Column

De legende van Jackie

Lezers van mijn recente column over Jackie vroegen mij of deze film puur op historische feiten is gebaseerd. Daar kan ik geen bevredigend antwoord op geven. Je zou er een halve bibliotheek, gevuld met boeken over de Kennedy’s, op moeten nalezen. Maar misschien wordt het dan zelfs nóg moeilijker om waarheid en verdichting te scheiden.

Wel loont het de moeite na te gaan waar de filmmakers hun mosterd vandaan hebben gehaald. Ik vermoed dat ze veel hebben gehad aan de biografie A Woman Named Jackie van C.David Heymann uit 1989, een bestseller in die tijd. Een vuistdik boek met een uitgebreide bronnenlijst. Het lijkt betrouwbaar, maar toch moet ik er meteen aan toevoegen dat Heymann, die meer biografieën heeft geschreven, door Newsweek beschuldigd werd van talrijke verzinsels in zijn boeken, ook in dat over Jackie.

Een aantal elementen uit deze biografie trof ik ook aan in de film. De vastberadenheid van Jackie om de bloedsporen van de moord op haar kleren te laten zitten; de gesprekken met de priester, John Cavanaugh (gespeeld door John Hurt, die nu ook dood is), tegen wie ze zegt: „Why, why? How could God do something like that?”; de regie die ze opeist bij de begrafenisplechtigheid. De film voegt er nog een conflict over de processie aan toe, waarvan ik me afvraag of het klopt.

Belangrijker voor de historische waarheid is de rol van de journalist Theodore (‘Teddy’) White van Life, die een week na de moord bij Jackie op bezoek mag voor een interview. Ze praten vier uur met elkaar, waarna White zich afzondert in een dienstbodekamer om in drie kwartier een kort samenvattend essay te schrijven dat hij meteen doorbelt naar Life. White was een oude bekende van de Kennedy’s, hij had al eerder een boek over Jack geschreven.

De uitgebreide aantekeningen die White (ook in de film) tijdens het interview maakte, zijn openbaar (en ook op internet te vinden). Het is fascinerend, betrouwbaar materiaal waaruit de filmmakers (en daarvoor Heymann) dankbaar hebben geput.

Heymann citeert White uitvoerig in zijn boek. White geeft toe dat hij zich destijds door Jackie heeft laten gebruiken voor haar Camelot-theorie. Camelot was het kasteel van Koning Arthur, de vermoedelijk verzonnen hoofdfiguur uit de Keltische Arthur-legenden. Volgens Jackie luisterde haar man graag naar een song uit de musical Camelot uit 1960, vooral naar de regels: „Don’t let it be forgot, that once there was a spot, for one brief shining moment that was known as Camelot.”

Jackie vond, evenals haar man, dat de geschiedenis toebehoorde aan helden, die nooit vergeten mochten worden. Camelot was in hun ogen het Witte Huis geworden. White: „Ze vertelde het zo gepassioneerd dat het bijna waar leek. Ik besefte dat het een verkeerde historische interpretatie was, maar ik werd meegesleept door de knappe manier waarop ze de tragedie in zulke menselijke, romantische woorden vatte.”

De eindredactie van Life liet weten dat ze het Camelot-deel in Whites artikel nogal overdreven vond, maar Jackie stond erop dat het erin bleef. Leve de legende! Daarom worden een halve eeuw later ook de bioscoopgangers ermee opgezadeld, maar dat kan, zo merkte ik bij mezelf, de waardering voor de film – en eigenlijk ook voor Jackie – niet drukken.