft… Ik ken mezelf anders dan de buitenwereld mij kent; mijn inwendige dialoog is geheim voor anderen. Maar ik zie patronen in mijn ontwikkeling, ja. Ik ben me meer bewust van hoe ik reageer op situaties. Ik ben analytischer geworden.

„Verandering hangt voor mij vaak samen met verveling. Als je altijd op dezelfde manier reageert, krijg je ook hetzelfde resultaat. Om iets anders mee te maken, moet je anders reageren.”

Verveling is een belangrijke motor in Adams’ leven. Zijn grote werklust komt voort uit angst voor verveling, zegt hij. Behalve zestien albums, leverde die angst inmiddels twee dichtbundels op, en maakte hij eigen versies van andermans albums op: in 2002 nam hij Is This It?, van de destijds populaire New Yorkse band The Strokes, liedje voor liedje op, en in 2015 deed hij hetzelfde met het succesalbum 1989, van Taylor Swift.

Hij begon in de tussentijd een eigen platenlabel, PAX-AM Records, en verschillende nevenprojecten met anderen, zoals punkband The Finger.

Hoe kiest u een bepaalde stijl?

„Ik begin zonder na te denken. Bij het muziek maken voel ik me getuige en deelnemer tegelijk. Zo ontstaan brokstukken en wacht ik mijn eigen reactie af. Het is alsof ik een meter in mijn hart heb, die uitslaat bij een bepaalde sensatie. De naald schiet in het rood als ik iets speel wat me bevalt. Dan flitst door me heen: ‘Wow, wat is dit, het voelt geweldig.’ Dat wordt het beginpunt van een nieuw muziekstuk.

„Het is niet zo dat ik een muziekstijl kies om me in een gewenste stemming te brengen, vrolijk of verdrietig, of zoiets. Ik ga spelen en laat de gevoelens uit mij vloeien. Het is een kwestie van vertrouwen.”

Hoe was het om ‘Prisoner’ te maken?

„Die nummers kon ik alleen maar maken door aan de oppervlakte liggende emoties, zoals angst en twijfel, uit te sluiten. Ik speelde op mijn gitaar, en liet de woorden in me opborrelen. De teksten en melodieën ontstonden razendsnel, toen ik in de studio stond met mijn beste vriend, Johnny Yerington, in New York. Samen speelden we drum en gitaar. Daarna deed ik zelf de baspartijen.

„Zo hoefde ik niemand iets te leren of uit te leggen.”

De teksten van Prisoner roepen vragen op, zoals: is dit een kroniek van gestrand huwelijk of een liefdesbrief in de hoop op een tweede kans? Gaat het album uitsluitend over echtgenote Mandy Moore, of gelden de observaties ook eerdere relaties die stukliepen? En ontstonden de teksten heet van de naald, of na een periode van wonden likken? Zijn antwoorden zijn abstract. „Mijn teksten ontstaan vanuit klank”, zegt Adams. „Daarbij vraag ik me af: ‘Wat voor emotie wil dat deuntje uit mij peuren?’ Of ‘Waar doet dit me aan denken, aan A of B of…’”

Wat zijn ‘A’ en ‘B’?

„Dat kan van alles zijn. Een algemeen gevoel, een herinnering. Van daaruit wordt het een abstractie, iets poëtisch. En vervolgens bedenk ik een manier om die herinnering of emotie op een handige manier in de muziek te verpakken.”

Openingsnummer ‘Do You Still Love Me?’ combineert een kwetsbare tekst met onverwachte bravoure, in de vorm van een knetterende gitaarriff. Hoe ontstond die tegenstelling?

„Het is het eerste liedje van het album, en als enige opgenomen met een hele band. Het is een klassiek rocknummer en heeft de branie van rockbands uit de jaren tachtig. Die stijl in combinatie met de tekst vond ik een grappige opening voor de plaat. Ik heb speciaal een ‘chorus’-effect op mijn gitaar gedaan. De chorus geeft een breed geluid, en werd door gitaristen destijds ook veel gebruikt. Het is een beetje kitscherig. Zeker met die vraag erbij – waar ik heus het antwoord wel op wist.”

‘Prisoner’ klinkt verzorgd en weloverwogen…

„Maar zo was het niet om te maken. Ik leefde me uit in de studio. Ik pakte bijvoorbeeld een loden pijp en sloeg op de onderkant van een microfoonstandaard, versterkt met veel echo. Dat namen we op. Voor zover ik weet doet niemand dat.” Hij lacht. „Maar misschien in de jaren tachtig wel.”

Wat betekent ‘Prisoner’ nu voor u?

„Op dit album ben ik wakker, wakker geworden door pijn. Maar ik voel ook duidelijk wat mooi en romantisch is aan mijn leven. En ik heb het idee dat ik controle heb. Meer dan de laatste jaren het geval was, misschien zelfs meer dan ooit. Ik ben teleurgesteld over de liefde, maar ook optimistisch.

„Daarom klinkt dit album grootser dan wat ik eerder maakte. Het is het beste wat ik ooit gedaan heb.”