Ze zat boven op de ex-buurvrouw

Wie: buurvrouw en corporatie tegen huurster

Waar: rechtbank Amsterdam

Kwestie: gebiedsverbod en uitzetting

De rechter zegt het maar zoals het is, tegen de huurster van een woning op het Surinameplein in Amsterdam. „U hebt de schijn tegen.”

Als de politie Gulchican E. moest omschrijven voor Opsporing Verzocht zou dat vermoedelijk neerkomen op: vrouw, lichtgetint, verzorgd uiterlijk. Dan zou je niet weten dat ze van het flamboyante type is. Donkere ogen in een zorgvuldig opgemaakt gezicht. Ze draagt een jasje met zebramotief.

Haar track record op het gebied van burenruzies is niet best. Ze heeft de woning op het Surinameplein gekregen na een gedwongen ontruiming in een andere woning – vanwege een hoogoplopende burenruzie. Ook op het Surinameplein kreeg ze ruzie met een buurvrouw die klaagde over geluidsoverlast, geschreeuw en geruzie. En nadat die was verhuisd kreeg E. het met de nieuwe bewoonster aan de stok.

Vechtpartij in de Maasstraat

En daar eindigt het niet. Toen Gulchihan E. haar ex-buurvrouw op 5 december tegenkwam in een ander deel van de stad, liep het uit op een vechtpartij. Getuigen zagen haar in de Maasstraat boven op de ex-buurvrouw zitten terwijl ze haar in het gezicht sloeg. De ex-buurvrouw deed aangifte, maar E. ook. Of het tot vervolging komt is nog niet duidelijk.

Voor woningcorporatie Eigen Haard was met de vechtpartij de maat vol, hoewel die feitelijk weinig te maken had met het huizenblok aan het Surinameplein. Ze vond heel ergens anders plaats en één van de deelnemers woonde er al niet meer. Eigen Haard eist desondanks uitzetting van E.

De ex-buurvrouw eist een gebieds- en contactverbod voor E. Voor héél Amsterdam het liefst.

Dat E. drie minderjarige kinderen heeft, maakt dit meteen tot een extra gecompliceerd dossier. Want een gezin zet je niet op straat. Hoe vol de maat ook is. Dus zelfs als de uitzetting wordt toegewezen, zal E. noodopvang aangeboden krijgen. Al is het maar een container in niemandsland.

E. probeert de rechter uit te leggen hoe het volgens haar zit. Een deel van de buren maakt háár het leven zuur. Ze zijn opgestookt door de eerste buurvrouw die is vertrokken en ze pesten haar. En, het moet gezegd, er zijn ook buren die haar kijk op de werkelijkheid delen. Er zijn er een paar naar de rechtbank in Amsterdam gekomen. Zij zien E. voor wat ze is: een behulpzame buurvrouw en zorgzame moeder.

De hele zaak is een vrijwel onontwarbare kluwen van beschuldigingen en bedreigingen over en weer. Bewijzen wie wat deed, is lastig. De buurvrouw die is verhuisd – om E., zegt ze – kreeg onder meer bezoek van het Meldpunt Kindermishandeling, en iemand die na een anonieme tip kwam controleren of ze fraudeerde met haar bijstandsuitkering. Ook werd er over haar gemeld dat ze wapens in huis had. In geen van de gevallen werd bewijs gevonden. Hoewel zij ervan overtuigd is dat E. in alle gevallen de tipgever was, staat dat niet vast.

De advocaat van de vertrokken buurvrouw begrijpt dat „iedereen een tweede kans” verdient. Maar hij kan niet begrijpen dat andere goedwillende huurders niet tegen E. zijn beschermd. Zijn cliënt moest er „bij toeval” achter komen dat E. eerder een woning had moeten verlaten. Haar nieuwe buren waren daarover niet ingelicht. Hij vindt dat hulpverleners zich verschuilen achter de privacy van de overlastveroorzaker.

De uitspraak:

De rechter stelt twee weken later vast dat er sprake is van een „langlopend conflict” tussen twee buren die „talloze klachten” over elkaar hebben ingediend. Daarbij is het echter lastig om te bewijzen wie nu wie treitert. Vanwege het zwaarwegende belang dat E. met haar kinderen heeft bij de woning, wijst de rechtbank de ontruiming niet toe.

Omdat de vechtpartij niet direct is gekoppeld aan de woning(en) is er geen spoedeisend belang dat de inzet van dit „zeer ingrijpende middel” in kort geding rechtvaardigt. Wel concludeert de rechtbank dat E. de conflicten „heeft opgezocht in plaats van deze te mijden”. Vrees voor (verdere) escalatie is, volgens de rechtbank, reëel. De woningcorporatie moet de kosten van het geding betalen.