Deze romans kunnen de wereld van Trump duiden

Literaire nachtmerries

The Plot Against America en 1984 zouden de wereld van Donald Trump verklaren. De literatuur is echter geen medicijnkast. Andere romans bieden meer duiding.

Hoe kon het, vroegen velen zich af na de Tweede Wereldoorlog, dat het volk van Goethe, Beethoven en Kant tot zulke barbaarsheid in staat bleek? Er zullen weinigen zijn die vergelijkbare vragen voelen opkomen naar aanleiding van het huidige Amerikaanse echec. De Verenigde Staten zijn altijd meer het land van People Magazine geweest dan van Walt Whitman, meer van Liberace dan van Leonard Bernstein, meer van Donald Trump dan van Martin Luther King. Racisme, kapitalisme en seksisme zijn traditionele waarden van de Amerikaanse republiek, heftige verontwaardiging over presidentiële pogingen deze opnieuw te bestendigen lijkt in het licht van de geschiedenis weinig oprecht en nauwelijks nuttig.

Sla de literatuur er maar op na. ‘Amerika is nooit onschuldig geweest. We zijn onze onschuld verloren op de boot naar hier, en geen terugblik heeft ons ooit met spijt vervuld. Je kunt onze zondeval niet toeschrijven aan een losstaand incident of aan welke omstandigheid dan ook. Je kunt niet verliezen wat je bij de conceptie al miste.’ Dit zijn de openingsregels van American Tabloid (1995, vertaald als Amerikaans Riool) van James Ellroy, een roman die zich afspeelt in de schaduwwereld rond de opkomst en ondergang van John F. Kennedy. Niet alleen schaaft Ellroy (1948) alle glans van de jonge Democraat die het hoogste publieke ambt bereikt door een combinatie van nepotisme, geprivilegieerde arrogantie, criminele loyaliteiten en een populair mediaprofiel, maar hij schetst ook een Amerikaanse realiteit waarin de FBI rabiaat op zondebokken (in dit geval: communisten) jaagt en de CIA rechts-radicalen ophitst.

Racisme en rancune voor politiek gewin: begint het al een beetje bekend te klinken? Op haar best legt literatuur getuigenis af van tijd, plaats en geest. Wie goed leest, weet wat hij van de mens kan verwachten, of vrezen.

Medicijnkast

Het is verleidelijk om met Donald Trump in het achterhoofd langs de boekenplanken te schuifelen en naar voorspellingen te snuffelen, om titels te vinden die het heden lijken te duiden. De literatuur is alleen geen medicijnkast en zeker ook niet bedoeld als bewaarplaats voor letterlijkheden. Zo brengt Trump mij als lezer niet naar verhalen over demagogen, maar naar een onthullende bijfiguur in de klassieker The Great Gatsby (1926), van F. Scott Fitzgerald. Gatsby is verliefd op Daisy, maar Daisy is getrouwd met ene Tom Buchanan, een verwaande, onintelligente, ostentatief rijke figuur. Tijdens een diner zegt Buchanan dat de beschaving aan stukken gaat en hij haalt daarbij een boek aan, The Rise of the Coloured Empires (een verwijzing van Fitzgerald naar het werkelijke The Rising Tide of Color uit 1920). ‘Het uitgangspunt is dat, als we niet uitkijken, het blanke ras totaal – eh, verzwolgen zal worden. Het is allemaal heel wetenschappelijk; het is bewezen [...] Wij, die het dominante ras zijn, moeten oppassen of anders zullen die andere rassen de lakens gaan uitdelen.’ De heersende klasse als opgejaagd dier, als slachtoffer. Negentig jaar later zijn de Tom Buchanans nog altijd aan de macht, is hun hypocriete huilverhaal onveranderd manna voor de massa.

I’m not a nigger, I’m a man. But if you think I’m a nigger, that means you need it.’ Woorden van schrijver, dichter en essayist James Baldwin, geuit tijdens een televisie-interview in 1963. Baldwin, bekend van romans als Go Tell it on the Mountain (1953) en Giovanni’s Room (1956), maar beter herinnerd vanwege essaybundels als Notes of a Native Son (1955) en The Fire Next Time (1963), was zwart, homoseksueel, buitengewoon begaafd en messcherp in zijn oordeel over de raciale verhoudingen in zijn land. Daarbij spaarde hij ook zwarte auteurs niet.

