Zaak rond corrupte douanier heeft opmerkelijke vertakkingen

Drugszaak De zaak van de corrupte douanier Gerrit G. begon met de vondst 300 kilo cocaïne. Voor wie was die zending bedoeld? De rechtbank beslist deze maandag of nader onderzoek nodig is.

Een containerterminal in de Rotterdamse haven. Foto Victor Wollaert/ANP

De Rotterdamse rechtbank behandelt wel vaker cocaïnezaken, maar die rond douanier Gerrit G. is een heel bijzondere. Wat in december 2013 begon met de onderschepping van 300 kilo coke in de Rotterdamse haven, is een ingewikkelde strafzaak rondom corruptie bij de douane en twee doden. Een van de slachtoffers was een onschuldige burger, ggz-directeur Rob Zweekhorst.

En als er dan najaar 2016 een strafeis ligt, is het nog niet gedaan. Ineens duikt volledig nieuwe informatie op over de lading cocaïne waar alles mee begon – tot verbazing van rechtbankvoorzitter W. van der Bijl-De Jong. Sanne Schuurman, advocaat van een andere verdachte in de zaak, ontdekt dat eerder dat jaar in België mensen zijn veroordeeld voor de smokkel van dezelfde partij coke. Het gaat onder anderen om de Colombiaanse Isabel A., bijnaam La Tia, en ene Gennaro, een Italiaan uit Calabrië.

Betrokkenheid Nederlandse autoriteiten

De verbazing van de rechtbank slaat om in irritatie als blijkt dat de Nederlandse autoriteiten een rol speelden in het Belgische onderzoek, dat daar de codenaam Touw kreeg. Zowel het Openbaar Ministerie als de Nationale Recherche zijn intensief betrokken geweest. Logische vragen rijzen: waarom is dat niet vermeld in het dossier? En hoe verhouden de mensen die in België zijn veroordeeld zich tot de Nederlandse verdachten?

Om daar antwoord op te krijgen, willen de verdachten een aantal betrokken rechercheurs als getuige horen. De officier van justitie vindt dat echter niet nodig. Uit niets blijkt immers dat de informatie over het Belgische onderzoek opzettelijk is achtergehouden. De rechtbank hakt daarom deze middag de knoop door.

Bij die beslissing speelt nog iemand een rol: een Nederlander die in Colombia woont en zich verschuilt achter de bijnaam Paul. Hij zegt een Colombiaans kartel te vertegenwoordigen dat geld tegoed heeft van een aantal verdachten. Om de druk op hen op te voeren maakt Paul heimelijk opnames van gesprekken met douanier Gerrit G. en geeft die aan politie en media.

Politie-informant

Als tijdens de behandeling van de zaak tegen Gerrit G. blijkt dat Paul een politie-informant is en dat het Team Criminele Inlichtingen op de hoogte was van zijn actie, ontstaat rumoer in de rechtszaal. Wie is Paul? Wat is zijn rol? En waarom heeft de politie hem geholpen? De verdediging wenst hem te horen als getuige. De officieren van justitie, onwetend van de activiteiten van Paul, wijzen dat verzoek af. Paul horen is niet relevant, vinden ze, omdat de opnames van G. niet als bewijsmateriaal zullen worden gebruikt.

Ook over het horen van Paul als getuige neemt de rechtbank deze maandag een besluit. Dat wordt gecompliceerd door een brief van de Colombiaanse justitie die Paul doorspeelde aan Jan-Hein Kuijpers, advocaat van Gerrit G. Die brief noemt een aantal mensen die bij het gewraakte coketransport betrokken zouden zijn. Naast enkele Nederlandse verdachten duiken er de namen van La Tia en Gennaro in op.

Het meest saillante van de brief is de datum waarop deze is verstuurd: eind 2013. Op het moment dat het onderzoek naar de onderschepte 300 kilo cocaïne in volle gang is, krijgt de Nederlandse politie dus informatie waaruit blijkt dat er een link is tussen het Nederlandse en het Belgische onderzoek.

De grote vraag is of de rechtbank het nodig vindt dit allemaal uit te zoeken. Het antwoord komt deze maandagmiddag rond een uur of drie.