Cultuur

Interview

Interview

Striptekenaar en -scenarist Willem Ritstier

Foto’s Andreas Terlaak

‘Elke pagina heeft bij mij een cliffhanger’

Willem Ritstier

Aan scenarist Willem Ritstier is de Stripschapprijs toegekend, de belangrijkste oeuvreprijs voor strips. „Het is de hoogste tijd dat scenaristen meer aandacht en waardering krijgen.”

‘Vroeger dacht ik dat alleen mijn oma dat dacht. Maar veel jongeren stellen dezelfde vraag. Of ik de tekst erbij zet als de tekenaar een pagina heeft getekend.”

Willem Ritstier schrijft scenario’s voor strips en hij verbaast zich geregeld over het gebrek aan kennis over het maken van een strip. „Mensen hebben totaal geen besef van hoe een strip wordt gemaakt. Nee, ik vul niet alleen de tekstballonnen. Ik verzin het verhaal en de tekenaar volgt mijn aanwijzingen.”

Aan Ritstier is dit jaar de Stripschapprijs toegekend, de prestigieuze oeuvreprijs in de strips. Mede om ‘het vak van scenarist in de spotlights te zetten’, aldus de jury. De prijs overviel hem. „Toen ik eind vorig jaar werd opgebeld en hoorde dat ik de prijs kreeg, was mijn reactie: ‘Ikke?’ Ik was enorm verrast.” De onwennigheid is nog niet voorbij. Elke zelfverzekerde uitspraak wordt gevolgd door relativering. En omgekeerd.

Ritstier (1959), ook tekenaar maar vooral scenarist, heeft als auteur bijna tachtig stripalbums op zijn naam. Jarenlang vormde hij een tandem met tekenaar Minck Oosterveer, tot deze in 2011 verongelukte. Met Oosterveer maakte Ritstier verschillende avonturenstrips. Het begon met Claudia Brücken voor het weekblad Kuifje, daarna volgde krantenstrip Jack Pott, in het Algemeen Dagblad. Vanaf 1996 maakte het duo de avonturenstrip Zodiak voor De Telegraaf en vanaf 2002 Nicky Saxx. Toen die in 2008 werd beëindigd, was dat een mijlpaal, want het was tevens het einde van de laatste vervolgstrip in een Nederlandse krant. Inmiddels werkt Ritstier met tekenaar Roelof Wijtsma aan de heropleving van voetbalstripheld Roel Dijkstra en met Marissa Delbressine aan avonturenstrip Ward.

Dat het scenarioschrijven nu aandacht krijgt, is de hoogste tijd, zegt Ritstier. „Lo Hartog van Banda was in 1975 de laatste scenarist die de prijs kreeg, en dat was samen met Hans G. Kresse, voor Eric de Noorman. Alle aandacht gaat naar tekenaars. De basis van de strip, het verhaal, wordt over het hoofd gezien.”

Geen droog brood

Niet dat het een vak is dat in Nederland op hoog niveau staat, stelt Ritstier. Slechts enkele scenaristen kan hij waarderen. „Die schrijven voor Donald Duck. Daar kun je nog een boterham verdienen. Verder is er in de strip geen droog brood te verdienen.” Bij tekenaars die zelf schrijven heeft hij zijn bedenkingen. „Dat levert niet altijd een goed resultaat op. Het komt niet zo vaak voor dat een tekenaar ook een goede scenarist is.”

Op de vraag of hij dan eens wil uitleggen hoe hij werkt, reageert hij eerst argwanend: „Je maakt een grapje?” Maar vooruit: „Kort gezegd: je ontwikkelt een idee. Daar maak je een plot van, met subplotjes en zijverhalen, kort en bondig, op één A4. Die synopsis werk je uit tot een scenario voor een strip van 44 pagina’s. Plaatje voor plaatje en tekstballon voor ballon schrijf ik uit wat er op de pagina komt.”

Zijn aanwijzingen geeft hij tot in detail. „Ik bepaal niet wat personages aanhebben, maar wel naar welke kant ze kijken. En vanuit welk perspectief de tekening wordt gemaakt: kikkerperspectief, vogelperspectief, over de schouder, totaal of half totaal. Je kan de pagina ook nog voorschetsen, maar dat doe ik eigenlijk alleen als ik iets schrijf voor de Donald Duck.”

De crux is beeldend denken: „Ik vraag me constant af hoe de tekenaar het moet tekenen. Is het beeld logisch?” Wat Ritstier bedoelt: bij een strip springt de lezer van bevroren beeld naar bevroren beeld. Wat er gebeurt tussen de plaatjes moet de lezer zelf (kunnen) invullen. Er moet continu iets gebeuren: „Bijna elke pagina heeft bij mij een cliffhanger.”

Met Fred de Heij maakt hij de bizarre horrorwestern Claire DeWitt, waarin de grens tussen de hallucinaties van de hoofdpersoon en de werkelijkheid bewust vaag wordt gehouden. „Ons plan was dat het over-the-top zou worden. Dat is wel gelukt.” Claire is een vrouw die in haar eigen wereld leeft, zegt Ritstier. „Een vrouwtjesputter. Ik hou ervan om sterke vrouwen neer te zetten: Nicky Saxx, Claire DeWitt, de vrouwen in Ward. Allemaal kiezen ze hun eigen weg.”