Zwarten, moslims, illegalen: voor wit Amerika is de bewuste constructie van de vijandige vreemde een dierbare en duurzame.

Kritisch was hij bijvoorbeeld over Native Son (1940) van Richard Wright. In dat boek is hoofdpersonage Bigger een moordenaar en verkrachter, een stereotype volgens Baldwin. Maar waar Baldwin (1924-1987) oorzaak en gevolg van het fenomeen ‘nigger’ analyseert en aanklaagt, geeft Wright een indringende uitwerking van de zwarte nachtmerrie van wit Amerika. De scheidslijn tussen representatie en stereotypering is altijd controversieel. Wrights roman is te naturalistisch voor een sociaal pamflet, maar tegelijk te boos om eenduidig te behagen. Biggers huidskleur heeft uiteindelijk de receptie van het boek bepaald. Met een witte protagonist zou de nadruk op individuele beweegredenen als vervreemding en sociopathie komen te liggen, in een gesegregeerde samenleving als de Amerikaanse is iedere zwarte man in fictie onmiddellijk de zwarte man.

Wraak

Zwarten, moslims, illegalen: voor wit Amerika is de bewuste constructie van de vijandige vreemde een dierbare en duurzame. De werkelijke onbekenden op het Noord-Amerikaanse continent zijn natuurlijk de witte bewoners, het is daarom essentieel dat zij hun aanspraak op het land als natuurlijk beschouwen en iedere nieuwe indringer tot gevaar bestempelen. Hun identiteit is antagonistisch van aard.

Amerika is een van die plekken op aarde van waaruit de koloniale macht nooit is verdreven of vertrokken. Meer dan vier eeuwen geleden arriveerden de eerste schepen er met Europeanen, hongerig naar Lebensraum en roofbuit. De daaropvolgende etnische zuivering en landroof zijn van een apocalyptische omvang. Welke boze witte man in Amerika zou niet bang zijn voor wraak, zou niet vrezen voor verlies van zijn oneerlijk verkregen voorrechten? Deze angst vraagt om geweld, om aanvallen die de beste verdediging lijken.

Er bestaan weinig romans die ingeworteld geweld, noodlot en retributie dwingender verbinden dan Blood Meridian or the Evening Redness in the West (1985, vertaald als Meridiaan van bloed) van Cormac McCarthy (1933). Het verhaal, gebaseerd op ware gebeurtenissen, speelt zich af op de helft van de 19de eeuw aan de Texaans-Mexicaanse grens. Hoofdpersoon is een veertienjarige jongen, ‘the kid’, die zich na enkele omzwervingen aansluit bij de Glanton Gang, een bende outlaws die Indianen uitroeit voor het geld. De methoden van de bende zijn maniakaal bloeddorstig, na de Indianen, onder wie vrouwen en kinderen, vermoorden ze Mexicanen, daarna elkaar.

De figuur die deze escalatie aanvuurt is Judge Holden, een indrukwekkende, bleke, intimiderend intelligente en haarloze duivel, een pederast en sadist. Hij voorziet alle wreedheden die hij en de anderen begaan van cynische wijsheden: ‘Alle ontwikkelingsstadia van een hogere naar een lagere orde worden gemarkeerd door ruïnes en raadsels en een restant van naamloze woede.’ Hollywood probeert Blood Meridian al jaren te verfilmen, maar de vele plastische beschrijvingen van marteling en moord, vooral van onschuldige Indianen en Mexicanen, lijken niet alleen een probleem voor de filmkeuring, maar ook een te verregaande bezoedeling van de vergoelijkende origin story die zo veilig was in de handen van John Wayne. De Glanton Gang creëert een hel op aarde met een contract van de overheid op zak. Hun opdrachtgever, een kapitein van het Amerikaanse leger, hanteert een simpele rechtvaardiging voor het vermoorden van Mexicanen: ‘Waar we mee te maken hebben, zei hij, is een gedegenereerd ras. Een bastaardras, nauwelijks beter dan de nikkers. Als het al beter is [...] We hebben te maken met een volk dat duidelijk niet in staat is zichzelf te regeren. En weet je wat er gebeurt als mensen zichzelf niet kunnen regeren? Precies. Dan komen er anderen die het voor hen doen.’

