Ziekenhuizen maken steeds meer winst op dure medicijnen

Zorg

Ook ziekenhuizen verdienen aan dure geneesmiddelen. Schrijven zij de beste of meest lucratieve medicijnen voor?

Foto iStock

Alle universitair medische centra van Nederland gaan samenwerken bij de inkoop van sommige dure medicijnen. Op die manier hopen ze meer macht te hebben aan de onderhandelingstafel als ze met de farmaceutische industrie afspraken maken over het tarief waartegen wordt ingekocht.

Het is een van de antwoorden die ziekenhuizen verzinnen op de scherp stijgende prijzen van medicijnen tegen met name reuma en kanker. De uitgaven hierin stijgen veel sneller dan de groei die ziekenhuizen, zorgverzekeraars en de minister eerder overeen zijn gekomen: 1 procent. Daardoor verdringen de dure medicijnen de uitgaven aan andere vormen van zorg in ziekenhuizen.

Volgens de meest recente cijfers, die over 2015, waren ziekenhuizen bijna 1,8 miljard kwijt aan dure medicijnen, 8,5 procent van hun budget. In 2012 lag dat percentage nog op 6,3, volgens de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Op de centen letten

Dat de academische ziekenhuizen nu pas gezamenlijk gaan inkopen heeft verschillende redenen. Allereerst zijn ziekenhuizen nog niet zo lang financieel verantwoordelijk voor de kosten van medicijnen. Dus de drang om daar op de centen te letten was niet zo groot.

Daarnaast vrezen ziekenhuizen de mededingingsregels te overtreden als zij gezamenlijk inkopen. Daarom kwam de toezichthouder vorig jaar met een speciale „leidraad” voor ziekenhuizen hoe zij de krachten kunnen bundelen bij de inkoop zonder de wet te overtreden en als een kartel te fungeren.

Die aandacht en vrees verschilt overigens per ziekenhuis. Onder de vlag van Santeon werken zeven topklinische ziekenhuizen (waaronder het Amsterdamse OLVG, het Groningse Martini en het St. Antonius in Nieuwegein) al jarenlang samen, ook bij de inkoop.

In een recent onderzoek van de NZa zegt 16 procent van de ziekenhuizen helemaal niet samen te werken bij de inkoop. Als een van de redenen wordt gegeven dat de belangen van medisch specialisten in loondienst anders kunnen zijn van die in maatschappen en daardoor een gezamenlijke inkoop compliceren.

Toen Achmea een paar jaar geleden gezamenlijk met ziekenhuizen medicijnen wilden inkopen, bleken sommige ziekenhuizen niet mee te willen doen ook al was er al een aantoonbaar lagere inkoopprijs bedongen bij het farmabedrijf.

Wat bleek? Veel ziekenhuizen krijgen een algehele korting van de pillenfabrikant voor alle medicijnen die worden afgenomen. Maar als er dan op één medicijn een scherpere prijs wordt afgedwongen, kan de farmaceut er voor kiezen de hele kwantumkorting te schrappen. Dus wat op het eerste gezicht economisch lijkt, hoeft dat niet altijd te zijn.

Budgetafspraken

Maar er is meer aan de hand. Een deel van de uitgaven aan dure geneesmiddelen vallen buiten de budgetafspraken met verzekeraars. Soms zijn het kosten die de verzekeraar blind vergoedt, of die nu hoger of lager zijn. Dat betekent dat als een ziekenhuis slimmer omgaat met de uitgaven hieraan, het niet altijd wat oplevert.

Niet altijd, want de package deals die ziekenhuizen sluiten, kunnen lucratief zijn. Zorgverzekeraars worstelen er mee wat ziekenhuizen werkelijk betalen voor geneesmiddelen. Worden alle kortingen die de ziekenhuisapotheker of het ziekenhuis bedingt wel aan de zorgverzekeraar doorgegeven of verdienen ziekenhuizen ook op dure geneesmiddelen? Dat kan bijvoorbeeld door het volle pond van een officieel tarief bij de verzekeraar te declareren, terwijl de bedongen korting in de achterzak van het ziekenhuis verdwijnt.

Achmea voelt via zorgverzekeraar Zilveren Kruis de pijn van dure medicijnen. Vorige week waarschuwde het concern voor een tegenvaller van 100 miljoen euro bij de zorgdivisie. „Vooral een hoger dan verwacht gebruik van nieuwe (dure) medicijnen leidt tot de gestegen ramingen.”

Terwijl de ziekenhuizen juist steeds meer winst maken op dure geneesmiddelen – u leest het goed. Op een uitgave van 1,8 miljard euro constateert de NZa in een recent rapport dat „de gemiddelde marge is gestegen van 5 procent in 2013 naar 7,1 procent in 2014”. Het is een taxatie, haast de toezichthouder erbij te zeggen. Maar het betekent wel dat ziekenhuizen omgerekend 123 miljoen euro verdienen op dure medicijnen.

Dat werkt zo. Financieel gezien wil een ziekenhuis zo veel mogelijk winst maken op medicijnen. De NZa: „Namelijk om een geneesmiddel voor een zo laag mogelijke prijs in te kopen bij de fabrikant en deze voor een zo hoog mogelijke prijs te verkopen aan de zorgverzekeraar. Dat betekent dat het ziekenhuis niet per sé de prikkel heeft het goedkoopste geneesmiddel (…) in te zetten; dit hangt af van de hoogte van de marge.”

Kortom, hier beschrijft de toezichthouder een perverse prikkel die haaks kan staan op de belangen van de patiënt. Die kan niet het beste middel krijgen, maar het middel waarop het ziekenhuis het meest verdient, net als de adviseur die het beleggingsproduct verkoopt dat voor hem het meest oplvert .

In dit verband is het niet zo relevant dat de acht academische ziekenhuizen openheid van zaken willen geven over de prijs die zij voor een middel betalen. Het gaat er juist om dat zij het goedkoopste middel kiezen die het meeste gezondheidswinst oplevert.