Column

De balans tussen werk en privé bestaat niet

Er zijn heel veel kantoorclichés. Worden we daar beter van, vraagt zich wekelijks af.

Jongens, ik zeg het maar eerlijk, ik had deze column bijna niet op tijd afgekregen. Want ik had slecht geslapen, ik moest op de radio een column voorlezen, mijn dochter helpen met wiskunde, ik moest sporten, 369 mails beantwoorden, naar een ouderavond, naar een huis kijken omdat we uit ons oude gegroeid zijn, met de kat naar de dierenarts en met een vriend lunchen die ik al vier maanden niet gezien heb.

Maar het ergste was nog wel dat ik amper iets op papier kreeg omdat ik heel nerveus werd van alle managementblogs over „de balans tussen werk en privé”. O ja, dat vergeet ik bijna: daar gaat deze column dus over: over „de balans tussen werk en privé”! Over het evenwicht dat je moet bereiken tussen alles wat je in je relatie, je gezins- en privéleven op de rit moet krijgen en houden én al die eisen waaraan je moet voldoen op je werk.

Ja, vroeger, tóén was er nog balans tussen werk en privé. Toen had iedereen nog een eigen kamer op kantoor, kon je op je werk uitrusten van je privéleven en lekker doorwerken. Die tijd is voorbij sinds een groepje sadistische architecten de open kantoortuin met flexplekken over werkend Nederland heeft uitgerold, waardoor iedereen de hele dag in de teringherrie zit van al die mensen die hun privé meenemen naar hun werk. Waar je blij mag zijn dat je überhaupt een werkplek hebt, nooit meer iets afkrijgt en je dossiers dus wel mee móét nemen naar huis.

En dan hebben we natuurlijk ook nog allemaal een smartphone gekregen waarmee we 24/7 in contact staan met de wereld, onze baas, onze vrienden en onze concurrenten. Er is geen ontsnappen meer aan. Opgejaagd wild zijn we geworden.

Voor Lodewijk Asscher was al deze ellende reden om „het recht op onbereikbaarheid” te lanceren. Het recht van elke werknemer om tegen zijn baas te zeggen ‘hoor eens, ik ben nu vrij’. Maar ik denk niet dat daar de oplossing ligt. Ik hoef zelf in ieder geval niet onbereikbaar te zijn in mijn vrije tijd, maar liever wat vaker op mijn werk, zodat ik het eens kan afmaken.

En ik ben niet de enige. Ik heb het even nagevraagd, maar behalve Lodewijk Asscher zelf ken ik dus NIEMAND die een balans heeft gevonden tussen werk en privé. Weet je hoe dat komt? Omdat het een mythe is. Zoals eeuwige liefde niet bestaat, of een onderhoudsvrije auto, vrijblijvende seks en „ontslag in goed overleg”. Het is fake news.

Want bij balans denk je aan een koorddanser die zijn evenwicht moet zien te bewaren en als het niet lukt, naar beneden lazert. Het impliceert: als je niet in balans bent, dan faal je en dan val je diep. En het kost energie om in balans te komen en te blijven en energie hád je al zo weinig. En daardoor raak je nog meer uit balans.

Balans doet ook denken aan „de balans opmaken”, „balansen” en een „balansdag”. Met plussen aan de rechterkant en minnen aan de andere. Zo van: als ik wat van mijn gezin afstreep, hou ik wat meer over voor mijn werk – en andersom.

Ik zeg dan ook: we stoppen met die balans en we gaan leven. We helpen elkaar, we kijken naar elkaar om, we zeggen vaker nee, we zetten vaker een koptelefoon op, we werken vaker thuis en we gaan meer buiten wandelen – ook als het regent. Het leven is zoeken en nooit vinden.

Balans is voor boekhouders.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked