Regionale verschillen huizenprijzen toegenomen

In Bloemendaal zijn de koopwoningen gemiddeld het duurst, in het Groningse Pekela het goedkoopst.

Een huis in Wassenaar staat te koop. In de gemeente ligt de gemiddelde huizenprijs boven een half miljoen euro. Foto Koen Suyk / ANP

De regionale verschillen tussen de gemiddelde huizenprijzen zijn vorig jaar groter geworden. Dat blijkt dinsdag uit cijfers van het CBS en het Kadaster. Het gemiddelde prijsverschil tussen de gemeente met de hoogste en de laagste verkoopprijs lag vorig jaar op bijna 522.000 euro. Dat is meer dan in de drie voorgaande jaren toen dit bedrag nog onder de 500.000 euro lag.

In Bloemendaal betaalde men gemiddeld het meest voor een koophuis, in het Groningse Pekela het minst.

Duurste gemeenten

Bloemendaal voert voor het tweede jaar de lijst aan met een gemiddelde verkoopprijs van 650.000 euro. In Bloemendaal zijn de huizenprijzen vorig jaar hard gestegen. In 2016 werd er gemiddeld 50.000 euro meer betaald voor een koophuis dan het jaar ervoor. In Nederland zijn er nog vier gemeenten waar een huis vorig jaar gemiddeld meer dan een half miljoen euro kostte. Dat zijn Laren, Blaricum, Wassenaar en Rozendaal.

Goedkoopste gemeenten

In het noorden van het land zijn de gemiddelde huizenprijzen het laagst. In Pekela wordt al voor het vierde jaar op rij gemiddeld het minst betaald voor een woning. Vorig jaar kostte een koopwoning gemiddeld 128.000 euro. In Nederland zijn er in totaal zeven gemeenten waar de huizenprijs gemiddeld lager lag dan 150.000 euro, waaronder Delfzijl, Veendam, De Marne en Oldambt. Dat zijn er een stuk minder dan het jaar ervoor. In 2015 lag dat aantal nog op dertien gemeenten.