Zo onlogisch is de eenzame Wilders-campagne niet

PVV-tactiek

Veel zwevende kiezers bepalen hun stem na een tv-debat. Maar PVV’ers zweven niet. Wilders hoeft dus niet te debatteren.

Media verdringen zich rond PVV-leider Geert Wilders die flyers uitdeelt in het centrum van Spijkenisse. Foto ANP.

Nooit eerder voerde PVV-leider Geert Wilders zo’n eenzame verkiezingscampagne. Afgelopen weekend bleek dat zelfs wanneer hij zijn kiezers opzoekt, een echt gesprek moeilijk is. Zelfs omringd door tientallen cameraploegen, fotografen en een horde fans oogde Wilders op de markt van Spijkenisse geïsoleerd.

Om aanhangers een hand te geven moest hij zijn arm helemaal strekken, over de beveiligers heen. Fans waren boos, en schreeuwden dat „die camera-idioten” hun kans wel hadden gehad. Persoonsbeveiliging speelt een rol, de mediagekte rond Wilders ook. Maar Wilders kiest er deze campagne ook zelf voor zich weinig te laten zien. Hij geeft nauwelijks uitleg over zijn programma en niemand neemt de telefoon op als kiezers of journalisten naar de PVV-fractie in de Tweede Kamer bellen.

De PVV-leider trok zich afgelopen weekend terug uit het Carrédebat, nadat mede-organisator RTL een interview met zijn broer uitzond. Eerder zegde hij deelname af aan het ‘premiersdebat’ van RTL, nadat de zender meer lijsttrekkers had uitgenodigd dan in eerste instantie afgesproken. Wilders doet ook niet mee aan het Radio 1-debat, volgens campagneleider Martin Bosma omdat de campagne „toch wel over ons gaat”. De PVV nam ook niet de moeite een serieus onderbouwd verkiezingsprogramma te schrijven (het is één A4’tje) en liet dat niet doorrekenen, zodat onduidelijk is hoe en of zijn ideeën haalbaar zijn. Andere partijen hebben felle kritiek op die opstelling, omdat hij zo geen verantwoording aflegt voor zijn plannen. Hij doet pas de laatste twee dagen mee met debatten.

Het verschil met vorige PVV-campagnes is groot. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 en 2012 deed Wilders mee aan alle debatten die hij nu heeft geannuleerd. De PVV schreef een duidelijk verkiezingsprogramma, van 59 pagina’s (in 2010) en 56 pagina’s (2012), dat ook werd doorgerekend. In 2010 hield de PVV een persconferentie bij de presentatie van het programma. Dat deed de PVV, zei Wilders toen, omdat het „een partij is met goede manieren”.

Campagnetactiek

Schaarste creëren kan campagnetactiek zijn. En wie vanuit PVV-perspectief kijkt, ziet dat het juist voor die partij niet onlogisch is.

Onderzoeksbureau Ipsos ontdekte na de verkiezingen van 2012 dat vooral zwevende kiezers zich door een televisiedebat laten verleiden op een bepaalde partij te stemmen. Maar het electoraat van de PVV ligt veel vaster dan dat van andere partijen. Recenter Ipsos-onderzoek laat zien dat 56 procent van de huidige PVV-fans alleen de PVV overweegt. Bij andere partijen is het deel met een unieke partijvoorkeur vaak tussen de 20 en 30 procent. Voor Wilders is vooral de opkomst van zijn aanhangers cruciaal.

Alleen de PVV kan het zich dus veroorloven een lijsttrekker te hebben die zich afschermt en vooral op Twitter campagne voert. Bovendien: er zijn kleine voorbeelden die laten zien dat de PVV-campagne niet alleen uit Wilders’ heup geschoten is. Er zit een gedachte achter. Zo bleven de nummer 2 en 3 van de kandidatenlijst, Fleur Agema en Vicky Maeijer, in Spijkenisse steeds vlak bij Wilders. Gegarandeerd in beeld. Eerder presenteerde Wilders hen in De Telegraaf al als ‘Wilders Angels’. En net na zijn rondje Spijkenisse twitterde hij een foto van zichzelf, samen met hen. Zo kerft hij de vrouwen naast hem in het collectief bewustzijn. Dat is klassieke campagnestrategie.