Militairen: niet genoeg munitie tijdens uitzendingen

Minister Hennis bij Nederlandse militairen in Mali. Foto Evert-Jan Daniels / ANP

Eén op de vijf militairen zegt onvoldoende munitie te hebben tijdens uitzendingen. Dit blijkt uit een grote enquête van vier grote defensievakbonden onder bijna 8.500 militairen en burgermedewerkers van de krijgsmacht.

Dat het leger soms tijdens oefeningen kampt met munitietekorten is al langer bekend (ze moeten dan ‘pang-pang’ roepen), maar het ministerie heeft altijd tegengesproken dat dit ook tijdens uitzendingen een probleem is. Jean Debie, voorzitter van vakbond VBM:

“Militairen zijn dus ook op uitzending vaak niet op hun taak berekend. Dat kan gevaarlijk zijn.”

Het ministerie van Defensie stelt dat de “zorgen onder het personeel” bekend zijn. Over de munitietekorten tijdens uitzendingen zegt een woordvoerder dat er “nu geen sprake van is.”

De uitkomsten van de enquête tonen een groot gebrek aan vertrouwen van militairen en burgermedewerkers in hun leidinggevenden. Twee op de drie militairen heeft geen vertrouwen in de Defensietop.

Bijna 87 procent van de ondervraagde militairen gaan vindt dat minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) er “niet in is geslaagd het vertrouwen te herstellen.” Nog geen drie procent van de ondervraagden gelooft dat Defensie “handelt in het belang van haar personeel”. Overigens is dit gebrek aan vertrouwen niet nieuw: ook in enquêtes die werden gehouden in 2013 en 2014 verklaarde personeel al weinig vertrouwen in de legerleiding te hebben.

Basisgereedheid niet op orde

Bijna de helft van de ondervraagden vindt dat basisgereedheid van de eigen eenheid niet op orde. Dat betekent dat de eenheid in principe niet direct inzetbaar is. De beschikbaarheid van reserveonderdelen is volgens 71 procent sterk verslechterd ten opzichte van vorige enquêtes. Het kabinet Rutte-II investeerde circa 870 miljoen euro in de krijgsmacht, maar dat volgde op decennia van bezuinigingen. Het kabinet Rutte-I (2010-2012) bezuinigde bijvoorbeeld een miljard op Defensie. Dat was voor de toenmalige minister van Defensie, Hans Hillen (CDA), aanleiding om te stellen dat Nederland “voor zijn veiligheid onderverzekerd dreigt te raken”.

“Vlijmscherp”, noemt CDA-Kamerlid Raymond Knops de conclusies uit het rapport. “Het piept en kraakt aan alle kanten. Ik ben er erg van geschrokken dat militairen ook op uitzending blijkbaar te weinig munitie hebben. We moeten veel sneller meer investeren in de krijgsmacht. Wat dat betreft heeft Donald Trump gelijk – Europa draagt te weinig bij aan de NAVO.”

Mali

PVV-Kamerlid Raymond de Roon zegt “niet verrast” te zijn door het rapport. Hij refereert aan het terugtrekken van de Nederlandse helikoptercapaciteit van de VN-vredesmissie in Mali, omdat de toestellen in onderhoud moeten. De Roon:

“We worden met zulke voorbeelden om de oren geslagen. Defensie kan gewoonweg niet bieden wat het belooft.”

Een woordvoerder van het ministerie reageert wel op de algemene kritiek:

“De tientallen jaren van bezuinigingen hebben hun tol geëist. We werken aan herstel van het vertrouwen.”