Cultuur

Interview

Interview

Foto Frank Ruiter

‘Wil je verandering? Kom dan van je kont af’

Nadja Tolokonnikova (27) is een Pussy Riot en schreef na twee jaar strafkamp een boek met tips voor aspirant-revolutionairen. Daarvan is nu de Nederlandse vertaling verschenen. „Ik stort me erin zonder aan de consequenties te denken. Ik leid mijn leven als een puber.”

Drie meisjes, Katja, Maria en Nadja, probeerden een revolutie te ontketenen in Rusland. Ze noemden zich Pussy Riot, trokken korte rokjes aan en bivakmutsen over hun gezicht en zongen punkliedjes bovenop metro-ingangen, op het Rode Plein in Moskou en in de kathedraal van Christus de Verlosser. Een paar seconden duurden hun optredens, net voldoende om Poetin en de kerk te beschimpen en de lof van feminisme en homoseksualiteit te bezingen. En dan werden ze alweer door gezagsdragers van hun pop-uppodium gesleept. In 2012 kregen ze twee jaar gevangenisstraf voor hun „subversieve provocaties”.

Nadja Tolokonnikova (27) zat in een werkkamp in Mordovië. Hoge muren, vijf rijen prikkeldraad, soep van rotte aardappelen en diensten van twintig uur achtereen op het naaiatelier. Twee jaar geleden kwam ze vrij. De straf heeft haar niet het zwijgen opgelegd. Integendeel. Op basis van dagboekaantekeningen in het kamp schreef ze het boek Zo begin je een revolutie, met daarin tweehonderd tips voor aspirant-rebellen.

Haar boek is in het Nederlands vertaald (daarom was ze in Amsterdam). In Rusland verschijnt het niet, wel in Duitsland, Frankrijk en wellicht de VS. Daar kennen ze haar vooral door Madonna, die ten tijde van het proces op haar blote rug ‘Pussy Riot’ had staan. Bovendien vindt Nadja Tolokonnikova Trump net zo’n „piece of ass” als Poetin, dus schreef ze ook wat opruiende teksten over hem.

Nadja Tolokonnikova arriveert ’s ochtends vroeg in Amsterdam vanuit New York, waar ze één avond was om een optreden te doen, daarvoor was ze in Berlijn. Ze woont „parttime” in Moskou met haar echtgenoot Pjotr en dochter Gera van bijna 9. De rest van de tijd is ze op reis.

Ze heeft even gerust op haar hotelkamer, geen spoortje vermoeidheid als ze tevoorschijn komt. Nagels gemanicuurd, netpanty’s, nul sieraden en vlak onder haar ogen twee zwarte stipjes. Ze oogt vriendelijk, niet iemand van wie je tip 73 verwacht: „Kloot niet in het rond, werp dictators omver.”

Ze bestelt een dubbele espresso, schenkt water in, gaat zitten en past zwijgend tip 13 toe: „Jij hebt vragen, wij hebben Pussy Riot.” Dat combineert ze met tip 95: „Glimlach als je protesteert”. Voor ze antwoordt, lacht ze een Mona-Lisa-lach. Denkt ze na, of dreigt ze op te stappen?

Er is geen uitgewerkt plan, onze acties zijn niet gepland. Het is veel stommer dan dat.

Revoluties in Rusland zijn bloederig en gevaarlijk. Is dat echt wat u wilt, revolutie?

„Nationalisme, socialisme, kapitalisme zijn gevaarlijk. Poetin is een dictator. Ook gevaarlijk.”

Wat moet er veranderen?

„Ik streef naar een inclusieve samenleving, meer vrijheid voor meer mensen. Ongeacht hun sekse, hun geaardheid, hun opleiding, hun bezit.”

En hoe moet dat dan?

„Hoe moet ik dat weten? Ik ben god niet. ”

Na de stilte die dan volgt, zegt ze: „Neem mij en mijn boek toch niet zo serieus. Ik ben geen politicus, geen econoom. Ik ben anarchist. Ik wil verandering. Er is geen uitgewerkt plan, onze acties zijn niet gepland. Het is veel stommer dan dat. Ik stort me erin zonder aan de consequenties te denken. Ik leid mijn leven als een puber.”

In haar boek staat een brief afgedrukt die ze, met de hand, vanuit het kamp schreef aan haar vijfjarige dochter Gera. „We wonen hier met z’n veertigen, net zoveel als twee groepen op de kleuterschool.”

Lees de toelichting van correspondent Steven Derix op de clips van Pussy Riot: “Een fantastische clip vol echte schandalen.”

Waar was uw dochter toen u in het kamp zat?”

