Commentaar

Intimidatie

Primitief gedrag op straat niet bestrijden met symboolwetgeving

Moet er naast een verbod op beledigen, bedreigen, discriminatie en aanranden een artikel komen dat (seksuele) intimidatie op straat strafbaar stelt? In Frankrijk en België bestaat het al. Het Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch (PvdA) diende vorige week een initiatiefwetsvoorstel in. De Amsterdamse gemeenteraad besloot de algemene plaatselijke verordening aldus aan te passen, op initiatief van VVD-raadslid Dilan Yesilgöz. In Rotterdam wil Leefbaar een ‘sisverbod’ op straat.

Marcouch wil dat op straat dezelfde normen gelden als op de werkvloer: alle gedrag met een seksuele betekenis, dat de waardigheid van de persoon aantast, dient strafbaar te zijn. Yesilgöz wil dat iedereen zich overal en op elk moment van de dag in Amsterdam op straat vrij moet kunnen voelen. Toegegeven, mooie idealen.

Nu heeft naar schatting een op de drie vrouwen in de hoofdstad op straat last van seksuele intimidatie: schelden, agressief, discriminerend en provocerend gedrag van mannen. Als verdachten worden veelal mannen met een migratieachtergrond aangewezen. Niet de spreekwoordelijke bouwvakker die vanaf de steiger naar vrouwen fluit – die behoort (kennelijk) tot de autochtone folklore. Dit gaat over etnische spanning op straat. Over culturele of religieus bepaalde opvattingen over rolverdeling, uiterlijk, seksualiteit, over wat ‘normaal’ is en voor wie en wat je bang bent. Voor intimidatie is de beleving van het slachtoffer net zo wezenlijk als het gedrag van de dader. Mikpunt zijn behalve vrouwen ook homo’s, biseksuelen en transgenders. Intimidatie is hoofdzakelijk verbaal gedrag: uitjouwen, gebaren, hinderen, aanstoot geven, spugen, sissen. Wie dergelijk primitief gedrag wil negeren moet een sterke, zelfbewuste, onbevreesde houding hebben.

Tegen het Amsterdamse verbod zijn bezwaren ingebracht. Handhaving, vervolging en bestraffing zijn problematisch. Vermoedelijk zijn alleen overtredingen op heterdaad voldoende bewijsbaar om te kunnen vervolgen. Gemeenten zijn waarschijnlijk ook niet bevoegd om de uitingsvrijheid van burgers lokaal aan banden te leggen – dat kan alleen het Rijk. Er zijn christelijk georiënteerde gemeenten waar het bezigen van ‘ruwe of onzedelijke taal’ op straat is verboden – dit om andere vrome redenen, het voorkomen van vloeken. Met een beroep op de uitingsvrijheid is het juridisch makkelijk te omzeilen. Symboolwetgeving dus, de pakkans en strafkans zullen zeer laag zijn. Het is dan ook de vraag of hier (al) een taak voor de politie ligt. Beïnvloeding door voorlichting, opvoeding of campagnes vond nog nauwelijks plaats. Emancipatie en integratie zijn zelden af te dwingen met boetes.