Te linkse vragen in de wetenschap

Vooroordelen In de sociale psychologie is het goed onderzocht: politieke eenzijdigheid van onderzoekers beperkt de kracht van de vraagstelling.

Foto iStock

Een gewone sociaalpsychologische vraag: wie hebben méér vooroordelen over andere bevolkingsgroepen, politiek rechtse mensen of linkse? „Dit is typisch zo’n voorbeeld waar de wetenschap jarenlang te simpel naar heeft gekeken”, zegt Mark Brandt. Hij is sociaal psycholoog aan Tilburg University.

De vraag is een voorbeeld dat nu opduikt bij de vraag of sommige takken van wetenschap ‘te links’ zijn, en of zo’n eenzijdige politieke oriëntatie van invloed is op onderzoek en de uitkomsten ervan. De Tweede Kamer heeft er twee weken geleden een VVD-motie over aangenomen – met een krappe meerderheid, 76 stemmen voor en 74 stemmen tegen. Tegen stemden PvdA, SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, Partij voor de Dieren en de Groep Monasch. De motie vraagt om de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een advies over deze kwestie te laten uitbrengen. Of dat zal gebeuren is nog niet duidelijk.

Brandt formuleert voorzichtig als het over zijn onderzoek gaat. Zijn overwegend linkse vakgebied „neigde ernaar om aan te nemen” dat rechtse mensen meer vooroordelen hebben. Maar, zegt Brandt, dat werd steeds getest ten opzichte van bepaalde groepen: Afro-Amerikanen, communisten, homoseksuelen. Brandt zelf zette het onderzoek, samen met collega’s in de VS, breder op. Ze namen ook andere groepen mee, zoals christenen of rijke mensen. Over díé groepen bleken juist politiek linkse mensen sterkere vooroordelen te hebben. Brandt concludeerde daarom dat mensen, zowel rechts als links, hun eigen vooroordelen hebben ten opzichte van ‘ideologisch anderen’.

Natuurbeheer

Brandt hoopt overigens dat de aandacht zich nu niet alleen op de sociale psychologie gaat richten. „Vanuit ons vakgebied wordt het probleem nu aangekaart. Maar dat wil niet zeggen dat het alleen bij ons speelt.” Denk aan disciplines als milieuwetenschappen en natuurbeheer.

De mogelijke problemen van een gebrek aan politieke diversiteit in Brandts vakgebied zijn twee jaar geleden opgesomd door Amerikaanse psychologen (in Behavioral and Brain Sciences, januari 2015). Ze beperken zich tot hun vakgebied. Maar het kan breder spelen, schrijven ook zij.

Een beperkte diversiteit kan bijvoorbeeld van invloed zijn op de vraagstelling. Ze geven het voorbeeld van een onderzoeker die probeert te verklaren waarom mensen milieuproblemen ontkennen. Door de term ‘ontkennen’ te gebruiken geven ze impliciet aan dat hetgeen wordt ontkend juist is. Wetenschappelijk is dat niet objectief, schrijven ze. Ook in termen als ‘legitimeren’, ‘verdedigen’ en ‘rechtvaardigen’ zit al een waarde-oordeel.

In het verlengde hiervan ligt een ander probleem: de onderzoeksopzet is soms beperkt, en past zo in een links wereldbeeld, waarin bijvoorbeeld gelijkheid zwaar weegt. Zoals bij het eerder genoemde onderzoek naar vooroordelen. Een ander voorbeeld is het onderzoek naar effecten op kinderen die opgroeien bij homoseksuele ouders. Veel onderzoeken komen erop uit dat zulke effecten er niet zijn, zeker geen nadelige. Maar die onderzoeken waren erg beperkt van opzet, ontdekte de Amerikaanse psycholoog Mark Regnerus, verbonden aan de universiteit van Texas. Het aantal ouderparen was vaak gering. Bovendien waren ze vaak van te voren geselecteerd (meer mannelijke dan vrouwelijke paren) en daardoor niet representatief voor de werkelijke situatie. Op basis van een veel breder onderzoek ontdekte Regnerus dat kinderen die opgroeien bij homoseksuele ouders op latere leeftijd vaker aan depressies lijden, vaker werkloos zijn en meer verslavingsproblematiek hebben. Hij kreeg vervolgens een storm van kritiek over zich heen, van vakgenoten. Onder meer van het voormalig hoofd van zijn afdeling. De universiteit liet een onderzoek uitvoeren naar mogelijk wetenschappelijk wangedrag – wat niet kon worden aangetoond.

„Een oververtegenwoordiging van linkse mensen hoeft geen probleem te zijn, en is het vaak ook niet”, zegt sociaal psycholoog Joris Lammers van de universiteit van Keulen, die onderzoek deed naar politieke voorkeuren onder sociaal psychologen. „Maar dat wordt het wel als het de interpretatie van onderzoeksresultaten beïnvloedt.” In de literatuur zijn zeker studies te vinden waar dat het geval is, zegt hij. Vaak gaat het om politiek of moreel beladen thema’s rond ras, geslacht, macht, milieu, ongelijkheid. Zoals: verschillen tussen man en vrouw, bestrijding van armoede, voor- en nadelen van immigratie, genetische aanleg voor criminaliteit.

Hoe vaak er sprake is van politiek gekleurd onderzoek, of gekleurde uitkomsten, is volgens Lammers niet duidelijk.

Lammers wijst erop dat er ook wetenschappelijke disciplines zijn waar de meerderheid misschien wel rechts is. Zoals economie. „Misschien is de aanname dat alle mensen er primair op zijn gericht hun inkomen en bezit te vergroten, wel een rechtse bias”, zegt hij. Linkse economen zouden meer aandacht geven aan onderwerpen als altruïsme en de behoeft voor elkaar te zorgen. Dat onderzoek vindt nu weinig plaats. „Daar hoor je niemand in de VVD over klagen.” VVD-Kamerlid Duisenberg, die de motie mede indiende, zegt dat ook dit moet worden bekeken. „In de aanloop naar de economische crisis in 2008 zijn allerlei signalen genegeerd. Het was een voorbeeld van group think.”

Niet afdwingen

De Tilburgse wetenschapper Brandt hoopt niet dat de Nederlandse politiek nu meer politieke diversiteit gaat afdwingen, bijvoorbeeld via een quotum. „Dat wordt een ramp”, zegt hij. Iemand kan zich als conservatief voordoen, om makkelijker hoogleraar te worden. En waarom dan niet hetzelfde doen religie of ras? Ook Lammers ziet geen rol voor de politiek. De wetenschap moet er zelf onderzoek naar doen, vindt hij. En erover debatteren. „En dat gebeurt allemaal al.”