Het zijn wel sterke vrouwen met diepe decolletés. Ritstier springt nog net niet van de bank: „Dat ligt aan de tekenaars! Als ik aan mensen vertelde dat ik Jack Pott en Zodiak maakte, was de reactie vaak: ‘O, die strip met die grote tieten? Dan zei ik: ‘Hoho. Ik schrijf die borsten niet. Ik schrijf het verhaal. Dus toen we Nicky Saxx bedachten, zei ik tegen Minck: ‘Eén ding: normale borsten. Ik bemoei me zo min mogelijk met wat de tekenaars tekenen, maar ik werd er doodziek van. De borsten van Claire DeWitt zijn normaal. Dat is veel aannemelijker dan die grote tetters.”

Maar schaars gekleed is zij ook. „Dat is tekenaars eigen. Ook Claire Dewitt loopt altijd met haar blouse open, maar je ziet niet alles. Gelukkig.”

Tot zijn beste strips rekent hij Trunk, over een detective in een apocalyptische wereld, met onverwachte krachten. Ritstier lardeert het verhaal met terugblikken waarin de achtergronden van de nihilistische Trunk worden getoond. „Hij heeft een oorlog meegemaakt, is wees en is als kind mishandeld door een wrede, tirannieke non. Nu vertrouwt hij niemand meer. Minck heeft het geweldig getekend en het is een mooi ontwikkeld personage.”

Wenskaarten

Ritstier schrijft scenario’s voor bijna elk denkbaar genre, tot aan manga toe. Maar op waar zijn hart bij ligt volgt een verrassend antwoord: „Bij wenskaarten maken. Die zag je niet aankomen hè. Dat doe ik al dertig jaar. Het is heerlijk om met taal op een kleine oppervlakte te stoeien. Ik ben nu al weer druk met de kerstkaarten. Wat strips betreft, maakt het mij niet uit. Ik hou niet van voetbal, maar het is waanzinnig leuk om Roel Dijkstra te maken.”

De oorspronkelijke Roel Dijkstra was van scenarist Andries Brandt en tekenaar Jan Steeman. Tussen 1977 en 1982 maakten ze tien albums. Andere koppels namen de strip over, tot in 1995. Ritstier: „De Roel van Andries Brandt was een beetje een onbehouwen hork. Ik wil hem gevoeliger maken.”

Al enige jaren werkt Ritstier aan een grafische roman, die hij ook zelf tekent en die dit jaar nog moet uitkomen. Het boek gaat over zijn vrouw, die na een lang ziekbed overleed. „Ze heeft borstkanker gekregen in 2004 en is in 2009 overleden, aan botkanker en uitzaaiingen. Tussendoor ging het goed, maar het zwaard van Damocles hing steeds boven haar hoofd. Het boek gaat onder meer over de onbeholpenheid waarmee in de medische wereld met patiënten wordt omgegaan.”

Dat heeft hij meerdere keren ervaren, zegt hij. „Ze hebben een borst weggehaald en de klieren onder haar arm. Voor de rest is ze zelf aan de slag gegaan, met onder andere osteopathie.” Die alternatieve geneeswijze werd door artsen niet erg gewaardeerd, weet Ritstier. „Ik schilder een scène waarin een arts voorstellen doet en mijn vrouw zegt: ik wil geen chemo. Waarop hij zegt: dan kan ik niks voor u doen. En naar de deur loopt. We konden vertrekken. Zo maakten we meer rare dingen mee. Maar het boek is geen aanklacht, want er zijn ook veel goede dokters.”

Het is een boek dat hij per se wil maken. „Ik heb het idee dat ik mijn vrouw pagina voor pagina kan loslaten. Ik werk nu aan het laatste deel, waarin ze thuis is. Dat is emotioneel.” Om afstand te houden, ook voor de lezer, bedacht Ritstier een kunstgreep: hij tekent geen neuzen, ogen en monden maar lege gezichten. „Gevoelsmatig voelt dat beter. Mijn vrouw, ik en de kinderen hebben hun eigen namen, maar het zijn niet hun gezichten. De uitdaging is om de emotie uit de beweging te halen. Bijvoorbeeld als ze me vertelt dat ze bang is om dood te gaan. Dan schuift mijn hand naar haar toe. En als ze bijna de trap niet opkomt dan teken ik hoe ze tree voor tree, gekromd, omhooggaat.”

Met zijn ideeën over alternatieve geneeswijze gaat hij behoedzaam om. „Het is niet voor iedereen.” In zijn strips is er zelden iets van te zien. „In Ward zit een scène waarin de vader gewond is en de wond niet wil dichtgaan. Dan zegt iemand: ‘Wacht, ik heb groene leem, dan herstelt het.’ Dat is echt zo. Mijn vrouw had doorligplekken en iemand suggereerde groene leem. Dat heb ik elke dag erop gesmeerd en ze heeft dat jaar in bed geen doorligplek meer gekregen.”

Tijdens de komende Stripdagen, op 5 maart, krijgt hij zijn Stripschapprijs uitgereikt. Hij is te nuchter, „te veel Rotterdammer”, om zich op de ceremonie te verheugen. Het scheelt ook dat hij alleen een oorkonde en een beeldje krijgt, omdat er aan de grootste stripprijs van Nederland geen geldbedrag verbonden is. „Eigenlijk is dat een schande. Er zou ook een mooier beeldje moeten komen, dat ten minste is gerelateerd aan strips. Het zou een Bommel moeten zijn. Dat zou ook een mooie naam zijn voor de prijs.”