Column

Wat doen politici bij een onverwachte schok?

De economische hoogconjunctuur is een zegen voor politieke partijen. De groei over 2016 van 2,1 procent zal niet iedereen ervaren als het beste in negen jaar, maar zoveel hoger zal het op afzienbare termijn niet worden. Dat is het logische gevolg van het feit dat de groeiversnellers van vroeger, zoals meer vrouwen op de arbeidsmarkt, hogere investeringen in fabrieken en meer overheidsuitgaven, uitgewerkt zijn. De vergrijzing limiteert het aantal nieuwkomers op de arbeidsmarkt, bedrijven zijn internationaler geworden en bouwen hier minder fabrieken en de rijksoverheid belooft zich te houden aan een begrotingstekort dat rond nul procent ligt van het nationaal inkomen.

Met de dik 2 procent groei hoeven de meeste gevestigde partijen ook geen lastige afwegingen meer te maken, zo blijkt uit Keuzes in Kaart van het Centraal Planbureau. De Keuzes tellen 374 pagina’s en de uitkomst is dat de meeste grotere partijen niet ver uit elkaar liggen. Drie partijen die nu in de Tweede Kamer zitten, de PVV, 50Plus en de Partij voor de Dieren, hebben hun programma niet laten doorrekenen.

Er zitten zelfs twee bonussen verstopt in de CPB-ramingen

De andere partijen kunnen dankzij de hoogconjunctuur alle doelen bereiken, van koopkracht tot en met een begrotingsevenwicht of - overschot en nog wat strooigoed voor het milieu. De grotere partijen kleuren keurig binnen de lijntjes.

Er zitten zelfs twee bonussen verstopt in de CPB-ramingen. Met hun beleid gaan de partijen de inflatie een beetje aanwakkeren. Dat probeert de Europese Centrale Bank in haar eentje al enkele jaren met haar ultralage rentepolitiek en massale opkoop van obligaties. Extra inflatie moet het smeermiddel zijn voor extra groei. Tweede bonus: de economische cijfers zijn zo gunstig dat de twee partijen die het meest van de politieke consensus afwijken, namelijk de SP en GroenLinks, toch gewone middenpartijen zijn. Zij kiezen voor onconventionele oplossingen. De SP mikt op inkomensherverdeling en stimulerend overheidsbeleid. GroenLinks wil een belastingherziening die duurzaamheid oplevert.

Het CPB zet bij hen de kanttekening dat de ramingen met extra voorzichtigheid bejegend moeten worden omdat zij hier en daar buiten de lijntjes kleuren. Raar. Want wie jarenlang financieel liberaal beleid voert en propageert, zoals de VVD, D66 en ook de PvdA wordt dat niet aangewreven, terwijl dat conventionele beleid zo nu en dan spectaculair is ontspoord (kredietcrisis, eurocrisis).

Zo geruststellend als de ramingen zijn, zo onzeker maken ze mij. Het beeld voor de komende vier tot acht jaar is nu: de lijnen in de grafieken lopen lekker omhoog. Alles is onder controle. Maar juist omdat Nederland nu in een hoogconjunctuur verkeert, is een omslag over pakweg dertig maanden eerder te verwachten dan een nieuwe groeispurt.

Wie weet dan een economische neergang te keren en de werkgelegenheid te stabiliseren? Wat zijn dan de keuzes? Antwoorden op zulke vragen staan niet in de partijprogramma’s. Partijen zitten altijd vol plannen en optimisme. Maar ‘wat als’ de economie inzakt?

Noem het de Lehman-test. Het bankroet van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers op 15 september 2008 maakte de Nederlandse begroting van een dag later, Prinsjesdag, in één klap gedateerd. Dus, politici, doe de Lehman-test. Hoe reageert u op een onverwachte politieke of economische schok? Wat is uw Plan B? Die doorrekeningen tot 2021 geloof ik wel, maar bij de ‘wat als’-vraag kan het CPB het verschil maken.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie