Wie vertelt de kiezer hoe goed we het hebben in Nederland?

Gedragscolumn Kiezers lijken meer te stemmen op basis van hun emoties dan op basis van feiten. Dat kan gevolgen hebben voor de democratie, schrijft Gert Jan Lelieveld, in de Gedragscolumn. Focus ook eens op wat er goed gaat.

Over een aantal weken (op 15 maart 2017) vinden de verkiezingen plaats in Nederland. Professor Barbara Baarsma hield vorige week een korte monoloog in een ‘DWDD-talk’ over de kiezer die meer stemt vanuit gevoel dan vanuit het verstand. De kiezer richt zich meer op de negatieve gevoelens en gebeurtenissen dan op de positieve. Maar het gaat toch helemaal niet zo slecht met ons land?
Nederland is een land dat heel erg hoog scoort op verschillende lijstjes. Zo heeft Nederland de gelukkigste kinderen ter wereld. Ook de volwassenen staan op de zevende plek.
Vergeleken met andere Europese landen zijn Nederlanders gemiddeld heel rijk, is Nederland het land waar de zorg het beste is en waar de werkloosheid onder jongeren de op een na laagste is. Verder staat Nederland in de top 20 van grootste economieën van de wereld, wat ook te zien is aan hoeveel we exporteren naar andere landen.

Alles wat fout gaat

Nederland staat dus erg hoog in de ranglijstjes. Veel mensen vinden die lijstjes echter helemaal niet belangrijk. De kiezers lijken zich alleen maar bezig te houden met alles wat fout gaat, en missen het vele dat goed gaat. Dit is goed te verklaren met inzichten vanuit de sociale psychologie. Klassieke studies laten zien dat mensen vaak een negativity bias vertonen. Dit houdt in dat negatieve gebeurtenissen, negatieve emoties en negatieve feedback meer impact hebben op mensen dan positieve gebeurtenissen, emoties en feedback. Bovendien wordt negatieve informatie ook beter verwerkt dan positieve informatie en worden negatieve indrukken en stereotypes sneller gevormd dan positieve indrukken en stereotypes. Het is dus niet zo raar dat de kiezer zich constant richt op alles wat fout gaat.

Meer aandacht voor onvrede

Professor Baarsma liet vorige week blijken dat dit geen goede zaak is. Natuurlijk moeten we proberen de overige problemen in ons land op te lossen. Het is daarom ook begrijpelijk dat de ouderenzorg, de ongelijke kansen in het onderwijs en de langdurige werkloosheid zoveel aandacht krijgen. Maar zoals het nu gaat krijgen negatieve aspecten buitensporig veel aandacht. De komst van President Trump en de Brexit en de opkomst van nationalisme in Europa hebben hier ook aan bijgedragen. Maar verstandig is het niet, om alles wat slecht gaat zoveel aandacht te geven.
Door onvrede zo centraal te stellen wordt die onvrede alleen maar aangewakkerd en bevestigd. Sociaal psychologisch onderzoek laat zien dat mensen niet alleen lijden aan een negativity bias, maar ook aan een confirmation bias. Dit houdt in dat mensen de neiging hebben om meer aandacht en waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën bevestigt en tegelijkertijd minder aandacht besteden aan informatie die eigen ideeën tegenspreekt.

Dit is precies wat er lijkt te gebeuren. De kiezers lijken meer aandacht en waarde te hechten aan negatieve gebeurtenissen en aan de onvrede in ons land die hun negatieve gedachten lijken te bevestigen. Ze richten zich nauwelijks op hoe goed het eigenlijk gaat met ons land en hoe goed we het hebben in Nederland.

Meer verstand, minder emotie

De kiezer zou zich dus wat meer moeten realiseren hoe goed het gaat met Nederland. Of je nu op de PvdA, de PVV, de VVD of D66 stemt, bedenk goed dat velen van ons het goed hebben. Het is nog steeds goed om ook aandacht te geven aan dingen die beter kunnen in ons land, maar baseer je mening over deze zaken meer op basis van verstand en minder op basis van je emoties. Dit leidt tot een meer gebalanceerde mening en een minder impulsieve keuze.

Gert-Jan Lelieveld is universitair docent bij de sectie Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.