Column

Een volle theaterzaal maakt Patrick Stewart pas echt gelukkig

Misschien is hij een bedreigde soort, Sir Patrick Stewart (76): een acteur die liever op het toneel staat dan in een film. Als je die perfect articulerende Britse toneelstem door het Ritz Carlton Hotel hoort galmen, luister je.

Patrick Stewart was een gerespecteerd, maar vrij onbekende acteur van The Royal Shakespeare Company en Britse tv toen hij in 1987 wereldwijd doorbraak als kapitein Jean-Luc – ‘make it so’ – Picard. Zeven tv-seizoenen en vier speelfilms streed hij met de grootste ernst tegen Borgs en Romulanen in sf-reeks Star Trek: The Next Generation. Daarna werd Stewart met zijn kale, puntig schedel nog bekender als professor Charles Xavier, vaderfiguur in rolstoel van superheld Wolverine en zijn X-Men.

Silly? Welnee, je moet alles wat je doet bloedserieus nemen. Zelfs Poop uit The Emoji Movie, die straks zijn stem heeft? Ook Poop ja, grinnikt Stewart. Maar professor Xavier lijkt verleden tijd nu collega Hugh Jackman in Berlijn stellig is: na 17 jaar is de film Logan zijn definitieve afscheid als grimmige superheld Wolverine. Alle begrip van Stewart: zo’n iconische rol als Wolverine gaat ooit een keer knellen. „Je vraagt je dan af: is dit een rekwisiet waaraan ik me krampachtig vastklamp omdat ik bang ben dat ik anders zink? Laat ik eens loslaten dan? Met Jean Luc Picard heb ik dat ook zo gevoeld.”

Afscheid nemen van ‘dierbare personages’ is een constante van het vak, zegt Stewart, die zelfs vorige week zes maanden Harold Pinters No Man’s Land afsloot in Londen. De grootste kick van het theater is voor Stewart dat elke avond anders is. „Ik stond ooit in Anthony and Cleopatra en de regisseur zei vlak voor de opening: ‘Wie heeft de eerste regel?’ Dat was John Bown, die een bijrolletje had. ‘Hoe jij die regel uitspreekt, bepaalt hoe deze avond verloopt.’ Arme John. Zo’n verantwoordelijkheid! Maar de regisseur bedoelde alleen: ‘Zeg de regel hoe jij wilt, maar daar begint wat deze avond uniek gaat maken.’”

Veel opwindender dan rondhangen op een filmset toch? Al ziet Stewart steeds minder pendelverkeer tussen toneel, tv en film. „Praat ik nu met studenten op de toneelschool – ik doceer ook – dan is de enige vraag: hoe breek ik door in Hollywood? Toneel is alleen de eerste tree op de ladder, het doel is televisie en film.” Stewart krijg veel e-mail van succesvolle Britse toneelacteurs. „Ik kom naar Los Angeles, kan je gesprekken voor me regelen? Ik antwoord dan: ‘Waarom? Je hebt zo’n geweldige toneelcarrière! Waarom wil je ongelukkig worden als ober in Hollywood?’ Maar ze komen toch.”

Oké, Stewart heeft gemakkelijk praten: hij is rijk en beroemd. Maar hoeveel plezier beleef je als acteur aan film alleen? Tijdens de opnames van Logan bracht hij dagen door in een auto met de elfjarige actrice Dafne Keen, die hij adviseerde veel toneel te spelen. Uiteraard. „Weten jullie hoeveel kindsterretjes afhaken omdat ze er geen zin meer in hebben? Die make-up, dat wachten, al die takes. Zij kennen de opwinding en directe beloning die een volle theaterzaal je biedt vaak niet eens. Toneel maakt acteurs pas echt gelukkig.”