Stedelijk, Boijmans en De Fundatie doen niet mee aan richtlijn kunstenaarshonoraria

Meer dan 25 musea en kunstinstellingen – waaronder het Van Gogh, het Kröller-Muller, het Groninger, het Centraal en het Bonnefanten Museum – hebben het convenant wel ondertekend.

Museum De Fundatie betaalt kunstenaars, zoals David Bade, vaak door werken te laten maken en in de collectie op te nemen. Foto Hans Westerink

Drie belangrijke musea doen voorlopig niet mee aan de nieuwe richtlijn voor kunstenaarshonoraria, die dinsdag officieel wordt gepresenteerd. Het Stedelijk Museum in Amsterdam, Boijmans van Beuningen in Rotterdam en De Fundatie in Zwolle ondertekenen niet het convenant dat kunstenaars een vergoeding belooft als ze in een museum exposeren. Meer dan 25 musea en kunstinstellingen - waaronder het Van Gogh, het Kröller-Muller, het Groninger, het Centraal en het Bonnefanten Museum - hebben het convenant wel ondertekend.

In de afgelopen jaren zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd waaruit de slechte inkomenspositie van beeldend kunstenaars is gebleken. Daarbij bleek dat tweederde van de kunstenaars geen vergoeding krijgt voor tentoonstellingen van hun werk. De nieuwe richtlijn is door kunstenaars, kunstinstellingen en musea samen ontwikkeld. Minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) heeft zes ton ter beschikking gesteld voor een experimenteerfase om musea tegemoet te komen in de hogere kosten voor tentoonstellingen in een regeling die door het Mondriaan Fonds wordt uitgevoerd.

Het is steeds moeilijker om te leven van kunst. Lees: Kunstenaar met bijbaan

Boijmansdirecteur Sjarel Ex heeft eind januari een brief aan het Mondriaan Fonds gestuurd, waarin hij weliswaar het belang van kunstenaarshonoraria benadrukt, maar stelt dat de richtlijn de aansluiting mist op de praktijk van individuele afspraken die zijn museum maakt met kunstenaars. Volgens hem laat de richtlijn niet meespelen dat de kunstenaar door het museum de kans krijgt werk te produceren en dat het museum daarbij begeleiding biedt. Ook zou mee moeten wegen dat het werk in waarde stijgt door promotie-inspanningen van het museum dat ook verzamelaars erop attendeert .

Experimenteerreglement

Het Stedelijk Museum laat weten dat het te grote verschillen ziet met de eigen werkwijze om „een faire vergoeding” te geven . Volgens een woordvoerder zijn de materiële en immateriële bijdragen van een museum (onder andere publicaties, aankopen en publiciteit) niet opgenomen als honorering en wordt er ook geen rekening gehouden met de beschikbare middelen en begroting van het museum. „Het is een experimenteerreglement dat nog verder ontwikkeld moet worden en we wachten graag over een jaar de evaluatie af. Dan is voor ons het moment om te bekijken of we de richtlijn ondertekenen of ons beleid erop aanpassen.”

Directeur Ralph Keuning van Museum De Fundatie vreest dat hij door het Pas Toe of Leg Uit-criterium van de richtlijn de komende twee jaar voortdurend moet uitleggen waarom hij is afgeweken. „Dat heeft weinig zin”, zegt hij. „Wij nemen bijvoorbeeld vaak werk in onze collectie op na een tentoonstelling. Dat is goed voor ons en voor de kunstenaar.”

Volgens directeur Birgit Donker van het Mondriaan Fonds zullen deze drie musea ook betrokken worden bij de evaluatie van belangenorganisatie BKNL na het eerste jaar van de richtlijn. „Het is positief dat ook deze musea het belang van een faire vergoeding erkennen en hun ervaringen willen delen. We zullen zien of hun praktijk eventueel in de richtlijn ondergebracht kan worden.”