Aanhangers Denk voelen zich voor het eerst gehoord

De aanhang van Denk

Wandeling in Rotterdam: vooral jongeren met een migratie-achtergrond voelen voor Denk. Want die partij wil een „inclusieve samenleving”.

Foto’s Merlin Daleman

Loop een middag door de Rotterdamse Afrikaanderwijk en vraag mensen wat ze gaan stemmen. De meesten gaan niet stemmen omdat ze denken dat dit geen zin heeft. Goede tweede is de partij Denk.

„Wij stemmen zeker op Denk”, zeggen Ilham Boujemaoui (32) en Aziza Ziani (35) die voor een basisschool wachten op hun kinderen. Ali Gezginci (30), die met zijn neef bakjes warme maiskorrels met boter en zout verkoopt op de Afrikaandermarkt, overweegt Denk serieus. Hij kent „ontzettend veel mensen” die Denk gaan stemmen. Mahpara Hussain (32) weet niet óf ze gaat stemmen, maar áls ze gaat, vindt ze Denk de goede keuze. „Ik heb een toespraak gehoord van een van de leiders van Denk over het tegengaan van racisme. Dat sprak me aan.”

Of drink koffie in de kantine van de Hogeschool Rotterdam en vraag Turks- en Marokkaans-Nederlandse studenten naar hun keuze. Velen weten het nog niet. Maar ook hier is de partij van Tunahan Kuzu, Selçuk Öztürk en Farid Azarkan populair. Ze noemen dan niet de programmapunten over veiligheid, onderwijs, jeugdzorg, Europa, of duurzaamheid. De discussie rond het leiderschap van de Turkse president Erdogan speelt envenmin een grote rol. Denk, zeggen studenten, wil een „inclusieve samenleving” waarin iedereen elkaar zou moeten accepteren. Dát is de aantrekkingskracht.

Het zijn vooral jongeren met een migratie-achtergrond die eindelijk het gevoel hebben dat er een partij is die opkomt voor hun belangen, vertellen ze. Ze voelen zich te vaak afgewezen of tweederangsburgers. En nu is er een partij die niet zoals Rutte roept: ‘Dan pleur je toch op?’ of: ‘Dan moet je je maar invechten’. Verschillende Denk-aanhangers verwijzen naar moslimhaat waarmee ze worden geconfronteerd. „Het gaat geleidelijk”, zegt iemand. „Dehumaniseren en die boodschap blijven herhalen. Om eng van te worden.”

De Turks-Nederlandse schrijver en blogger Tayfun Balçik zegt het zo: „Het is voor autochtone Nederlanders bijna niet te begrijpen wat het voor ons betekent dat onze stem gehoord wordt. Voor het eerst hebben we het gevoel dat we vertegenwoordigd worden.”

Het lijkt de belangrijkste gemeenschappelijke deler van de Denk-achterban. Hamza Croes (24), rechtenstudent aan de Erasmusuniversiteit, loopt door de Rotterdamse binnenstad en stemt over een maand op Denk. „De meeste partijen zéggen wel dat ze voor één samenleving zijn”, zegt hij. „Maar het is geen speerpunt. Dat is het alleen even vlak voor de verkiezingen. ” Vooral de Partij van de Arbeid heeft het bij veel jongeren verpest. Croes verwoordt wat veel jongeren zeggen: De partij deed net alsof ze een partij voor iedereen wilde zijn en voerde vervolgens een VVD-programma uit. De vorige keer met de Tweede Kamerverkiezingen stemde Croes PvdA. Nu doet hij dat zeker niet. „Denk moet een kans krijgen om het beter te doen.”

Ook twijfels over Denk

Croes heeft ook twijfels bij Denk, zegt hij. De nadruk die de partij op de islam legt, had wat hem betreft wat minder gekund. Maar hij begrijpt het wel. „Ze zullen veel stemmen trekken onder jongeren met een islamitische achtergrond.” Toch zouden ze meer hun best kunnen doen jongeren met een andere achtergrond te trekken, vindt hij. „Wat dat betreft is het jammer dat [tv-bekendheid] Sylvana is vertrokken.”

Imara woont en werkt sinds een aantal maanden op Bonaire. Ze wil niet met haar achternaam in de krant. Zij stemt vooral op Denk vanwege de standpunten met het oog op Bonaire.

Foto Merlin Daleman.

Oppositie tegen PVV

De partij gaat in het verkiezingsprogramma uitgebreid in op de situatie op „de eilanden binnen Caribisch Nederland”. Imara: „Ze benaderen deze eilanden tenminste niet vanuit een neokolonialistisch gedachtegoed.” Maar als Imara nog in Nederland had gewoond, had ze ook op Denk gestemd vanwege de standpunten in de Palestina-kwestie, het antidiscriminatiebeleid, en omdat ze „als enige partij relevante Kamervragen” hebben gesteld in typische minderhedenkwesties. Denk stelde bijvoorbeeld vragen toen „handhavers” in Amsterdam-Zuidoost een twaalfjarige jongen aanhielden omdat hij in een voetgangersgebied fietste. Hij kon zich niet identificeren, het incident liep uit de hand, de jongen werd meegenomen door de politie. Het veroorzaakte een hoop ophef. Én, zegt Imara, „ik vind dat zij de enigen zijn die een goede oppositie voeren tegen de PVV”. Profielen, het blad van de Hogeschool Rotterdam, vroeg 350 studenten wat ze wilden gaan stemmen. Van hen had 42 procent nog geen keuze gemaakt; Denk kwam met 10 procent als winnaar uit de bus. De PVV volgde met 6 procent.