„Bij de ouders van mijn echtgenoot.”

Wist ze dat u gevangen zat?

„Ik vertel haar alles. Ze wist dat het kon gebeuren en ze begreep waarom het was.”

Tip 38 in haar boek luidt: „Doe het onmogelijke”. En daarna volgt een citaat van Andrej Tolokonnikov, Nadja’s vader. „Toen ze vier jaar oud was, heeft Nadja me bij volle bewustzijn, streng en zakelijk gezegd: ‘Papa! Dwing me nooit ergens toe’.” Hem leek het verstandig haar wens serieus te nemen. Hij zag haar alleen ’s zomers – haar ouders scheidden toen ze vijf was – en liet haar dan, zo klein als ze was, luisteren naar revolutionaire radiostations en gaf haar politieke tijdschriften te lezen. Hij schrijft: „Ik gaf haar water in de zomer, zodat ze in de herfst zou bloeien.”

Op haar twaalfde verjaardag, 7 november 2000, kreeg ze het voor het eerst met Poetin „aan de stok”, zegt ze. Tot dat jaar viel haar verjaardag samen met de dag van de revolutie een vrije dag voor alle Russen. „Poetin schafte de feestdag af, en daarmee mijn verjaardag.” Haar activisme was ontloken. Op school hield ze spreekbeurten over milieuvervuiling. „Een kind weet dat sneeuw wit hoort te zijn. Bij ons was die in een half uur grijs, en na een uur zwart.”

Ze groeide op in Norilsk, een industriestad in Siberië. IJskoud, alleen in juli en augustus vriest het er niet. De stad is begin twintigste eeuw groot geworden door de omringende goelags, de kampen waar (politiek) gevangenen tewerkgesteld werden in de mijnen vol nikkel, koper en steenkool. Nadja’s voorouders – deels uit Polen, deels uit Wit-Rusland – waren daar heen verbannen wegens revolutionair gedachtengoed. „Bijna iedereen in Norilsk werkt in de fabriek of de mijn. Ze waarschuwden me niet de hand te bijten die ons voedde.”

Mijn kracht is dat ik beschik over de roekeloosheid van de zwakke maar wanhopige.

Haar moeder verkocht zelfgemaakte lekkernijen op de markt om haar te kunnen voeden. De Russische economie was in de jaren negentig op een dieptepunt. Haar moeder is, zegt ze, heel intelligent en kunstzinnig. „Nu begrijp ik dat ze haar talent opzijschoof om voor mij te kunnen zorgen.” Haar moeder breidde haar handel uit, er kwam meer geld binnen voor spullen en voor buitenlandse reisjes. „Maar ik vond het vreselijk, ik verweet mijn moeder dat ze een kapitalist werd.” Puberale rebellie, noemt ze het nu. „Ik ben nu juist heel trots op haar. Ze is 50, ik probeer haar zover te krijgen dat ze zich artistiek ontplooit.”

Maar destijds was haar moeders ‘materialisme’ de reden om direct na haar eindexamen naar Moskou te vertrekken. Ze was 16. Ze ging filosofie studeren en binnen het jaar had ze zich aangesloten bij ‘kunstgroep’ Vojna, een voorloper van Pussy Riot. Vojna projecteerde een schedel op het Russische regeringsgebouw, dwong een restaurant van fascistische eigenaars tot sluiting en Vojna-leden kusten politieagenten op de mond.

Nadja Tolokonnikova staat op om een snoepje te pakken uit een pot op tafel. Haar 82ste tip: „Je gaat waarschijnlijk niet winnen met kracht en geweld. Als je wint zal dat komen door vindingrijk te zijn en een beetje maf in je hoofd.” Zij is geen stenengooiende revolutionair, maar een artistieke activist. „Mijn kracht is dat ik beschik over de roekeloosheid van de zwakke maar wanhopige.”

Haar verzet zit in wat ze schrijft, doet en zingt en dat jaagt in haar geboorteland al snel iedereen in de gordijnen. En ongevaarlijk is dat niet.

Bent u nooit bang?

„Ik ben nog te vaak en te veel bang. Ik probeer het af te leren.”

Voor een bang iemand neemt u veel risico.

„Bedankt.”

In tip 159 zegt u: Het is niet genoeg om lammeren te offeren, kalveren, duiven of je bezit. Soms moet je jezelf offeren. Offert u uzelf?

„Ik ben geen held.”

Ze leeft volgens haar eigen tip 200: „Als je iets wilt veranderen, kom dan van je kont af. Het is hier zelfbediening.”

Nadja Tolokonnikova: Zo begin je een revolutie,

Atlas Contact € 18,99