Historische belangstelling slaat om in afkeer

Leonor Faber-Jonker Historicus

Leonor Faber-Jonker maakte een Franse tentoonstelling over de Duitse massamoord in Namibië (1904).

Een Namibische delegatie verricht een een Hereroritueel bij het Berlijnse Charité-ziekenhuis toen in september 2011 twintig geroofde Hereroschedels werden teruggegeven. Foto John MacDougall/AFP

Plotseling is er alom aandacht voor de eerste genocide van de twintigste eeuw: de volkerenmoord tussen 1904 en 1908 op 60.000 Herero en 10.000 Nama in de toenmalige Duitse kolonie Namibië. De Duitse regering onderhandelt momenteel over verontschuldigingen en financiële compensatie.

In het Deutsches Historisches Museum in Berlijn loopt een tentoonstelling over het Duitse koloniale verleden met veel aandacht voor de koloniale wandaden in Namibië. De Namibische genocide is ook onderwerp van een expositie in het Parijse Mémorial de la Shoah, die nog tot 12 maart loopt.

Wetenschappelijk curator van die Parijse tentoonstelling is schrijver en historicus Leonor Faber-Jonker (1987). Eerder schreef ze onder andere over de geschiedenis van de punk in Nederland. Later dit jaar verschijnt bij het African Studies Centre in Leiden de masterscriptie ‘More than just an object, waarop ze in 2015 afstudeerde, over de teruggave aan Namibië in oktober 2011 van 20 schedels die ruim een eeuw in het Berlijnse medisch centrum Charité lagen.

Faber-Jonker beschrijft op indringende wijze hoe en waarom de schedels in Duitsland terecht kwamen, welk onderzoek ermee werd gedaan, en hoe ze ten slotte werden gerepatrieerd. Haar aanvankelijke, onbevangen curiositeit sloeg gaandeweg om in afschuw, zegt ze.

U was net zo gefascineerd als Frank Westerman in zijn boek ‘El Negro’, over een opgezette Tswana-krijger in een Spaans museum?

Faber-Jonker: „Hij heeft mij geïnspireerd. Ook hij was aanvankelijk verbaasd en stelde zich vervolgens vragen over de betekenis van zo’n voorwerp in een Europees museum. Wat zegt dat over ons, hoe zien wij ons ten opzichte van de ‘ander’? Sommige schedels werden als een soort souvenir of als jachttrofee naar Duitsland verzonden. Mijn nieuwsgierigheid sloeg om in afschuw toen ik de documenten las waarin wetenschappers uit die tijd minutieus beschrijven hoe en uit welke racistische motieven zij hun onderzoeken verrichten. Hoe werd geïmpliceerd dat de Herero hun verdiende loon kregen omdat ze in opstand waren gekomen.

„Ik las hoe iemand letterlijk het geprepareerde weefsel van een geprepareerd mensenhoofd naast specimens van primaten legde. Hoe kan iemand dat doen! Zo’n diepgeworteld racisme. Je houdt het niet lang vol om over dit soort dingen te schrijven”.

„Om het te begrijpen moeten we trouwens niet alleen kijken naar die eigenlijke genocide in 1904, maar ook naar de voorgeschiedenis van racisme in de kolonie. Dat diepgewortelde racisme is essentieel om te kunnen begrijpen hoe het heeft kunnen gebeuren.”

Was de genocide in Namibië de opmaat voor de Holocaust?

„Een jaar of tien geleden werd die directe link gelegd, ook om de Namibische genocide in de aandacht te brengen. Ik ben terughoudend om die verbinding al te stellig te leggen, als een unieke Duitse gegevenheid. Ook in andere Europese koloniën gebeurden verschrikkelijke dingen.

„Dat neemt niet weg dat er wel duidelijke parallellen zijn. Sommigen in Namibië waren later actief in Nazi-Duitsland. De concentratiekampen waren er ook in Namibië. Het stelselmatige racisme, de nauwgezette bureaucratie, het minutieus bijhouden van lijstjes van aantallen overledenen, kinderen, de doodsoorzaken – dat zijn ook huiveringwekkende overeenkomsten.”

Hoe wordt er nu in Namibië over gedacht? Na terugkeer belandden de schedels er in een depot, zoals ze ook in Duitsland waren weggestopt.

„Aan wie moeten herstelbetalingen worden gegeven? Net als de Nama zijn de Herero teruggedrongen in een marginaal bestaan. Onder de Duitse bezetting zijn ze van hun weidegronden verdreven, die nu in bezit zijn van blanke boeren. Ze wantrouwen de SWAPO-regering die wordt gedomineerd door de Ovambo-bevolkingsgroep. SWAPO ziet de slachtoffers van de genocide vooral als de eerste martelaars van de latere bevrijdingsoorlog, niet als slachtoffers van het Herero-volk.

„Bovendien zijn de Herero-leiders het onderling ook niet altijd eens. Het is dus niet zo eenvoudig om een bevredigende oplossing te bedenken.”

De tentoonstelling in het Mémorial de la Shoah (Parijs) duurt t/m 12 maart; symposium op 26 en 27 februari; de tentoonstelling in Deutsches Historisches Museum (Berlijn) duurt tot 14 mei.