Marokko heeft ruzie met de EU, en ineens dringen migranten Spanje binnen

In een onderonsje gingen Spanje en Marokko jarenlang migratie te lijf. Nu Brussel dwarsligt op handelsgebied laat Marokko het afweten.

Migranten vieren hun aankomst in Spaanse exclave Ceuta, in Noord-Afrika. Foto AP

Opeens zijn de ogen van Europa weer gericht op de Spaanse exclave Ceuta. De mensonterende beelden van bungelende Afrikanen op de meters hoge hekken zijn terug. Zo’n 850 vluchtelingen lukte het de afgelopen dagen dit stukje Europa in Noord-Afrika te bereiken. „Leve Europa!”, schreeuwden ze door de straten van Ceuta.

En dat terwijl deze poort naar Europa potdicht leek. Spanje heeft met Marokko effectieve afspraken weten te maken over het tegenhouden en terugsturen van illegale vluchtelingen - afspraken waar elders langs de zuidgrens van de EU met jaloezie naar is gekeken. Ook de Nederlandse minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) vraagt zich hardop af waarom het Nederland in tegenstelling tot Spanje maar niet lukt om illegalen terug te sturen naar Marokko.

Foto Reuters

Achter de bilaterale afspraken tussen Spanje en Marokko schuilt een aantal tegenprestaties en politieke deals, die niet allemaal openbaar zijn. Maar toen het Europees Hof van Justitie in december 2016 vonniste dat een akkoord over vrijhandel in groenten, fruit en vis niet van toepassing is op de Westelijke Sahara, was dat tegen het zere been van koing Mohammed VI. Die ziet dat gebied als Marokkaanse grond.

Marokko wil nu dat de Europese Unie het vonnis naast zich neerlegt. Begin februari gaf minister van Landbouw Akhannouch, een intieme vriend van de koning, een dreigend interview aan het Spaanse persbureau EFE:

„Hoe willen jullie dat wij de emigratie tegenhouden als Europa niet met ons wil samenwerken?”

In de vroege ochtend van vrijdag 17 februari bestormden negenhonderd Afrikanen het hek om de exclave Ceuta. Van hen bereiken er 498 het Spaanse grondgebied. Drie dagen later komen er na een nieuwe bestorming nog eens 350 vluchtelingen bij in het overvolle opvangcentrum. De grens blijkt ineens niet onneembaar meer.

Madrid doet alsof zijn neus bloedt en houdt zich buiten het conflict tussen Marokko en Brussel. Volgens de Spaanse autoriteiten speelden de straffe wind en de regen de grenswachten parten. „De samenwerking tussen Spanje en Marokko is magnifiek en beter dan ooit”, zei de Spaanse premier Rajoy.

Ook Rabat blijft officieel stil, zoals meestal bij lastige vraagstukken. Een bron bij de regering zegt echter desgevraagd dat factoren als „het weer” en „vermoeidheid” zeker een rol zullen hebben gespeeld. Maar vervolgt dan:

„Marokko kan dit niet bolwerken zonder de volledige medewerking van de EU. Je kunt geen samenwerking verlangen op het gebied van immigratie en terrorisme om vervolgens restricties op te leggen als het gaat om landbouw.”

Wat doet Spanje anders?

Foto AP

Terwijl de ogen van Europa vooral gericht waren op grote groepen vluchtelingen vanuit Turkije en Libië, hebben Spanje en Marokko deze westelijke Europese buitengrens anderhalf jaar geleden vrijwel volledig dichtgetimmerd. De toestroom naar Ceuta en Melilla, waar de afgelopen zestien jaar meer dan dertigduizend mensen de grens overstaken, is ingeperkt. Volgens diplomatieke bronnen biedt Spanje in ruil voor de hulp naast financiële vergoedingen verschillende compensaties aan Marokko, van materieel om de grens te bewaken tot versoepelde regels bij handelsakkoorden.

‘Eerst tegenhouden, daarna het liefst in de landen van herkomst naar oplossingen zoeken’, zo luidt de Spaanse vluchtelingenpolitiek. Matthijs van Bonzel, de Nederlandse ambassadeur in Madrid, prijst de Spaanse werkwijze aan op Dutch Diplo Talk, een blog van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De Spanjaarden kiezen volgens Van Bonzel voor „een pragmatische benadering”. „Hekken en kustwachtpatrouilles schrikken af. Maar dat is nooit genoeg”, schrijft Van Bonzel. „Spanje investeert in samenwerking. Met als doel stabiliteit, groei en werkgelegenheid scheppen daar waar uitzichtloosheid de mensen in beweging zet. Spaanse inzichten helpen in Italië en Griekenland, maar ook Nederland. De oplossingen moeten structureel zijn en in lijn met internationale mensenrechtverdragen.”

Foto Reuters

In die laatste woorden ligt de crux. In een akkoord tussen Spanje en Marokko uit 1992 is – haaks op het Europese recht – vastgelegd dat Spanje illegalen kan terugsturen zonder dat daar speciale procedures voor worden gevolgd. Bovendien voerde de regering van Rajoy in 2015 nieuwe wetten door die onderscheid maakten tussen ‘grensbestormers’ en asielzoekers. Wie op illegale wijze Spanje binnenkomt, wordt zonder veel problemen door Marokko teruggenomen. Ook als het gaat om mensen uit andere Afrikaanse landen dan Marokko. Om hoeveel mensen het precies gaat, is niet openbaar.

Spanje heeft bij Ceuta en Melilla wel kantoortjes geopend waar Syriërs om ‘Europees’ asiel kunnen vragen. Enkele duizenden Syriërs deden dat vorig jaar in Melilla. De meesten van hen reizen door naar Noord-Europa. Voor Afrikaanse vluchtelingen bestaat die mogelijkheid niet.

Geen pottenkijkers

Spanje en Marokko opereren zonder de inzet van de Europese grensbewakers van Frontex. Pottenkijkers zijn niet welkom. Media worden bij de exclaves op afstand gehouden. Verzoeken om het overvolle vluchtelingencentrum in Ceuta te bezoeken, worden niet gehonoreerd.

Bij de vraag of de grensbewaking bij Ceuta en Melilla een voorbeeld voor Europa is, antwoordt Estebán Beltrán, directeur van Amnesty International Spanje, met een cynisch lachje.

„Ja, een slecht voorbeeld. We zijn tot de conclusie gekomen dat er maar liefst op acht verschillende manieren mensenrechten worden geschonden. Spanje en Marokko hebben een illegaal akkoord gesloten over de bewaking van een Europese grens. En Europa laat het gewoon gebeuren.”