Drie Marokkaans-Nederlandse meisjes die in de winterzon op een muurtje zitten, giechelen als hun wordt gevraagd op wie ze gaan stemmen. Zij studeren alle drie biomedisch laboratoriumonderzoek, een pittige studie vinden ze. Ze zijn dan ook drukker met leren dan met de politiek. De jongens van bouwkunde, denken ze, zijn meer geëngageerd.

Ibrahim Hiani (21) studeert logistiek en economie en is zeer geëngageerd. „Bij elke partij”, zegt hij, „vraag ik me af: Wat is de kern?” Hij volgt debatten op de tv. Hij koos voor Denk. Die partij kan „het onmogelijke mogelijk maken”, denkt hij. De mannen van Denk maken duidelijk dat je een partij kan oprichten, of je nou Piet of Joke heet, of Ibrahim. Hij vindt hun programma „een mooie mix”. Hij ziet om zich heen een steeds meer gesegregeerde samenleving, waarin iedereen vanuit zijn eigen schuttersputje de ander wantrouwig begluurt. Hij stemt op Denk, zegt hij. Want hij denkt dat Nederland er beter van wordt. „Ik vind dat we moet strijden voor een samenleving waarin iedereen gelijk is.”Hiani’s broer Nordin (19), die meeluistert, ziet dat veel autochtonen moeite hebben met allochtonen maar hij ziet het omgekeerde ook: Marokkaanse Nederlanders die de Nederlandse cultuur niet accepteren. „Die willen nog dat jongens en meisjes alles gescheiden doen en dat soort dingen.”

In de Afrikaanderwijk bij de basisschool zegt Ilham Boujemaoui dat mensen zich niet serieus genomen voelen. Ze denkt dat kinderen van Marokkaans- of Turks-Nederlandse afkomst structureel lagere schooladviezen krijgen dan autochtone kinderen. Ze denkt ook dat er scholen zijn die witte kinderen voorrang geven. „Het is altijd ‘wij’ en ‘hun’. Maar we zijn met z’n allen.” Dan lachend: „We hebben meer liefde nodig.”

Weinig effect artikel over trollen

Vorige week onthulde NRCdat Denk met zogenoemde trollen via internet tegenstanders zwartmaakt. In de Afrikaanderwijk heeft vrijwel niemand daarvan gehoord, ook niet de bewoners die op Denk willen stemmen. Het interesseert ze ook niet, elke partij heeft wel wat. De meeste Denkstemmers op de hogeschool en ook daarbuiten lazen het wel en reageren vrijwel allemaal schamper. Het internet zit vol trollen en catfishes, zegt Imara. „Daar ga je dan als krant een artikel over schrijven en dan doe je net alsof je iets nieuws hebt ontdekt. Alsof Denk de uitvinder van een reeds bekend en oud internetfenomeen is.” Hamza Croes zou het „kinderachtig” vinden als het waar is. Maar hij twijfelt. Een overtuigend bewijs heeft hij niet gezien en hij sluit niet uit dat er mensen zouden zijn die Denk graag zwartmaken. En áls het waar is, dan hoort het misschien wel bij het politieke spel momenteel, zegt hij. „We hebben net in de VS kunnen zien hoe kandidaten elkaar gitzwart maken.” Balçik vindt het overigens wel dom dat Denk trollen gebruikt. „Ze hebben het totaal niet nodig. Ze hebben een heel toegewijde aanhang die iedereen die negatief over Denk bericht sowieso al terechtwijst. ”

Denkstemmers vinden dat de klassieke media hun eigen geloofwaardigheid aantasten met dat soort verhalen

Denkstemmers vinden dat de klassieke media hun eigen geloofwaardigheid aantasten met dat soort verhalen. Het was geloofwaardiger en objectiever overgekomen, zeggen ze, als NRC een artikel had geschreven over de wijze van campagne voeren van verschillende politieke partijen en het gebruik van „trollen” daarbij.

Er wordt ook genoten van het onbehagen dat Denk oproept. De zelfbewuste, autonome manier van optreden van de leiders leidt tot ongemak bij het ‘witte establishment’, gniffelen toekomstige Denk-stemmers. Ze zijn anders dan de meeste witte politici, Wilders uitgezonderd. Hoogopgeleide Nederlanders met een migratie-achtergrond laten zich niet langer in een underdogpositie manoeuvreren, maar stellen op luide toon eisen. Een nieuw fenomeen in de Nederlandse politiek. Imara denkt dat de klassieke media zich nu vooral op Denk richten omdat ze die partij als een bedreiging zien. „Een grotere bedreiging dan Wilders.” Waarom eigenlijk, vraagt ze zich af. „Waarom wordt de emancipatie van etnische minderheden zo sterk tegengewerkt? Voor een land dat te boek staat als tolerant en vooruitstrevend, wordt helaas veel moeite gedaan om wit privilege in stand te houden.”