Lastiggevallen op straat: bijna gewoon

Ongevraagde toenadering Vrouwen in Rotterdam krijgen op straat vaak te maken met opmerkingen en intimidatie. De gemeente denkt aan maatregelen.

Winkelend publiek in de Koopgoot in Rotterdam. Foto Koen van Weel/ANP

Vrouwen en meisjes nafluiten op straat, of een compliment maken. Ze nastaren. Sissen. Hoort dat er nu eenmaal bij, zeker nu de lente eraan komt? Of is het intimiderend en maakt het dat vrouwen zich onveilig voelen? En hoeveel vrouwen krijgen ermee te maken?

Om met het laatste te beginnen: bijna allemaal, als ze tussen de 18 en 45 zijn, en in Rotterdam wonen. 94 procent van de vrouwen heeft in het afgelopen jaar ten minste één keer een vorm van seksuele toenadering ondervonden. Ook als je de relatief onschuldige complimenten en het nastaren weglaat, is het nog 84 procent. Van de ernstiger vorm, seksuele straatintimidatie, heeft 44 procent van de ondervraagde vrouwen vorig jaar last gehad. Bijna 90 procent van de vrouwen past zijn gedrag aan om dit soort toenaderingen te voorkomen – ze vermijden oogcontact, lopen niet langs groepen mannen of jongens, of passen zelfs hun kleding aan.

Dat zijn de resultaten van een onderzoek van de Erasmus Universiteit in opdracht van de gemeente Rotterdam dat dinsdag bekend werd gemaakt. Deze woensdag worden in een landelijk congres de uitkomsten besproken. Het is volgens de gemeente voor het eerst dat in Nederland zo’n omvangrijk onderzoek naar seksuele intimidatie in de openbare ruimte plaatsvindt.

Dat vrouwen zich aanpassen om straatintimidatie te voorkomen vind ik onacceptabel.

Het doel van het onderzoek is om effectieve maatregelen te kunnen nemen, zegt wethouder veiligheid Joost Eerdmans. „Dat vrouwen zich aanpassen om straatintimidatie te voorkomen vind ik onacceptabel. Iedereen moet zich vrij en veilig kunnen bewegen in de stad. We zullen met een reeks maatregelen moeten komen, zowel repressief als preventief. In Rotterdam komen we op voor slachtoffers.” Vorig najaar heeft de gemeente Amsterdam na een verkennend onderzoek een ‘sisverbod’ ingesteld in een plaatselijke verordening – vrouwen lastigvallen zou verstoring van de openbare orde opleveren.

Het recht van vrouwen om veilig over straat te kunnen gaan, staat extra in de belangstelling nadat tijdens Oudjaarsnacht van 2015 in Keulen honderden vrouwen, vooral rond het station, lastig zijn gevallen en in sommige gevallen ook verkracht. Omdat vrouwen verklaarden dat de daders een ‘Noord-Afrikaans’ of ‘Arabisch’ uiterlijk hadden, ontstond in meerdere landen felle discussie over de betekenis die culturele verschillen en het toelaten van grote aantallen vluchtelingen hebben voor de veiligheid van vrouwen op straat.

„Vrijwel alle vrouwen zeiden blij te zijn met de aandacht voor dit onderwerp”, zegt onderzoeker Tamar Fischer. „De overgrote meerderheid vindt ook dat het moet worden aangepakt.” Voor het onderzoek vulden 1.186 vrouwen in de leeftijd van 18-45 jaar een vragenlijst in, en hadden de onderzoekers tientallen gesprekken met vrouwen, wijkagenten, en buurtwerkers. Ook hielden ze straatinterviews.

Daders vaak jong

Fischer vroeg de vrouwen ook naar de daders. Dat waren even vaak mannen in groepen als individuen. Ze waren iets vaker jong, en relatief vaak uit een andere etnische groep dan de eigen. Ze vroeg niet naar de etniciteit van de daders. „Dat is niet betrouwbaar te meten door alleen de vrouwen hun observaties te vragen, en hun perceptie is mogelijk gekleurd”, zegt Fischer. Bovendien is het niet nodig voor het zoeken naar maatregelen. De groepen waar het om gaat zijn zo aan te wijzen. Die springen er uit omdat ze bijvoorbeeld op straat hangen, werkloos zijn, of niet naar school gaan.

„En als dat het verwijt oplevert dat ik politiek correct ben, vind ik dat niet erg. Ik ben wetenschapper.”

Opmerkelijk is dat de gemeente zelf wel aanvullend onderzoek heeft gedaan naar de plegers. „Wíj moeten het probleem aanpakken”, verklaarde wethouder Eerdmans die aanvulling. Uit dat onderzoek, op basis van bijna duizend straatinterviews met vrouwen tussen de 18 en 45, blijkt dat de meeste plegers volgens de vrouwen een Marokkaanse achtergrond hebben: bij 32 procent van de incidenten. Als alleen naar Rotterdam-Noord wordt gekeken, dan is het 41 procent. 18 procent van de plegers had volgens de vrouwen een Antilliaanse of Arubaanse achtergrond.

Opvallend is dat lang niet alle vrouwen die seksuele toenadering hebben ervaren, ook vinden dat zij seksuele intimidatie hebben meegemaakt. Wat toenaderingen intimiderend maakt, is als ze in een groep gebeuren, als er een groot leeftijdsverschil is of een grote sociale afstand, bijvoorbeeld als iemand een andere etniciteit heeft. Ook blijken toenaderingen in de eigen wijk en op stille plekken als intimiderend te worden ervaren.