Racisme, kapitalisme en seksisme zijn traditionele waarden in de VS. Wie goed leest, weet wat hij kan verwachten, of vrezen.

Witte superioriteit en monetair gewin – hoe traag verloopt de Amerikaanse tijd. Het is wonderlijk hoe lang het kapitalisme al verantwoordelijk wordt gehouden voor dynamiek, voor vooruitgang. Amerikanen hebben nu een publieke kapitalist naar het Witte Huis gestuurd met een mandaat voor de terugkeer naar zogenaamd verloren waarden, vanuit een nostalgie naar een tijd toen elke zwarte nog onder je stond, amper hoger dan je echtgenote.

Destructieve belasting

In de literatuur is geld vloek en verleiding, een fenomeen dat het fatale ingrediënt van iemands karakter onthult. In de roman McTeague (1899) van Frank Norris (1870-1902) staat een eenvoudige tandarts op het punt te trouwen met een jonge vrouw die onverwacht 5000 dollar wint in een loterij. Haar voormalige bewonderaar, een goede vriend van de tandarts, is jaloers op diens geluk. Hun vriendschap verandert langzaam in een fatale vijandschap. Ook voor de vrouw blijkt haar winst een destructieve belasting, ze verandert in een geobsedeerde vrek om uiteindelijk als een waanzinnige te eindigen, spelend met de gouden munten van haar buit.

De alledaagse hoofdfiguren van McTeague staan op de drempel van een nieuwe eeuw, op de eerste treden richting bourgeoisie. Hun eenzijdige wensen maken hen kwetsbaar voor onredelijke verlangens, voor een sociaal determinisme waar geen van hen vat op heeft. Toen de legendarische regisseur Erich von Stroheim McTeague verfilmde, veranderde hij de titel in het nogal expliciete Greed (1924). De roman maakt zich niet schuldig aan zo’n opzichtige moraal, Norris beschrijft en ontleedt slechts, over het grimmige lot van zijn personages lijkt hij zijn schouders op te halen.

Geen enkel literatuuroverzicht in tijden van Trump is compleet zonder een dystopie. En welke beter dan een waarin Amerika wordt onderworpen door een samenzwering van grootindustriëlen, genaamd ‘The Oligarchy’. In 1907 publiceerde Jack London de roman The Iron Heel en niemand mag daarna meer het ondenkbare benadrukken van Amerika als totalitair-kapitalistische natie. Genadeloos is de roman over de rol van de middenklasse, die weigert de working class te steunen in de naderende dreiging, zich liever dom houdt, rijk rekent en haar heil zoekt in nutteloos conformisme.

London (1876-1916), een socialist, schroomt niet om Marx’ historisch materialisme spannend vorm te geven. Het geeft The Iron Heel iets onontkoombaars, iets sombers ook, omdat de sociale gevaren die London schetst nog altijd niet zijn opgelost en strijd, van wat voor aard dan ook, daardoor onafwendbaar lijkt. Het boek bevat voetnoten, zogenaamd toegevoegd door iemand zeven eeuwen in de toekomst, een personage dat gefascineerd maar ook licht geamuseerd de verwikkelingen becommentarieert, een superieur wezen dat bijna niet kan geloven dat de mens ooit zo hardleers is geweest.

Nog eens James Baldwin: ‘The only way that you can get through life is to know the worst things about it.’ Hoewel ook in de Verenigde Staten ontkenning en moedwillig onbenul het omzetten van ontmaskerende ervaringen in literatuur vertragen, kan ik met gemak vele titels opsommen die ‘the worst’ ontsluiten en daarmee de lezer niet met lege handen in het heden laten. In bovenstaande alinea’s laat ‘Amerikaans’ zich in meer gevallen vervangen door ‘Nederlands’. Is onze literatuur even voorbereid op machthebbers die zich op een onterechte glorietijd beroepen, vijanden van slachtoffers maken en de samenleving beschouwen als de hinderlijke ruis buiten de villawijk? Hebben onze schrijvers ons toereikend gewezen op de specifieke wortels van ons broze heden, op de open valkuilen van onze toekomst? Ik twijfel.